Zij leven in een ander Polen

Marnix Krop, de ambassadeur in Polen, vertrekt. Uit een land dat nog niet af is.

Hij zag een Polen dat bang is dat zijn stem onvoldoende wordt gehoord in Europa.

Het Polen dat hij drie jaar geleden aantrof, is een ander land dan het land dat hij nu verlaat. „De veranderingen gaan zo snel”, zegt Marnix Krop, Nederlands ambassadeur te Warschau. „Dat is wat Polen spannend maakt: er hangt hoop en verbetering in de lucht. Het is een land dat niet af is.”

Zo bezien lijkt Duitsland, zijn volgende en laatste ambassadeurspost, een stuk saaier. Krop (60) maakt zich er geen zorgen over. Het westen van Duitsland mag dan „aangeharkt” zijn, het voormalige Oost-Duitsland is dat veel minder. „Mijn Poolse ervaring zal goed van pas komen.”

Polen. Krop is het land vaak tegengekomen. Bijvoorbeeld in de jaren tachtig, toen hij voor de Wiardi Beckman Stichting werkte, en er in linkse kringen verhitte discussies waren over Solidarnosc, de anticommunistische vakbond van Lech Walesa. Want kon dat? Arbeiders die zich tegen de arbeidersstaat keerden?

In 1989, toen het communisme viel, was Krop speechschrijver voor Hans van den Broek, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Hij schreef zich suf. „De wereld stond op z’n kop. Geweldige jaren.” En nog later, als directeur-generaal Europese Samenwerking speelde hij een rol in de onderhandelingen over de uitbreiding van de Europese Unie.

In 2006 was hij er dan echt, in Polen. En hoe. Er woedde een ‘morele revolutie’, aangezwengeld door de toenmalige premier Jaroslaw Kaczynski en tweelingbroer Lech, de huidige president. Een revolutie met Nederland en Duitsland als schrikbeelden. Nederland, dat was abortus en euthanasie, Duitsland historisch revisionisme en economische realpolitik. Vooral het plan van aartsvijand Rusland om samen met Duitsland een gaspijplijn in de Oostzee te bouwen, een aanvoerroute die Polen omzeilt, zette kwaad bloed.

Drie jaar later is de rust teruggekeerd. In 2007 versloeg de rechts-liberale Donald Tusk Jaroslaw Kaczynski in verkiezingen. De „dialoog van doven”, zoals Krop het noemt, is voorbij. Een gesprek over geschiedenis, diplomatie en de EU.

Was uw tijd in Polen wat u ervan verwacht had?

„Ja. Ik kende Polen uit de literatuur, maar wilde een fysieke ervaring van het Midden-Europese perspectief. In discussies over de uitbreiding zijn we vaak te technisch bezig, we kijken of het juridisch klopt en minder naar emoties. Maar het doet nogal wat met je hoofd, als je eeuwenlang tussen Rusland en Duitsland hebt gelegen.

„Zo was er recent de klimaatdiscussie. Zij zitten op een berg kolen, wij op een berg gas. Wij redeneren vanuit het perspectief van een rijpe, welvarende economie. Zij moeten nog 20, 25 jaar doorpakken voordat ze het EU-gemiddelde hebben gehaald.

„Daarvoor was er de discussie over het Verdrag van Lissabon, de opvolger van de Europese Grondwet. De Polen eisten meer stemgewicht, niemand begreep dat. Na een tijdje begreep ik het wel: de Polen zijn bang voor manipulatie door Rusland, ze vrezen dat hun stem in de Europa onvoldoende wordt gehoord.”

De Nederlandse Gasunie is ook betrokken bij de Duits-Russische gaspijplijn. Kreeg u daar lastige vragen over?

„Dat viel erg mee. De Polen nemen het Duitsland kwalijk, maar Nederland eigenlijk niet. Ze begonnen er wel over, maar in grote rust, niet met gebalde vuisten. Bovendien kan Nederland in dit dossier de rol van bemiddelaar spelen.

„Polen zijn gefascineerd door Nederland. Wij zijn klein, maar tegelijk economisch groot. Zij zijn het omgekeerde, maar toch voelen ze zich niet bedreigd door ons. Ik geloof dat wij een van de weinige landen zijn waarmee ze nooit in oorlog zijn geweest.

„Bovendien heeft Nederland onder het communisme en later, tijdens de economische transformatie, hier altijd een positieve rol gespeeld. De eerste bedrijven die zich hier begin jaren negentig vestigden, waren uit Nederland afkomstig. En die bleven ook, het was geen hit and run.”

Is Polen een belangrijke bondgenoot voor Nederland?

„Ja en nee. Polen is geen natuurlijke partner. Daarvoor zijn de verschillen te groot. Tegelijkertijd is Polen een van de grote zes in de EU, het zit bij het G6-overleg, wij niet. Het heeft een zeker gewicht in Brussel, hoewel het zich in de afgelopen jaren ook vaak heeft ontpopt tot ‘hindermacht’.

„Over Rusland zijn zij nerveuzer, maar als het gaat om militaire missies vinden we elkaar moeiteloos. In Afghanistan werken we goed samen. En ook in de financiële crisis zijn we bondgenoten. De Polen vinden dat wij de juiste dingen zeggen. Zij zijn ook bang voor protectionisme, zij willen ook meer toezicht op banken.”

Heeft u zich de afgelopen jaren wel eens echt geërgerd?

„Niet geërgerd, wel verbaasd, vooral in de discussie over het stemgewicht in Europa. De toenmalige regering redeneerde dat er meer Polen zouden zijn geweest als Duitsland de oorlog niet was begonnen. Dat was historische onzin, want zonder de oorlog zouden er ook meer Duitsers zijn geweest. Gelukkig is er veel veranderd. Het Poolse enthousiasme over Europa is ongekend groot, er zijn veel minder verkrampte discussies over soevereiniteit. Polen heeft nu ook een positieve EU-agenda. Overigens is het echt een wonder wat hier sinds 1989 tot stand is gebracht. Het land is lichtjaren verder.”