Beter dan wraak

In de film ‘La Siciliana ribelle’ staat de 17-jarige Rita, afkomstig uit maffiakringen, op tegen haar omgeving. Ze is sterk, maar ook eenzaam en doodsbang.

Je kent het meisje nog maar net. Rita. Een stout sprinkhaantje van een jaar of tien. Dol op haar vader, een plaag voor haar moeder. Je weet binnen drie minuten dat misdaad en geweld tot haar werkelijkheid behoren – je ziet hoe ze even schrikt en verder speelt. Dit is het Siciliaanse platteland, hier gaan de dingen zo. Al eeuwen, trouwens.

En dan springt het meisje van haar nieuwe fiets en rent naar haar vader. Net stond hij nog. Toen klonk er geknal, er scheurde een scooter weg, het ging snel, heel snel. En nu ligt hij. Help me! huilt het meisje. Ze krijst met haar hele gezicht, zoals alleen kleine meisjes kunnen krijsen. Help me nou! De luiken en de deuren slaan dicht. Iedereen laat de tienjarige alleen met haar dode vader. Zijn bloed vlekt op haar jurk en kruipt weg langs de witte steentjes van het dorpsplein.

Nu is de film La Siciliana ribelle (‘De rebelse Siciliaanse’) dan echt begonnen. Het meisje groeit uit tot een bijna volwassen vrouw. Haar gil wordt stil, haar jurk wordt zwart, maar ze blijft dat meisje. Ontroostbaar, door iedereen in de steek gelaten, woedend, en thuis in dat eeuwenoude dorp. Waar de was wappert op de platte daken met uitzicht op de boerengrond en de kartelranden van de bergen. Aan de zeekant zijn de vissersboten op het kiezelstrand getrokken, op een autodak speelt een transistorradio. De vissersknechten halen de netten leeg. Tussen de vissen zitten pakjes heroïne.

Ineens is er politie. Iedereen wordt opgepakt, de drugs in beslag genomen. Want Rita is in Palermo met justitie gaan praten.

Filmer Marco Amenta baseerde La Siciliana ribelle op de geschiedenis van Rita Atria. Deze zeventienjarige dochter van het vermoorde maffia-kopstuk Don Vito Atria getuigde in 1992 als een van de eerste ‘testimoni di giustizia’ (getuigen van justitie) in de geschiedenis van de strijd tegen de maffia. Ze was geen ‘pentito’, geen spijtoptant die getuigt in ruil voor strafvermindering. Ze had niks op haar geweten, maar heel veel in haar hoofd. Voor hen die leven in maffioos verband is praten met justitie een ernstiger vergrijp dan je beste vriend omleggen. Dat zij alles wat ze wist deelde met de legendarische anti-maffiarechter Paolo Borsellino was ongekend. En Rita Atria’s getuigenis trof niet alleen machtige mafiosi, maar ook nog eens haar eigen kring.

Hoe dat kan? Eigenlijk kan dat niet, zelfs al is die eigen kring verantwoordelijk voor de moord op je vader. Totdat er iemand is die het te veel wordt. Althans, zo interpreteerde Marco Amenta de geschiedenis. De film volgt nauwgezet het verloop van de juridische geschiedenis van Rita Atria. Maar hier heet zij Rita Mancuso, en op het persoonlijk vlak worden er allerlei vraagtekens ingevuld, tot een sluitend verhaal. Rita Mancuso is het resultaat van gissen, maar het is heel goed mogelijk dat het Rita Atria destijds zo vergaan is.

De film stelt met kleine incidenten vast hoe het is om in één dorp te wonen met figuren die schuldig zijn, macht over jou hebben en er soms plezier aan ontlenen om die macht eens even extra vast te stellen. Je loopt de moordenaar en zijn vazallen tegen het lijf, je leert als kind dat je je kop moet houden. Ben je groot, dan weet je dat juist jij je kop moet houden, en je rug recht. En valt er een appeltje met jou of de jouwen te schillen, dan krijgt uitgerekend iemand de opdracht die jullie na staat. Je vriendje bijvoorbeeld, maar zeker weten doe je dat niet. Dat is de manier waarop de maffia het leven organiseert en de macht aan zichzelf houdt. Wie is de maffia? Iedereen. En dus niemand.

Het lijk van Rita’s broer wordt gevonden. Vermoord. Ze weet wie de opdracht gaf, maar zeggen kan ze dat weer niet. O nee? Zij wel.

La Siciliana ribelle volgt Rita op haar ongekende missie. Ze is wie ze is, een maffiakind, haar wens om te getuigen is haar vendetta. „Ik vertel u wie mijn vader en broer hebben vermoord. En u arresteert ze”, zegt ze tegen de rechter. Dat het zo niet werkt, zal ze leren en dat doet haar pijn. „De maffia zit in je bloed”, zegt de rechter. Ze moet wraak leren onderscheiden van recht. Haar getuigenverklaring is pas bruikbaar als ze onder ogen durft te zien wat de maffia betekent. Wat georganiseerde misdaad uitricht en wat bloeddorst verziekt. Wat haar vader en haar broer hebben aangericht. Maffiosi. Misdadigers. Vermoord. Geen slachtoffers, maar deel van Het Systeem.

Dat Systeem was ook het onderwerp van Gomorra, de geruchtmakende maffiafilm naar het boek van Roberto Saviano, die sinds de publicatie een verscholen leven leidt. Gomorra brengt in een breed opgezette aanklacht in kaart hoe de georganiseerde misdaad zich uitstrekt van de Napolitaanse sloppen tot de Milanese mode-industrie. La Siciliana ribelle is de waterdruppel waar de hele zee zich in weerspiegelt: de film toont hoe intimiteit essentieel is voor de structuur en het succes van de maffia. In de beperking van het dorp, de families, de gezinnen heeft iedereen zijn plaats en houdt iedereen elkaar in toom. Wie zich onttrekt, kiest voor de dood. Aanvankelijk sociaal. Bij gebrek aan inkeer ook fysiek.

Anders dan in Gomorra speelt

het geweld geen hoofdrol. Bloeddorst is de norm, niks bijzonders, beduidt Amenta met zijn beelden. Hij toont vooral de gevolgen: mensenlichamen die zijn gereduceerd tot kadavers. En niemand die ervan opkijkt.

Veel in deze film geschiedt in het halfduister, met snelle bewegingen, geënerveerd en driftig. Rita’s motoriek spoort met deze danse macabre. Haar ronde gezicht is in de schemer vaak een lichte vlek, een ernstige maan. Eerst in haar dorp, dan op de burelen van het Paleis van Justitie, in de rechtszaal, in het kale appartement waar ze als beschermde getuige is ondergebracht. En in de disco. Want dat laat Amento zijn publiek nooit vergeten: dit is een jonge meid.

Haar non-conformisme is onvoorstelbaar moedig. Ze is een verloren dorpsbewoner in het grote Rome, waar de hemel is ingeperkt tot een stukje blauw boven het balkon. En ze is ook nog maar zeventien. Onredelijk als elke puber. Niet te beroerd om er stiekem tussenuit te knijpen als er een leuke jongen in het spel is, ook al zit ze in een getuigebeschermingsprogramma.

Met Veronica d’Agostino als Rita deed de filmer een geweldige greep. Ze probeert niet te behagen en ze zit er niet mee dat ze het moet stellen zonder glamour. Haar gestalte is plomp gehouden, met platte schoenen en onflatteuze, brede kleren. Haar gezicht staat stuurs, met een groef tussen haar wenkbrauwen. Maar de enkele keer dat ze lacht, is d’Agostino innemend als een spelende jonge kat: dan voelen we hoe haar personage haar masker laat zakken. Tegen wil en dank is ze enthousiast, en daar wordt ze zo vrolijk van. Want ze wist niet meer hoe dat voelde, enthousiasme – veel te gevaarlijk. Dat allemaal geeft de actrice prijs met één lach, en met zo’n lach brengt ze ook nog eens over dat Rita sterk doet, maar doodsbang is. Ze betrekt met haar mimiek de kijker bij het lot van haar personage. Je wilt weten hoe het met haar gaat. Je wilt haar redden. En je beseft dat je dat niet gaat lukken.

Rita’s moeder is navenant gecast en geregisseerd: gedrongen, altijd kwaad, en met net zo’n harde kop. Rita haat haar moeder, haar moeder verafschuwt haar dochter. En toch zie je een dochter van haar moeder. De moeder verstoot de dochter – maar niet helemaal. De dochter kan ten slotte geen woord tegen de moeder meer uitbrengen – maar ze belt haar wel op.

Rita heeft niets van haar vader, die vrolijke mooie man die zo’n heerlijk gezelschap was voor zijn wilde dochtertje. Ze mist zijn charme, ze mist zijn dubbelhartigheid, ze mist zijn hypocrisie. Het enige wat Rita van haar vader heeft, is zijn pistool. Die erfenis is de boodschap van haar vader: ik ben een moordenaar, of je dat nou wilt weten of niet.

De vader, de moeder, de dochter

– de film vangt telkens het web van hun verhoudingen, die met de dood van de vader niet veranderd zijn. Marco Amenta presenteert gebaren. Een arm om een hoofd. Een uitdagend geheven kin. Een steelse blik waar zowel de boosheid als de bezorgdheid vanaf spat. Een hamer die uit een handtas wordt getrokken om een grafsteen aan barrels te slaan – wat als metafoor te mooi lijkt om waar te zijn, maar niettemin historisch is.

Rita’s verhouding tot de onderzoeksrechter voegt zich naar die kern. Zij ziet in hem een vader, hij in haar een dochter. Ze kiften, ze zijn aan elkaar gewaagd. Niet dat de film het benadrukt, het is een gegeven en daar voegen regie en spel zich naar.

In de rechtszaal kan de rechter haar niet bijstaan. Ze bindt zelf de strijd aan met de kerels in de beklaagdenkooien die ze haar hele leven al kent. Dankzij haar zijn ze in een, in de film wervelend vastgelegde, politieactie opgepakt en ze sissen haar nu beledigingen en doodsbedreigingen toe. Ze wijkt niet, ze loopt naar ze toe. Prachtig is de superieur opgetrokken mondhoek waarmee ze hen uitdaagt: ik pak jullie. Maar zoals zij hen uit en te na kent, kennen zij ook haar zwakke plek. Haar vader. Heilig. Ja, dat had ze gedacht. Laat Rita maar eens luisteren naar de jonge vrouw die optreedt als getuige à décharge. Ze kent haar toch nog wel? Ze ging nog met haar broer. En Rita’s vader verkrachtte haar. Regelmatig. O, dat wist ze niet? Rita laat zich provoceren en verliest de eerste ronde.

Ze zal dieper moeten buigen en dat leidt tot de mooiste scène uit deze film: de dochter die publiekelijk de wandaden van haar vader erkent, met zijn oude pistool als haar getuige. Het is goed voor de overwinning van justitie. En het breekt iedereen op. De maffia. De rechters. Rita.

Direct daarna worden er twee rechters vermoord. Moorden zijn symbolen voor Rita, zij is van jongsaf gekneed in het duiden ervan. Ze beschouwt de twee lijken als dreigbrieven, als berichten voor haar persoonlijk: denk maar niet dat je van ons kunt winnen. En dat is precies wat ze wel gaat doen.

Met de moord op ‘haar’ rechter heeft ze voor de tweede keer een vader verloren. Ze staat nu helemaal alleen, haar leven is leeg. Ze slaat terug. Ze overwint de maffiabazen en brengt het grootste offer. Maar eerst, ze blijft een meisje, wil ze nog even de liefde leren kennen.

Haar triomf is ons verdriet.

‘La Siciliana ribelle’ draait vanaf 3 september in de bioscoop.Bij uitgeverij Lebowski verschijnt in september ‘Rita Atria, een Siciliaanse rebel’ van Petra Reski.