Hobbels in Zeeuws-Vlaanderen

Waar winden dorpelingen zich over op? In het Zeeuws-Vlaamse Oostburg maken ze zich druk om het herstel van een historische verdedigingslinie.

„Wat ligt dat ding daar nou te doen?” Constant van der Waterschoot kan zijn lachen niet houden, zo bespottelijk vindt hij de abrupte ophoging in het vlakke land van westelijk Zeeuws-Vlaanderen. „Die lui van het ministerie hebben de kolder in hun kop. Zo plompverloren uit de grond gestampt, wie haalt het in zijn hoofd”, foetert hij. Om sommige dijken en schansen staat zelfs een hek met schrikdraad: verboden terrein, ook voor koeien, schapen en paarden. „Ja, de palen- en prikkeldraadmaffia heeft zijn werk goed gedaan”, schampert Van der Waterschoot. De gepensioneerd leraar Frans en voormalig PPR-senator voert deze middag namens boze dorpsgenoten het woord.

De inwoners van Oostburg (gemeente Sluis) fulmineren tegen het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Reden tot de verhitte discussie, breed uitgemeten in de lokale pers, is de herplaatsing van een verdedigingslinie uit de zestiende en zeventiende eeuw in de regio.

Van der Waterschoot, politicus in ruste, kent het klappen van de zweep. In 1972 stelde hij als Statenlid in Zeeland het milieugevaar van een geheel afgesloten Oosterschelde – geen eb en vloed – aan de orde. Daardoor bekeek het kabinet de problematiek opnieuw, en koos het later voor een peperdure, maar milieuvriendelijke stormvloedkering. Nu strijdt Van der Waterschoot als ambteloos burger tegen wat hij „enorme onzin” en „weggegooid geld” noemt. „Deze schans is echt een brug te ver”, wijst hij naar het golvende grasland dat straks hoogstwaarschijnlijk op de schop gaat.

Van der Waterschoot weet overbuurman en oud-leerling François Babijn aan zijn zijde. Deze selfmade politicus – Lijst Babijn – is de luis in de pels van de Zeeuwse overheden. Hij bestookt ambtenaren, raadsleden, wethouders en journalisten bijna dagelijks met e-mails over vermeend onrecht. Volgens Babijn wordt er een spelletje gespeeld, achter de rug van de bevolking.

Bij LNV noemen ze de herinrichting van de Staats-Spaanse linie – vestingen daterend uit de Tachtigjarige Oorlog – een mooi voorbeeld van historisch besef. Projectleider Joera de Moree van de Dienst Landelijk Gebied van LNV: „We herstellen ontbrekende schakels en maken weer een eenheid van het landschap. De inpolderingscontouren van vroeger worden weer zichtbaar.” Hij schat de kosten op vijf à zes ton. „Dan hebben we het wel over 165 dijken, forten en schansen.”

Volgens de tegenstanders verpesten deze bulten – totale lengte tien kilometer, waarvan enkele honderden meters in Oostburg – het typisch Zeeuwse landschap in het algemeen en hun eigen uitzicht in het bijzonder. Bij natuurgebied het Groote Gat aan de rand van Oostburg gaat het om een geplande verhoging die anderhalve meter boven het maaiveld uitsteekt. En het maaiveld ligt volgens de critici anderhalve meter boven NAP, dus zouden ze bij LNV drie meter de lucht in gaan.

De projectleider nuanceert en benadrukt dat de zogenoemde Nieuveltschans „niet hoger wordt dan het heuveltje dat er nu al ligt”. De actievoerders reageren verbaasd. „Dan doet hij opeens water bij de wijn. Alleen omdat wij onze mond hebben opengetrokken”, zegt één van hen.

Volgens verantwoordelijk wethouder Carien Bolijn, van de partij Dorpsbelangen & Toerisme, komen de actievoerders „zoals altijd” een beetje laat in actie. „De mensen worden pas actief als de schop in de grond gaat. Terwijl de plannen al lang ter inzage liggen.” Volgens haar is „beschadiging van de natuur niet aan de orde en is het plan goed voor het toerisme”. De actievoerders weten beter en wijzen op de statistieken: alleen de Zeeuwse stranden trekken veel toeristen.

Projectleider De Moree zegt de scepsis over de schansen en bastions goed te begrijpen – „de mens heeft nu eenmaal angst voor verandering, zeker in zijn achtertuin” – maar hij vraagt ook om begrip. „Zo strak wordt het niet. We herstellen alleen maar holle, bolle dijkjes uit 1600.” De projectleider is met alle bewoners aan de Nieuveltweg in Oostburg afzonderlijk om de keukentafel gaan zitten. Hún uitzicht staat op het spel. De Moree: „Er zit veel ruimte in de plannen. Eén mevrouw krijgt ter hoogte van haar woonkamer een zonk in de dijk, zodat ze de watertoren kan blijven zien.”

De ophoging bij Oostburg ligt nog op de tekentafel. Een soortgelijke, metershoge bult in het vlakke land ligt bij Aardenburg, eveneens gemeente Sluis. Deze schans is het schrikbeeld van de buurtbewoners in Oostburg.

Babijn en van der Waterschoot laten hem zien. De laatste schiet in de lach, bij „die mallotige puist”. Zijn overbuurman Babijn kan er de humor niet van inzien. Hij heeft bij de gemeente een bezwaarschrift ingediend tegen de vergelijkbare ophoging in Oostburg, die volgens de projectleider dus lager zal uitvallen. Babijn: „Dat staat nergens zwart op wit.”

Hij zegt namens veel Zeeuwen te praten als zijn kritische houding ter sprake komt. „De mensen zijn het zat. Laat ze dat geld uitgeven aan veilige wegen. Scheelt een hoop verkeersdoden. Elke maand is het raak.”

Babijn heeft het initiatief genomen tot een protestboottocht, begin oktober, die van Breskens via Vlissingen naar het provinciehuis in Middelburg moet leiden. Karla Peijs, commissaris van de koningin in Zeeland, is gewaarschuwd.