Deense joden zijn uiteindelijk gered door Deense collaboratie

Frits Abrahams schrijft in zijn column over de `ingehouden trots` van de Denen, die een groot deel van de Deense joden hebben gered van de nazi-vervolging (Achterpagina, 20 augustus). Hij schrijft ook over de Deense regering die tot augustus 1943 met de Duitsers heeft gecollaboreerd. Tussen deze twee feiten is een groter verband dan hij nu vermeldt. Op 9 april 1940 koos de Deense regering voor een snelle overgave aan de Duitse invasiemacht. Denemarken werd niet bezet, maar werd een satellietstaat van nazi-Duitsland; op gelijke wijze als Slowakije en Kroatië. Denemarken werd het domein van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat probeerde de SS op afstand te houden. Vervolging van de joden zou aan deze politiek afbreuk doen.

Toen in 1943 de pressie onafwendbaar werd, kwam er vanuit de Duitse ambassade een waarschuwing voor de deportaties. De ligging van Kopenhagen aan de Sont maakte voor de daar woonachtige joden een overtocht mogelijk naar het neutrale Zweden, dat hen nu ook opving. De Deense joden die niet konden ontsnappen, werden naar het concentratiekamp in Theresienstadt gestuurd, dat doorging voor een gevangenschap met grotere overlevingskansen.