In een combinatie van mensenbloed met rum

Het was een klein stukje rennen voor mij, maar een grote sprong voorwaarts voor de mensheid, schijnt Usain Bolt zondagavond gezegd te hebben.

‘Hij liep net op 10 meter langs’, sms’te een vriend me vanuit het Olympisch Stadion van Berlijn. Bolt op 10 meter afstand, dan ben je op 0,8 seconden van de geschiedenis. Hoe snel zou hij gaan als hij over water liep? En hoe komt die man, die jongen eigenlijk nog, zo snel? Goeie spieren, zeggen de deskundigen. Doping, mompelen de sceptici. Hij is zo ontspannen, weten de psychologen. Het moet door Jamaica komen, het meest ontspannen eiland ter wereld. Maar cannabis staat op de dopinglijst, dus dat kan Bolts benzine niet zijn.

We graven dieper. En dan komen we bij Rumeiland, de historische roman die Simon Vestdijk in 1940 publiceerde en die in 1999 prachtig werd heruitgegeven door Conserve. Het boek leidt ons naar de koloniale tijd, zo blijkt al uit de ondertitel: ‘Uit de papieren van Richard Beckford behelzende het relaas van zijn lotgevallen op Jamaica. 1737-1738’. De roman vertelt het verhaal van een man die terugkeert naar Jamaica om de moord op een familielid te onderzoeken, maar die ook in de ban raakt van de verhalen over een legendarische piratenvrouw en verliefd wordt.

Hoofdfiguur Richard Beckford loopt rond over het eiland met de opmerkzaamheid van de teruggekeerde zoon, herinnert zich hoe een vriend van hem vroeger ‘in hinderlaag achter de negerhutten lag [...] teneinde negerparen te bespieden, die zich in de wildernis hadden afgezonderd’.

De meeste voorvaderen van Bolt in Rumeiland zijn bedienden of gevangenen. En op één van hen lijkt Beckford al een soort goddelijkheid te projecteren. Dat is de man die op de markt gestraft en vernederd wordt om onbekende redenen. Hij zit gevangen in een kooi, die enkele meters boven de grond hangt. Beckford kijkt hem aan, zoals de camera voor de 100 meter langs de hoofden van de lopers glijdt. ‘Hij was groot en sterk, zoals het een Koromantijn betaamt, zijn hoofd kwam woest en machtig boven de ijzeren band uit, die zijn kin steunde, hij hield zijn ogen wijd opengesperd en keek mij aan [...] Ik verwachtte dat hij iets tegen me zeggen zou, in de geest van: „Ik ben de sterkste neger van heel Afrika”, maar hij hield zijn mond, was blijkbaar uitgepraat.’ De lading van de scène wordt versterkt doordat Vestdijk de blik van zijn hoofdfiguur vervolgens laat afdwalen naar een kerk en dus naar de gekruisigde Jezus.

De ontspanning komt, hoe kan het ook anders in Rumeiland, vooral van de sterke drank. Beckford gebruikt alcohol om zijn informanten loslippig te krijgen en filosofeert regelmatig over de verschillen tussen oude en nieuwe rum. Rum werkt zeker relaxend, maar is het goed genoeg om 9,58 te lopen? Er zal toch iets bij moeten. Op pagina 37 staat over de ‘Koromantijnnegers’ dat zij ‘het meest van Europeanen weg hebben, [...] tevens de grootste misdadigers zijn, de vreselijkste moorden begaan en dan de zonderlinge gewoonte hebben het bloed van hun slachtoffer te drinken vermengd met rum.’

Mensenbloed met rum. Een mythe die wordt opgerakeld door een 69 jaar geleden verzonnen 18de-eeuwer is misschien geen bijzonder concrete aanwijzing, maar zou het al op de dopinglijst staan?

Arjen Fortuin

In deze rubriek elke week de koppeling tussen het actuele en fictie.