Begrip voor Pakistan wordt niet gewaardeerd

De hindoenationalisten in India bezinnen zich op hun identiteit na de verkiezingsnederlaag van dit voorjaar. Een prominent partijlid is geroyeerd na te veel lof voor moslims.

Drie maanden na haar gevoelige nederlaag bij de parlementsverkiezingen in India van afgelopen voorjaar toont de hindoenationalistische BJP (Bharatiya Janata Party) voor het eerst weer daadkracht. Woensdag werd unaniem besloten het prominente parlementslid en de politieke veteraan Jaswant Singh (70), in het verleden minister van Defensie, van Financiën en van Buitenlandse Zaken namens de BJP, uit de partij te zetten.

Zijn vergrijp: eerder deze week publiceerde hij een lijvig boek waarin hij zijn bewondering voor Muhammad Ali Jinnah, de stichter van Pakistan, uitspreekt. Volgens Jaswant Singh was niet zozeer Jinnah verantwoordelijk voor de deling van het Indiase subcontinent in augustus 1947, als wel Congress-voormannen als Nehru en Vallabhbhai Patel, respectievelijk de eerste premier en eerste minister van Binnenlandse Zaken van het onafhankelijke India.

De idee dat de schuld van de deling gezocht moet worden aan Indiase kant en niet alleen bij moslimleider Jinnah, druist in tegen de hindoefundamentalistische ideologie van de BJP.

Vier jaar geleden moest partijvoorzitter L.K. Advani terugtreden omdat hij het had gewaagd om Jinnah tijdens een bezoek aan Pakistan te prijzen als een ‘seculier’ leider. Advani (82) is inmiddels terug als partijleider, maar houdt nu zijn mond. Vooral van de zijde van de invloedrijke, rechts-hindoenationalistische basisbeweging RSS is druk uitgeoefend om Jaswant Singh te laten vallen.

Het ontslagbesluit werd genomen op een bezinningsbijeenkomst van de leiding van de BJP in het Noord-Indiase bergresort Shimla. Na het teleurstellende verkiezingsresultaat van mei is de partij in grote verwarring geraakt. Er zijn verschillende conflicten uitgebroken over personen. Advani zelf zei aanvankelijk de consequenties te zullen aanvaarden en af te treden. Maar hij liet zich overhalen tijdelijk aan te blijven om toezicht te houden op restauratie van de partij. Inmiddels heeft hij laten weten „de volledige termijn van vijf jaar” te willen uitzitten. Die aankondiging eerder deze maand heeft weer kwaad bloed gezet bij de RSS. Die vindt dat de partij dringend verjongd moet worden en dat een nieuwe generatie leiders de teugels moet overnemen.

De discussie raakt niet alleen de personele bezetting maar ook de ideologische herbezinning van de partij. Volgens waarnemers heeft de uitslag van de laatste verkiezingen laten zien dat de Indiase kiezer niet gediend is van polarisatie langs etnische en godsdienstige lijnen.

Om die reden zou bijvoorbeeld de omstreden regeringsleider van de deelstaat Gujarat, Narendra Modi, ongeschikt kunnen zijn om de partij te gaan leiden, en eventueel premier van India te worden. Modi geldt als een modern manager die veel investeringen naar Gujarat heeft gehaald en als iemand die niet corrupt is. Maar aan hem kleven ook de bloedige aanvallen door groepen hindoes die in 2002 in de deelstaat werden uitgevoerd op moslims, waarbij de autoriteiten niet ingrepen.

Deze week was Modi een van de eersten om publicatie van het nieuwe boek van Jaswant Singh te verbieden in zijn deelstaat. Dat gebeurde wegens de „lasterlijke verwijzingen” in het boek naar Patel, „de architect van het moderne India” die afkomstig was uit Gujarat, aldus een verklaring van de deelstaatregering. „Op het moment dat je boeken gaat verbieden, verbied je [mensen] om te denken”, reageerde de auteur vanochtend.

In een televisie-interview zei Singh afgelopen maandag dat het beeld dat Jinnah („een ingewikkelde persoonlijkheid met een groot karakter en met een sterke overtuiging”) een hekel had aan hindoes volstrekt misplaatst is. De socialist Nehru wilde een sterk centralistische staat, Jinnah opteerde voor een federale opzet. Het was in essentie een politiek meningsverschil, maar dat is onvoldoende voor het voetlicht gebracht in de geschiedschrijving. „Ik geloof dat we [hem] verkeerd hebben begrepen omdat wij [India] het nodig hadden een demon te scheppen [om hem te schuld te geven van de deling].”

Opvallend zijn ook Singhs opmerkingen over de moslimgemeenschap in India, die is achtergesteld, afgaande op economische cijfers en op vertegenwoordiging in instituties als leger, politie en rechterlijke macht. In zijn boek schrijft hij dat de moslims die in 1947 in hun dorpen en steden zijn gebleven en bewust niet naar Pakistan zijn geëmigreerd „in de steek zijn gelaten” in het nieuwe India. Het onafhankelijke, overwegend door hindoes bevolkte India is er niet in geslaagd hun het gevoel te geven echt te participeren in de samenleving.

In het interview op televisie zei Singh deze week zich goed te kunnen voorstellen dat moslims in India zich afvragen tot welk land zij eigenlijk behoren. „Kijk in de ogen van moslims die in India wonen, en als je de pijn ziet waarin ze leven...”, zei Singh.