Hoe kan het dat ze in Jamaica zo hard rennen?

Bij het bekijken van het wereldrecord van Usain Bolt op de 100 meter sprint (9.58 seconden) op het WK atletiek in Berlijn viel Ruben van Mourik uit Sliedrecht iets op. „Hoe kan het toch dat er zoveel sprinters uit de Caraïben vertegenwoordigd zijn?”

Van de acht finalisten op de 100 meter sprint bij de mannen kwamen er vijf uit het Caraïbisch gebied: twee uit Jamaica, twee uit Trinidad en Tobago en Daniel Bailey, afkomstig uit Antigua en Barbuda, een eilandstaatje met 85.000 inwoners.

„Op de Caraïben worden meer mensen geboren met een aanleg voor sprinten”, aldus bewegingswetenschapper Jo de Ruiter van de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Vroeger werd nog gedacht dat je vaker donkere atleten zag, omdat hardlopen hun enige kans op een betere positie was.”

Snelheid heeft met spierontwikkeling te maken. Spieren bestaat uit vezels, die bij een beweging samentrekken en korter worden. „Jamaicanen hebben van nature vezels die snel samentrekken. Net zoals Chinezen een bepaald type ogen hebben.”

Ook speelt lichaamsbouw een belangrijke rol. Ethiopiërs en Kenianen hebben van nature lange, ranke benen. Achillespezen die dichter achter de enkel langs lopen leiden tot een lager energieverbruik tijdens duurlopen. Bolt heeft mogelijk stugge pezen, wat hem explosiever maakt. „Vergelijk het met een perforator die je met een elastiek van tafel probeert te tillen”, legt De Ruiter uit. „Met een stug elastiek gaat dat een stuk makkelijker dan met een slap elastiekje.”

Kan een Nederlander op deze manier ooit de 100 meter sprint nog wel winnen? „Waarom niet?”, reageert sprinter Guus Hoogmoed, lid van de Nederlandse estafetteploeg, vanuit Berlijn. „De kans dat hier iemand wordt geboren met dezelfde genen als Bolt is alleen wat kleiner.”

Niks is onmogelijk, zegt De Ruiter. „Als je duizend Nederlandse en Jamaicaanse kinderen laat sprinten, zijn er heus wel wat Nederlandse kinderen die bij de eersten aankomen.”

Stijn Bronzwaer

Usain Bolt rende gisteren in Berlijn de 200 meter sprint. Lees meer op pagina 14