Kampbordeel moest stimuleren

De SS ronselde vrouwen in concentratiekampen om te werken in bordelen voor gevangenen. De SS hoopte dat de mannen zo harder gingen werken, aldus een Duits onderzoek.

Hij heeft naar eigen zeggen „een bijzonder perfide kant van het nazisme” belicht. En daarmee tegelijk een jarenlang taboe doorbroken. Robert Sommer, een Duitse wetenschapper, is een van de weinigen die uitvoerig onderzoek hebben gedaan naar seksuele dwangarbeid van vrouwen in Duitse concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Sommers boek hierover is deze week verschenen. In zijn onderzoekswerk Das KZ-Bordell (uitg. Ferdinand Schöningh) beschrijft hij waarom kampbordelen werden opgericht, hoe vrouwen seksueel werden uitgebuit, wat de motieven van de bordeelbezoekers waren en wat in het algemeen de betekenis was van seksualiteit in concentratiekampen.

Op bevel van SS-leider Heinrich Himmler werden vanaf 1942 in de grootste Duitse concentratiekampen bordelen opgericht voor mannelijke gevangenen. „Himmler wilde dat hun arbeidsproductiviteit omhoog ging”, zegt de 35-jarige Sommer. „Bordeelbezoek moest daartoe bijdragen. Het gold als prikkel.” De SS’ers maakten van de diensten van de vrouwen geen gebruik. Ze gingen naar hun eigen bordelen.

De ‘seksuele premie’ bleef beperkt tot zogeheten arische – niet-Joodse – gevangenen. Ze moesten met een ‘premiebiljet’ voor de prostitutie betalen. Zo’n biljet kregen ze alleen na hard werken; slechts weinigen beschikten erover. De vrouwen werden door de SS betaald, maar konden weinig met hun geld. De echte beloning was beter eten en medische verzorging. Waarmee de kans op overleven steeg. En ze zouden eerder worden vrijgelaten; een belofte die doorgaans niet werd nagekomen.

De Waffen-SS, die verantwoordelijk was voor de bewaking van de concentratiekampen, haalde voor het werk in de bordelen vrouwen uit kampen als Ravensbrück en Auschwitz-Birkenau. Sommer: „Ze werden overgebracht naar Dachau, Mauthausen, Buchenwald en Sachsenhausen. Daar werden ze tot prostitutie gedwongen.”

Ravensbrück was een vrouwenkamp ten noorden van Berlijn. Hier werden volgens Sommer de meeste slachtoffers geronseld. Na de oorlog wilden veel vrouwen die door dit perverse lot getroffen waren, niet over hun dwangarbeid praten. „Het was lange tijd taboe. Schaamte speelde een rol, maar ook de angst als collaborateur te worden gebrandmerkt, was een belangrijke reden voor zwijgzaamheid”, zegt Sommer.

De onderzoeker heeft voor zijn werk archieven in Duitsland, Polen en Amerika geraadpleegd. Hij heeft zelf geen vrouwen gesproken die dit is overkomen. „Ik had contact met een vrouw die de kampen en haar werk als prostituee heeft overleefd, maar zij wilde uiteindelijk niet met me praten omdat ik Duitser ben.”

Uit opgedoken archiefmateriaal haalt Sommer een aantal vrouwen aan. Zoals Anni Kramer, die uit Danzig kwam en na sabotage in een munitiefabriek was opgesloten in Ravensbrück. Vandaar werd ze overgebracht naar het bordeel van concentratiekamp Mauthausen. Ze had zich onder valse beloftes laten ronselen. Ze zou worden vrijgelaten, maar dan moest ze wel eerst als prostituee gaan werken, had de SS gezegd.

Anni Kramer is niet vrijgelaten en heeft na de oorlog altijd gezwegen. „Ik heb er nooit over gesproken. Alleen bepaalde familieleden weten wat me is overkomen. Ik heb het mijn moeder bijvoorbeeld niet verteld. Ook mijn kinderen weten het niet. Het zijn m’n stiefkinderen. Zelf kon ik daarna geen kinderen meer krijgen.”

De getroffen vrouwen stonden steevast te boek als „asociaal”. Soms hadden ze aan de rand van de samenleving geleefd, maar het konden net zo goed tegenstanders van het regime zijn. Ze kwamen uit Duitsland, Polen, Midden- en Oost-Europa en landen als Frankrijk en Nederland. De mannelijke gevangenen door wie ze werden bezocht, waren volgens Sommer door verzwakking vaak niet in staat aan hun gerief te komen. „Wederzijdse genegenheid kwam voor. Soms werden relaties na de oorlog voortgezet”, zegt hij.

De arbeidsproductiviteit van de gevangenen steeg niet door de bordelen. Het enige wat erdoor werd gestimuleerd, was de corruptie in de kampen, aldus Sommer. Volgens hem is het „hoog tijd dat deze seksslavinnen voor het leed dat hun is aangedaan schadeloos worden gesteld, ook al komt dit voor vrijwel alle slachtoffers te laat”.