De swing van het dienstmeisje

Bomba Estéreo speelt nieuwe cumbia – dansmuziek uit Colombia vermengd met elektronica en hiphop – op Lowlands. „Onze muziek verruimt het bewustzijn.”

Het typische ritme van de cumbia – tak, takka, ták, takka – klinkt vermengd met elektronische klanken, reggaegitaren en hiphopteksten: „Fuego! No lo dejes apagar!” Dat we het vuur niet moeten laten doven, zingt zangeres Liliana Saumet, en ze zet de tekst met handbewegingen kracht bij. Bandlid Simón Mejía speelt basgitaar en gebruikt een synthesizer en een pc om de elektronische klanken te produceren. Julián Salazar speelt gitaar en Kike Egurrola doet het slagwerk, waarvoor hij een drumstel en de inheemse trommel ‘alegre’ gebruikt. Fuego is het laatste nummer dat de band zaterdagavond speelde op het festival Zomerterras in Vlaardingen, diezelfde nacht nog traden ze op in België. Europa ontdekt Bomba Estéreo uit Colombia en met hen de cumbia.

Mejía en Saumet vormen vormen de kern van de band: hij maakt de muziek en zij schrijft de teksten. Hij is klein en heeft zwart haar en een baardje. Zij heeft indiaans bloed door haar aderen stromen: amandelvormige ogen, een getinte huid en sluik zwart haar dat ze aan één kant van haar hoofd kort heeft geknipt. Met een bundeltje kleren gaat ze een toilethokje in, even later komt ze er in haar podiumoutfit weer uit: een knalroze rokje met stroken, een roze hemdje met wit gaas erover en witte laarsjes. Op haar lichaam spuit ze olie, die haar huid doet glimmen. Gitarist Salazár heeft een lichte huid en rossig haar, drummer Egurrola heeft Afrikaanse invloeden. Een smeltkroes, net zoals de muziek die ze maken.

Meestal staan ze voor zalen met jonge mensen van 25 tot 30 jaar, die wel van iets nieuws houden. Hier op het festival Zomerterras in Vlaardingen komen vooral ouders met kinderen en de plaatselijke jeugd. Maar de band maakt zich niet druk. De ervaring leert Mejía dat ze het publiek altijd aan het dansen krijgen. „Buiten Latijns-Amerika weten ze bij de eerste paar nummers meestal niet wat ze ermee moeten, maar aan het eind gaat het altijd helemaal los.”

Dat komt door de cumbia, de dansmuziek die al eeuwen oud is, maar waar Bomba Estéreo een eigentijdse draai aan geeft. En zij niet alleen. In Zuid-Amerika is met het nieuwe millennium ook het tijdperk van de ‘nueva cumbia’ of nieuwe cumbia begonnen. Bands als Sidestepper, die in 2000 op Roskilde stond, en artiesten als Humberto Pernett zijn al langer bezig met het vernieuwen van de cumbia, maar in de muziek van Bomba valt nog beter de ontmoeting tussen de Colombiaanse folkloristische muziek, de ritmes van de cumbia of de champeta, en de westerse clubmuziek te ontwaren. „Ook niet-latino’s kunnen er gemakkelijk op dansen, door het simpele en aanstekelijke ritme van de cumbia. De elektronica zorgt voor het moderne aspect en de hiphop-invloeden voor de sterke teksten”, verklaart Saumet het succes.

Het is nu anderhalve maand

geleden dat de band thuisbasis Bogotá verliet en in een stroomversnelling terecht kwam. Die begon na een uitnodiging voor het Latin Alternative Music Conference in New York, waar ze optraden. Mejía vertelt: „Daardoor stonden we even later op Roskilde in Denemarken, dat was geweldig. Nu brengen we onze muziek ook naar de rest van Europa.”

In Amerika is het album Blow up uitgebracht door het platenlabel Nacional Records, voor de Benelux heeft CNR Entertainment de groep gestrikt. In Nederland verschijnt het op 4 september, onder de originele, Spaanse titel Estalla. In Nederland heeft de muziek in een aantal alternatieve kringen al een podium. De nieuwe cumbia geeft al enige tijd een impuls aan de maandelijkse Zuid-Amerikaanse avond ¿Que Pasa? in de Melkweg, en ook op alternatieve poppodia als Worm in Rotterdam hebben bekende Zuid-Amerikaanse cumbia-dj’s hun kunsten al vertoond.

Toch bleken eerdere hoge verwachtingen over het succes van Zuid-Amerikaanse muziek, vaak onterecht. Zelfs de reggaeton, in Zuid-Amerika één van de meest populaire muziekgenres, is in Europa klein gebleven. Feit is dat de nieuwe cumbia in Colombia ook nog een ongewoon genre is. „In Colombia kunnen we zalen vullen met duizenden jongeren, maar onze muziek wordt nog steeds niet gedraaid op de radio”, vertelt Mejía.

In hun vaderland woedt een discussie over de experimenten met het genre. „Het versmelten van de cumbia met andere soorten muziek wordt door de oudere generaties gezien als ‘vervuiling’ van onze folklore.”

Die folklore vindt zijn oorsprong in de ontmoeting tussen Indianen, Afrikaanse slaven en Spaanse kolonisten aan de Atlantische kust en bestond lange tijd uit percussie en zang. Pas in de jaren veertig van de vorige eeuw werd de cumbia echt populair, ook in de rest van Latijns-Amerika, waar ze er andere instrumenten aan toevoegden. Ook vandaag de dag wordt juist buiten Colombia, onder meer in Mexico en Argentinië, meer met de cumbia geëxperimenteerd. In de achterbuurten van Buenos Aires ontstond zo’n vijftien jaar geleden de cumbia villera, de variant waarin het moeilijke leven in de villas miserias (sloppenwijken) wordt bezongen. Met behulp van goedkope synthesizers en stemvervormers werd de muziek op straat geproduceerd, gekenmerkt door de kreet Cumbiaaaaaa!, die steeds weerklinkt. Opgepikt door westerse muzikanten werd het de cumbia digital, gemixt met reggaeton, hiphop, dub en ragga.

Eén van deze muzikanten is, geheel tegen de verwachting, een Nederlander: Dick Verdult, artiestennaam Dick El Demasiado (Dick te veel of Dick de overbodige). Door The New York Times de ‘godfather’ van de experimentele cumbia genoemd, gaat hij nog veel verder met het ritme. Klassieke muziek erbij, filmische geluidseffecten die worden herhaald en vervormd, alles kan.

Hij werd geboren in Eindhoven, maar zijn jeugd bracht Verdult grotendeels door in Zuid-Amerika, door zijn vaders baan bij Philips. Na zijn studie film en beeldende kunst in Parijs maakte Verdult films en radioprogramma’s voor onder meer de VPRO, maar ook muziek en installaties. Vanaf de millenniumwisseling ging Verdult zich interesseren voor volkscultuur, specifiek die van Argentinië. „Ik ging aan de gang met muziek die ik altijd uit de kamers van mijn dienstmeisjes hoorde komen.” Hij begon bestaande muziek te bewerken met zijn sampler, later ging Verdult ook zelf de muziek produceren en de Spaanstalige teksten erbij schrijven.

Het lukte Verdult

in 2003 zijn plan voor een Festival van Experimentele Cumbias te realiseren, gesteund door musici en intellectuelen. De vernieuwende muziek van Verdult sloeg aan en hij bracht zijn eerste cd uit onder de titel No nos dejamos afeitar (We laten ons niet scheren). Verdult draait nu in de grootste clubs van het continent, zijn muziek wordt gebruikt tijdens het bekendste Argentijnse voetbalprogramma en hij wordt op dit moment enthousiast binnengehaald in Japan. Verdult: „Ik denk dat de nieuwe cumbia door gaat breken, er is zo veel mee mogelijk.” Dat juist Bomba Estéreo nu een voortrekkersrol zou kunnen spelen, is volgens Verdult leuk. „Bomba Estéreo behoort tot de eerste lichting cumbiavernieuwers in Colombia en hun nummers hebben hitpotentie.”

Vooral na een nummer als Huepaje, dat het publiek bij de terugkerende teksten als ‘este es un ritmo caliente, para la gente’ aanzet tot meezingen, wordt door het publiek van het Zomerterras enthousiast geapplaudisseerd. Na aanvankelijke aarzelingen danst iedereen mee. Dat komt ook door Saumet, die zichtbaar geniet. Ze is stoer als ze de teksten rapt, verleidelijk als ze met haar heupen schudt en het publiek weer aan de basis herinnert: “Cúmbiaaaa”.

Binnen het brede spectrum van de nieuwe cumbia typeert Bomba Estéreo hun muziek als ‘cumbia sicodélica’, psychedelische cumbia. „Onze muziek verruimt het bewustzijn door de mix van klanken en ritmes, het is experimenteel”, legt Saumet uit. Maar daarin vormt de cumbia geen uitzondering. „Het vermengen van folkloristische ritmes met westerse muziek gebeurt ook in Brazilië, met de baile funk, en in Angola, met de kuduro. Mensen willen op een eigentijdse manier toch vasthouden aan hun roots.”

Bomba Estéreo, vrijdag 21/8 op Lowlands, zaterdag 22/8 in de Melkweg, Amsterdam.Cd: ‘Estalla’, uit op 4 september.