Altijd vakantie

‘Morgen is het weer zover,” zegt mama. „Dan ga je weer naar school.” Samen met Rintje fietst ze naar huis. Ze zijn samen de hele dag op het strand geweest.

„Dat kan niet,’ zegt Rintje. „Ik heb nog een hele tijd vakantie!”

„Je hebt al een hele lange vakantie gehad”, zegt mama. „Dit is echt de laatste dag. Maar het is toch leuk om je vrienden weer te zien?”

„Die kan ik ook best zien zonder naar school te gaan!” zegt Rintje.

„Maar juf Wijskop zou je heel erg missen als je er morgen niet bent”, zegt mama.

„Ik heb de school helemaal niet nodig”, zegt Rintje nu boos. „Ik kan ook heus wel zelf iets leren. Jij kan toch mijn juf zijn? Of anders oma, die is ook heel goed in rekenen.”

„Thuis hebben we geen schoolbord”, zegt mama. „En ook geen grote kaarten van de wereld, waarmee je alle landen en steden kan leren.”

Voor het huis zet mama de fiets stil en tilt ze Rintje uit de mand. Langs zijn wang biggelt een traan.

„En toch wil ik nooit meer naar school”, zegt hij. „Ik wil altijd vakantie, samen met jou!”

„Malle jongen”, zegt mama. „Kom, we gaan lekker eten, buiten in de tuin.” Ze geeft Rintje een kus en loopt naar de keuken.

Maar Rintje blijft buiten op de stoep zitten. Hij heeft zich nog nooit zo rot gevoeld.

Nadat mama het eten naar buiten heeft gebracht wil ze Rintje opscheppen.

„Ik hoef niks”, zegt Rintje. „Er is toch niks meer aan. En ik heb ook buikpijn.”

„Kom, we maken er een mooie laatste vakantieavond van”, zegt mama. “ Je zal zien dat je het morgen toch weer heel leuk vindt om op school in je eigen klas te zijn.”

Maar Rintje schudt zijn kop. „Dat zeg je altijd’, zegt hij. „Maar het is niet waar, ik vind school echt heel erg stom!”

„We kunnen toch niet de rest van ons leven vakantie hebben”, zegt mama. „Maar een klein beetje kan het wel. Wacht maar eens even.”

Ze loopt naar binnen en komt even later naar buiten met een heel klein pakje in haar hand.

„Voor jou”, zegt ze. Rintje trekt de strik van het pakje en vouwt het pakpapier open. Om het cadeautje zit nog een laag wit papier. Maar als hij dat voorzichtig openvouwt ligt er een prachtige glanzende schelp voor zijn neus.

„Leg hem maar eens tegen je oor. Dan hoor je de zee. De zee waar we de hele vakantie waren!” zegt mama.

Rintje luistert. „Ja!” roept hij blij. „Ik hoor de zee!”

„Neem hem morgen maar mee naar school”, zegt mama. „Als je de vakantie dan mist, dan luister je even naar je schelp!”