Dopehead Doc geeft iedereen er flink van langs

De taal in Thomas Pynchons lucide roman Inherent Vice (Jonathan Cape, € 29,95) is van een grote, virtuoze en onver taalbare schoonheid, meent Robert Gooijer. n Zie pagina 8

Thomas Pynchon: Inherent Vice. Jonathan Cape, 369 blz. € 29,95

Doc had by now very little idea what they might be talking about’, meldt Thomas Pynchon geroerd over hoofdpersoon Doc, de privédetective die in Inherent Vice zo veel joints opsteekt dat zijn eigen conversaties hem goeddeels ontgaan. Lezers van Pynchons eerdere werk kennen die ervaring – het hallucinaire meesterwerk Gravity’s Rainbow uit 1973 versplinterde menig lezersbrein – dus het is paradoxaal maar des Pynchons dat juist dit boek over trippende hippies een toegankelijke en vaak lucide roman is.

Los Angeles, circa 1970. De nieuwe mens is opgestaan. Walgend van de Nixon-Agnew-regering, reactionaire burgermannetjes en Vietnam geeft de hippie zich langs de stranden van Zuid-Californië over aan drugs, seks, filosofie, muziek en surfen. Het is het begin van de Amerikaanse Culture Wars en het hippiedom maakt het meteen zo bont dat in zijn opkomst zijn ondergang al besloten ligt. Doc is een hippie-privédetective met een kantoortje aan Gordita Beach. Hij zou een broer kunnen zijn van The Dude uit de film The Big Lebowski, waarmee Inherent Vice vergeleken werd, maar is een veel ambitieuzere protagonist. Doc wordt door Pynchon gebruikt om de moord/zelfmoord van de revolutie van de jaren zestig en zeventig te onderzoeken, verpakt in een extreem amusant en ingewikkeld detectiveverhaal over een ontvoerde vastgoedmagnaat, een corrupte politieagent die Doc het leven zuur maakt, een assortiment surfers, muzikanten, groupies en verslaafden in alle mogelijke permutaties, and so forth, om met Doc te spreken. Hij en zijn entourage zijn permanent zo ‘zonked’ dat de vooruitgang van deze intrige wordt vertraagd – maar geenszins belemmerd – door prachtige, benevelde uitweidingen over filosofische en pop-culturele kwesties (‘Doc now proceeded to freak even further out’). Die vormen voor een nieuwe generatie lezers een geestige syllabus over de inmiddels erg vervlogen jaren zestig en zeventig, maar zijn ook een beklemmende voorspiegeling van ons cynische heden: schermcultuur, internet en celebrity-cults krijgen er in het verruimde brein van Doc flink van langs.

De uitgever kraait dat deze ‘makkelijke’ roman de 72-jarige Pynchon een nieuwe generatie fans zal opleveren. Hoewel dat terecht zou zijn, dient vermeld te worden dat het rijke Amerikaanse Engels inzet vereist. Wie doorzet komt in Pynchons cadans terecht en leest het boek als de krant en ervaart taal van een grote en virtuoze, onvertaalbare schoonheid en vindt in Doc een dopehead van wie men met spijt afscheid neemt.