Een hap uit het antieke centrum van Istanbul

De bestuurders van Istanbul worstelen met een duivels dilemma: hoe kunnen ze de stad voor de bevolking leefbaar houden en tegelijk Unesco en de archeologen tevreden houden.

Er was een tijd dat moeders hun kinderen in deze achterbuurt van Istanbul een draai om de oren gaven als ze keien gooiden naar bezoekers. Nu kijken ze grinnikend toe hoe de jongste aanwinst van de familie met de snottebellen nog onder de neus de vreemdelingen met stokken en stenen begroeten. De moeders van Sulukule zijn bezoekers en hun beloften zat. Alle grote woorden van actievoerders en de media-aandacht ten spijt ging Sulukule plat. De beloofde nieuwe huizen kwamen (nog) niet. Al wat rest zijn heel veel kinderen, en heel veel stenen.

Op last van het stadsbestuur verdween over een periode van ruim twee jaar straat voor straat in deze 550 jaar oude wijk, ingeklemd tussen de Byzantijnse stadsmuren rond het historische schiereiland van Istanbul. Nu zijn op een paar gammele huizen na alle onderkomens van ruim zeshonderd families – meest Roma (zigeuners) – verdwenen. Alsof iemand van boven een grote hap nam uit het antieke centrum.

De woordvoerder van de zigeuners noemt dit een gerichte campagne van de machthebbers om de losbandige cultuur van de Roma te vernietigen. In de vochtige huisjes van Sulukule, vaak niet meer dan twee verdiepingen hoog, speelden de Roma voorheen tot diep in de nacht viool, werd er luidruchtig gedanst, gelachen en gedronken. De bestuurders van de AK-partij met haar wortels in de politieke islam zouden Sulukule van heidenen willen ontdoen onder de vlag van ‘stadsvernieuwing’. „Dit is cultuurvernietiging. Gedwongen assimilatie.”

Dat zijn de geoefende woorden van Sükrü Pündük, voorzitter van de Sulukule vereniging voor culturele ontwikkeling. Met die woorden mobiliseerde hij steun tot in Brussel en New York.

Het cultuuragentschap van de Verenigde Naties, Unesco, waarschuwde het stadsbestuur onlangs in ferme bewoordingen dat Istanbul van de lijst voor Werelderfgoed zal worden gebannen als de stad niet beter op zijn rijke cultuurgeschiedenis past. Sulukule wordt in het rapport met name genoemd. „Lokale gemeenschappen worden uiteengereten, de waarden van de wijk zijn op een onacceptabele manier vernietigd.’’

Zigeunervoorman Pündük is blij met die woorden: „De bescherming van Sulukulu is de verantwoordelijkheid van iedereen. Zet hier een schop in de grond en je stuit op de overblijfselen van drie wereldrijken.”

Maar de cultuurvernietiging treft niet alleen de Roma. Unesco maakt zich over veel meer zorgen en overweegt Istanbul als ‘bedreigd cultuurgoed’ te boekstaven. Onder de klachten: een vijfsterrenhotel dat over archeologische opgravingen heen wil bouwen. Plannen voor een nieuwe metrobrug over de Gouden Hoorn, die met zijn gigantische pilaren het zicht op de Süleymaniye-moskee bedreigt. De houten huizen uit de Ottomaanse periode, die vaak zo vermolmd zijn dat ze instorten, soms met dodelijk gevolg.

Veel eeuwenoude huizen zijn gekraakt. Vuilnis groeit er tot aan de plafonds, in de kieren schieten bomen en planten wortel. „De eigenaar had ooit plannen om te renoveren”, zegt Mehmet Erdik, die een vergeeld matras bovenop het vuilnis heeft gelegd en zo al zeven jaar de nachten doorbrengt. Als hij op zijn rug ligt, kijkt hij naar de hemel. De vloeren van de derde en vierde verdieping zijn op een paar bungelende steunbalken na volledig verdwenen. „We mogen hier wonen, zolang we niemand aanklagen als we stenen op ons hoofd krijgen.”

De kritiek van Unesco kon niet op een ongelukkiger tijdstip komen. Over vijf maanden is Istanbul Culturele Hoofdstad van Europa. De organisatie van Istanbul 2010 doet de kritiek af „als een uitdaging”. Archeologen maken momenteel overuren om voor de jaarwisseling monumenten in hun oude grandeur te herstellen.

Dat oude Istanbul wordt ook bedreigd door de onstuitbare stroom van gelukzoekers van het platteland. De stad huist nu 17 miljoen mensen, ieder jaar komen er zeker 300.000 nieuwkomers bij.

Ruimen was in deze stad altijd makkelijker dan conserveren. Volgens cijfers van de Bilgi-universiteit staan in Istanbul 2 miljoen gebouwen. Minder dan vijfduizend zijn ouder dan vijftig jaar.

Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk noemt die opruimwoede in Istanbul, herinneringen aan de stad „een manier van vergeten”. „De snelste manier om je te bevrijden van de weemoed het restant te zijn van een machtig rijk, is om je in het geheel niet te bekommeren om de historische bouwwerken.”

De stadsplanners staan voor een duivels dilemma: hoe houd je deze stad leefbaar, hoe houd je archeologen én de armen tevreden? Dagelijks slibt het verkeer langs de oevers van de Bosporus dicht, twee banen ingeklemd tussen het water en de oude stadsmuren. Bij de aanleg van een tunnel die Europa met Azië verbindt, stuitten de graafmachines op de 1.600 jaar oude haven van Yenikapi. Bij de opgravingen kwamen tweeëndertig eeuwenoude scheepswrakken bloot te liggen, die tot afgrijzen van de gehaaste stadsplanners nu centimeter voor centimeter worden uitgegraven.

Murat Bagdatli, die een theehuis bestiert aan de rand van een van de vertakkingen van de tunnel noemt dat „gesukkel”. „Zo zijn ze al tien jaar bezig. Na elke meter die ze boren moet de boel weer worden stilgelegd omdat een of andere vereniging bezwaar maakt voor de rechter. Die archeologen kunnen me wat. We willen goede verbindingen.”

De stad moet ook vernieuwen met het oog op ‘de grote aardbeving’, die in Istanbul wordt verwacht. Experts verwachten dat tienduizenden bewoners die beving niet zullen overleven. Tien jaar geleden kostte een aardbeving ten zuiden van de stad aan 18.000 mensen het leven. Corrupte bouwondernemers kregen de schuld.

Evenals de armen: voor het bouwen van hun gecekondu’s. Dat zijn huizen die in een nacht gebouwd werden door migranten en die de regering oogluikend toestond als voorlopige oplossing van de woningnood. De gecekondu’s bleken doodskisten.

Zestig procent van de huizen in Istanbul is illegaal gebouwd. Binnen twintig jaar moet de helft tegen de grond. Het stadsbestuur ontkent stellig dat dit ten koste gaat van de bewoners van de oude wijken. „Nooit maar dan ook nooit dwingen wij mensen te verhuizen”, zegt Semih Turhan, de aardbevingsdeskundige van de stad Istanbul.

In de zigeunerwijk Sulukule werden de zeshonderd families na de sloop gevraagd om naar Tasoluk te verhuizen, een wijk ruim veertig kilometer buiten de stad. „Daar konden de meesten van de huur niet betalen. En de sfeer was er niet als Sulukule”, zegt zigeunervoorman Pündük. Maar hij lacht. De strijd is niet verloren.

Met de steun van zijn lobby in het buitenland werkt hij momenteel aan een plan om een groot deel van de gemeenschap terug te laten keren naar Sulukule als de woningbouwvereniging nieuwe huizen heeft neergezet. „We zijn in gesprek”, zegt Pündük hoopvol. In Istanbul is stadsvernieuwing ook leren hoe het zonder tranen kan, wijk voor wijk.