Een zwierige Brahms

Dirigent Simon Rattle in 2006 Foto Vincent Mentzel Sir Simon Rattle (1955) ,dirigent,conductor. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 1 november 2006 Mentzel, Vincent

Cd klassiek

Brahms, Complete symphoniesBerliner Philharmoniker / Simon Rattle * * * *

In 2002 was het groot muzieknieuws: de Britse dirigent Sir Simon Rattle werd als 47-jarige chef van de Berliner Philharmoniker. Na de opwinding over Rattles aanpak en vernieuwende projecten volgde het morren; die extatische gebaren, dat wisten ze na een paar jaar wel. Waar bleef de nieuwe chef met het romantische Austro-Duitse repertoire waarmee de identiteit van de Philharmoniker zozeer is vervlochten?

De cd-opnamen van de Berliner onder Rattle besloegen een zeer breed repertoire, maar veel Duitse Romantiek was er inderdaad niet bij. Maar helemaal gefundeerd leek de kritiek op zijn functioneren als chef toch niet, want in 2006 begon Rattle met het orkest aan zijn bejubelde (zojuist voltooide) interpretatie van Wagners Der Ring des Nibelungen in Aix-en-Provence en deze maand verscheen ook een 3 cd-box met daarop de vier symfonieën van Brahms. De ‘7 years itch’, waar chef en orkest dit jaar aan toe zouden moeten zijn, hebben wij al achter de rug, zei Rattle onlangs in een interview met de Duitse krant Der Tagesspiegel. Hetgeen werd onderstreept doordat zijn contract onlangs met grote meerderheid van stemmen werd verlengd tot 2018.

Rattles Brahms-cyclus is de neerslag van een reeks uitvoeringen in het afgelopen najaar. De Berliner Philharmoniker op zijn best („De kunst is niet ze te laten spelen zoals ik het wil, maar ze zover te krijgen dat ze zo willen spelen als ik wil”, zegt Rattle) is een apparaat om tegenaan te leunen; dat Rattle eigenhandig de Berliner orkestklank om zeep zou hebben geholpen is nu aantoonbaar onwaar.

De lucide warmte van de strijkers werkt erotiserend en bedwelmend, maar ook de strakke helderheid van het koper is oorkrullend. Brahms loodste de symfonie van de klassieke de romantische tijd in, maar hoe denken dirigenten nu daarover? Bij Sir John Eliot Gardiner, die met zijn eigen, op oude instrumenten spelende orkest op dit moment ook een Brahms-cyclus realiseert, hoor je vooral het contrapunt in Brahms als in een röntgenopname oplichten onder het geheel. Rattle zet de Berliner in voor een soms welhaast wufte Brahms, waarin de klankschoonheid regelmatig adembenemend is.

Zijn arendsoog en -oor voor Brahms’ complexe structuren klinkt er ook uit – met Brahms „plaats op de tijdsas” als oriëntatiepunt. Toen Brahms zijn Eerste symfonie voltooide, was Wagners vernieuwende Tristan und Isolde immers al tien jaar af. Rattle benadert Brahms dus vooral door diens gevoel voor betoverend melos en ritmische eigenheid te onderstrepen. Een zeer eigen, zwierige, zinnelijke, soms zelfs zonnige Brahms is het resultaat. Daar kun je over vallen; ongetwijfeld zal dat ook gebeuren. Maar een monument is deze cyclus zonder meer.