Artsen twisten over nut Tamiflu

De epidemioloog Bonneux twijfelt aan het nut van Tamiflu in de strijd tegen griepcomplicaties. Maar de RIVM-adviseurs houden voet bij stuk.

Heeft de virusremmer Tamiflu wel zin, bij de bestrijding van de Mexicaanse griep? De Belgische epidemioloog Luc Bonneux betwijfelt dat. Gisteren schreef hij op de website van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde dat er géén bewijs is dat oseltamivir (de medische naam voor Tamiflu) werkt tegen complicaties bij Mexicaanse griep. Er is daarvoor maar één studie, die bovendien betaald werd door de fabrikant van Tamiflu, Roche, schampert Bonneux. Maar medici van het RIVM, dat de bestrijding van de griep coördineert, weerspreken dat. Volgens hen is er degelijk wetenschappelijk bewijs dat de griepremmers nuttig zijn in de strijd tegen de complicaties van Mexicaanse griep.

Bonneux werkt in Nederland bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut en is geen nieuweling in het debat over de bestrijding van de Mexicaanse griep. Zijn betoog is helder. Ja, Tamiflu verkort hooguit de tijd dat een patiënt ziek is van zeven naar zes dagen. En nee, helaas is het verkleinen van de kans op complicaties zoals ziekenhuisopname, longontsteking en bronchitis niet aangetoond. „Het beeld dat het RIVM over oseltamivir schetst is vertekend”, zegt Bonneux in een toelichting. „Er is slechts indirect bewijs voor de werkzaamheid. Presenteer het dan ook zo.”

Jaap van Dissel, internist in het Leids Universitair Medisch Centrum, is Tamiflu-deskundige en een belangrijke adviseur van het RIVM. over de Mexicaanse griep. Hij kent de kritiek van Bonneux. „Met alle punten die hij maakt, hebben we al rekening gehouden in het rapport dat wij hebben gepubliceerd op de website van het RIVM. Dat rapport is op veel meer studies gebaseerd dan de meta-analyse uit 2003 die Bonneux aanhaalt”, zegt Van Dissel.

Van Dissel geeft toe dat er weinig directe bewijzen zijn voor de werkzaamheid van de griepremmers, „maar ons wordt gevraagd of we denken dat oseltamivir iets kan doen tegen de grieppandemie, en daarop is ons antwoord ‘ja’”.

Van Dissel geeft ook toe dat griepremmers vooral preventief goed werken: iemand die griepremmers slikt loopt na besmetting veel minder kans om daadwerkelijk ziek te worden. Griepremmers doden het virus niet, maar belemmeren de deling ervan.

Van Dissel: „Wij zeggen ‘neem de griepremmer zo snel mogelijk in, al bij de eerste symptomen. Dan smoor je de griep in de kiem.” Maar waarom wordt de griepremmer dan niet voorgeschreven als preventief middel? „Je weet nooit wanneer iemand in contact gaat komen met het virus. Na vijf dagen moet je de behandeling stoppen en ben je weer even kwetsbaar. Bovendien raken we dan zo door de voorraad griepremmers heen.”

Een andere belangrijke RIVM-adviseur, de viroloog Ab Osterhaus, vindt dat de kritiek van Bonneux niet serieus te nemen valt. „De werkzaamheid van oseltamivir is vele malen bij verschillende griepvirussen aangetoond. Als hij kritiek heeft moet hij bij de gerenommeerde tijdschriften zijn waarin die publicaties zijn verschenen.” Maar Bonneux heeft nog een tweede punt: „Die complicaties komen ook veel te weinig voor. De griepremmers zijn dus niet kosteneffectief. Mijns inziens is het veel effectiever om preventief antibiotica te geven. Die voorkomen longontstekingen ook, en daarvan verwacht ik een veel hogere effectiviteit.”

En Van Dissel blijft praktisch: „Uiteindelijk is het aan de arts en de patiënt om te beslissen of een behandeling zinvol is.”

Achtergronden op nrc.nl/griepvirus