Moeten de burgers opdraaien voor falende banken?

Premier Jóhanna Sigurdardóttir van IJsland staat voor een grote test.

Ze zal er in moeten slagen haar land voor nog meer onheil te behoeden.

Een iets te hoge spaarrente met grote gevolgen.

Zo kan in een notendop de teloorgang van de IJslandse internetspaarbank Icesave en de ineenstorting van de IJslandse economie gekenschetst worden.

Het IJslandse parlement praat al wekenlang over de voorwaarden waaronder de vorige regering een akkoord sloot met Nederland en Groot-Brittannië. Voor de huidige premier Jóhanna Sigurdardóttir is de diplomatieke confrontatie en de binnenlandse woede een lakmoesproef: weet zij haar land zowel internationaal als nationaal voor nog meer onheil te behoeden?

Als het akkoord met Nederland en Engeland stukloopt, kan dat grote gevolgen hebben voor IJsland. Zowel aanvullende leningen van het Internationaal Monetair Fonds voor de noodlijdende IJslandse economie als gesprekken over toetreding tot de Europese Unie kunnen op losse schroeven komen te staan. Daarbij komt het herstel van vertrouwen in de IJslandse economie weer verder onder druk.

Maar zover is het nog niet. Na een impasse van twee maanden zal vandaag of morgen het IJslandse parlement naar verwachting eindelijk stemmen over een akkoord dat op 5 juni 2009 getekend werd over de afwikkeling van het faillissement van de IJslandse bankensector.

De stemming is beladen. De ene helft van het parlement wil ja zeggen, om grotere problemen voor de IJslandse economie te voorkomen. Maar het andere deel is gevoelig voor de volkswoede in eigen land en probeert de voorwaarden van het akkoord aan te passen.

Wat is er aan de hand? Nederland en Groot-Brittannië kwamen in oktober 2008 in actie toen Icesave en moederbank Landsbanki failliet gingen en de afspraken over het garanderen van deposito’s van spaarders niet konden natkomen. Zo’n 300.000 Britse en Nederlandse spaarders hadden voor miljarden aan spaargeld gestald bij Icesave, dat zeer hoge rentes bood op de deposito’s. De Britten leenden 2,7 miljard euro aan de IJslandse regering, Nederland 1,3 miljard. Ter illustratie: de totale economie van IJsland bedroeg in 2008 12,3 miljard euro. IJsland moet de lening in vijftien jaar terugbetalen, tegen een rente van 5,55 procent per jaar. Maar omdat de IJslandse economie nu hard geraakt wordt door de crisis en de mondiale recessie is afgesproken dat de eerste zeven jaar geen aflossing betaald hoeft te worden. Ook de rente hoeft die eerste zeven jaar niet overgemaakt te worden, maar wordt wel berekend en bij de schuld opgeteld.

Een keurige deal, vinden Nederland en Groot-Brittannië. Maar in IJsland vinden ze van niet. Een week geleden gingen 3.000 IJslanders de straat op om tegen de overeenkomst te protesteren. Zij voelen er niets voor om krom te moeten liggen voor het wanbeheer van Icesave en Landsbanki.

Het parlement ging vervolgens twijfelen. En inmiddels ligt er een aantal amendementen voor die het oorspronkelijke akkoord moeten wijzigen. Zo wil een aantal partijen onder meer dat er niet terugbetaald hoeft te worden als de economische groei in IJsland tegenvalt. Door dergelijke amendementen zouden Nederland en Engeland kunnen besluiten het akkoord te weigeren.

Nederland maakt zich tot nu toe niet echt zorgen. Minister Bos deelt de opvatting van zijn IJslandse collega dat van heronderhandeling van het akkoord geen sprake hoeft te zijn, ook als de wijzigingen worden aangenomen.

Daarbij vindt Nederland dat het een ook voor IJsland keurige deal heeft voorgesteld. Een rente van 5,55 procent is gezien de looptijd ervan niet verkeerd. Ten derde is nog niet bekend wat er uit de boedel van het failliete Landsbanki gaat komen. Bij de liquidatie van de bank wordt de boedel geveild en de opbrengst daarvan kan voor een deel gebruikt worden om de schuld aan Nederland en Engeland af te lossen.

IJsland heeft zelf maar één mogelijkheid om versneld onder de leningen uit te komen. De Nederlandse econoom Willem Buiter, van de befaamde London School of Economics, suggereerde in april al dat IJsland de toekomstige inkomsten van zijn waterkracht- en aardwarmtecentrales zou kunnen aanwenden. Nu zouden diezelfde revenuen gebruikt kunnen worden om Nederland en Groot-Brittannië af te lossen. Maar Sigurdardóttir lijkt een dergelijke hypotheek op de toekomst niet aan te durven.