Met ijsmachines de Golfstroom opstarten

Ook 2 graden opwarming – doel van de klimaattop in Kopenhagen – is schadelijk.

Doorbreek het taboe op geo-engineering, want we kunnen niet zonder noodmaatregelen.

In december moet in Kopenhagen een akkoord worden bereikt over de internationale klimaatdoelen voor 2020. Maar vijf maanden voor de cruciale klimaattop zijn de toezeggingen van geïndustrialiseerde landen ver onder de maat. Neem Canada, dat tussen 1990 en 2020 slechts een emissiereductie van 2 procent wil realiseren. De CO2-besparing is zo klein, dat deze volledig teniet wordt gedaan door de pine beetle, een torretje dat onder invloed van steeds mildere winters dood en verderf zaait in de Canadese taigawouden, waarbij jaarlijks tientallen megatonnen CO2 vrijkomen. Het tekent het schaalprobleem van Kopenhagen.

Tijdens de laatste G8 in L’Aquila zijn wereldleiders een uiterste limiet van 2 graden opwarming overeengekomen. Daar mogen we deze eeuw niet overheen. Het emissiescenario dat werd uitgetekend, geeft echter slechts een kans van 50 procent om onder die grens te blijven. En dan moeten álle industrielanden in Kopenhagen besluiten hun uitstoot met ten minste 40 procent te verlagen.

De parlementaire democratie lijkt te falen als bestuursvorm in de aanpak van échte duurzaamheidsproblemen. Het westerse electoraat bepaalt dat onze politici zich hoofdzakelijk met sociale thematiek bezighouden. Bovendien wordt de politiek om de vier jaar afgerekend op eindresultaten, zodat lange termijninvesteringen te riskant zijn.

Meer nog dan aan leiderschap ontbreekt het dus aan mandaat voor de noodzakelijke oplossingen. In Nederland wonen 16 miljoen consumenten, maar niet meer dan een handjevol wereldburgers. Want waar blijft anders het volksoproer? Waar is de maatschappelijke druk, nu de politiek zo opzichtelijk onderuitzakt?

Ondertussen slagen de media er niet in om het belang van Kopenhagen uit te leggen. Klimaatverandering is dagelijks in het nieuws, maar Nederlanders zijn nauwelijks op de hoogte van de naderende conferentie, laat staan dat ze de juiste cijfers aan de juiste thema’s kunnen verbinden.

NGO’s kunnen ons ook niet overtuigen. Wereldwijd focussen duizenden maatschappelijke organisaties zich op Kopenhagen, verenigd in campagnes die pleiten voor een ‘eerlijk’, ‘ambitieus’ of ‘rechtvaardig’ verdrag, terwijl elke uitkomst, bij voorbaat als zodanig kan worden verkocht.

Meest opmerkelijk is dat milieuorganisaties geen speerpunt maken van het getal 40, de noodzakelijke emissiereductie om een klimaatramp te voorkomen. Zweden en Duitsland hebben op eigen initiatief tot dit emissiedoel besloten, maar wie roept de andere landen op hun voorbeeld te volgen? Het manco hier lijkt de versnippering binnen de milieuclubs zelf, die omkomen in concurrerende thematiek. Talloze opties worden op ideologische gronden op voorhand afgeschreven: kernenergie, CO2-opslag, productie van biomassa, genetische modificatie voor efficiënter landgebruik – ter bescherming van bossen. Ook wil niemand zich branden aan sociaal onaantrekkelijke opties, zoals een verbod op benzineauto’s, verplichte woningisolatie, zware heffingen op vliegvakanties. Praktisch gezien hou je dan enkel windturbines – not in my backyard! – en wat zonnepanelen over. Het wordt dan potsierlijk om nog op te roepen tot 40 procent reductie.

Het grootste taboe rust echter op geo-engineering, bewuste ingrepen om het klimaatsysteem naar oude evenwichtswaarden terug te brengen. Sommige plannen – alles is nog theorie – trachten een kunstmatige afkoeling te creëren, bijvoorbeeld door middel van lichtgekleurd zwavel in de stratosfeer. Andere proberen CO2 weer uit de atmosfeer te halen.

Effecten zijn onzeker, bijwerkingen reëel, beloften vaak te groot. Geo-engineering staat binnen de milieubeweging dan ook hoog op de zwarte lijst van meest politiek-incorrecte woorden.

Toch zullen we niet zonder kunnen, nádat in Kopenhagen 40 procent is toegezegd. Dit meest ambitieuze emissiescenario moet de opwarming tot 2 graden beperken, maar de schade van 2 graden wordt alom onderschat. Zo zal eenderde van alle soorten uitsterven en waarschuwt een groeiende groep wetenschappers dat bij dit limiet geen nieuw natuurlijk evenwicht zal vormen. Allerlei versnellende processen, zoals vrijkomend methaan uit de smeltende permafrost, kunnen dominant worden. Twee graden wordt dan 3 graden en 3 mogelijk 6.

In aanvulling op de scherpste emissiereducties moet daarom een open debat starten over plan C, een pakket met noodmaatregelen. Er zijn nieuwe ideeën nodig voor geo-engineering die zich specifiek richten op stabilisatie van deze versnellende processen in het klimaatsysteem.

Zo werkt een eenzame werktuigbouwkundige aan de Universiteit van Edmonton momenteel aan een idee om met een vloot drijvende zoutwater-ijsmachines oostelijk van Groenland de Golfstroom ‘opnieuw op te starten’ mocht deze stilvallen. Misschien een belabberd slecht plan. Misschien een laatste strohalm in een rampscenario. Als het plan zou werken voorziet het bovendien in extra ijs op de Noordpool, extra weerkaatsing van zonlicht en minder snelle opwarming van de aangrenzende toendra, die daardoor minder methaan zou uitstoten. Peter Flynn, de bedenker, zou de Canadese emissiereductie dan hoogstpersoonlijk verveelvoudigen. Naar zulke mensen moeten we luisteren in Kopenhagen.

Rolf Schuttenhelm is verbonden aan 40inCopenhagen.org, een onafhankelijke Europese campagne die pleit voor 40 procent emissiereductie in Kopenhagen.