Waarom is bijna alles in de natuur groen gekleurd?

Tijdens een wandeling in de natuur ontkom je er niet aan. Groen is het, overal waar je kijkt, vooral in de lente en de zomer. Hoe komt het dat groen in de natuur zo’n dominante kleur is, vraagt Teun Hubar uit Amsterdam zich af.

Alhoewel groen volgens tv-bioloog Midas Dekkers tegenwoordig symbool staat voor alles wat goed is, is de kleur volgens hem niet meer dan het „afval van de natuur”. Dekkers: „Planten en bomen leven van de energie die ze uit zonlicht halen. Ze gebruiken de energierijke delen uit het witte licht van de zon. Wat dan overblijft is groen.”

Een wat gedetailleerder antwoord komt van Kris van Koppen, hoogleraar natuur- en milieueducatie aan de Universiteit Utrecht. Volgens hem wordt de groene kleur veroorzaakt door chlorofyl. „Dit is het belangrijkste bestanddeel in de natuur.”

Met behulp van chlorofyl zetten planten, gras en bladeren de energie van zonlicht om in chemische energie die wordt gebruikt voor fotosynthese. Dit is een proces waarbij voedingsstoffen en zuurstof worden gemaakt uit kooldioxide en water. „En dat chlorofyl is toevallig groen”, aldus Van Koppen.

Dan kan je je nog afvragen wáárom chlorofyl groen is, net zoals je je af kunt vragen waarom een banaan geel is en een tomaat rood. De kleur van objecten zoals mensen die waarnemen, wordt bepaald door het deel van het licht dat door het object wordt teruggekaatst. Het deel dat geabsorbeerd wordt door het object is niet zichtbaar. „Chlorofyl absorbeert blauw en rood licht en reflecteert groen licht. Dit zorgt voor de groene kleur van bladeren”, vertelt Stephanie Kraneveld, kleurendeskundige bij Akzo Nobel Decorative Paints.

In de herfst verkleuren groene bladeren, omdat de chlorofylen worden afgebroken. Anders gekleurde pigmenten blijven over. Die zorgen voor de diversiteit aan herfstkleuren. Bomen met rode bladeren, zoals de rode beuk, bevatten naast chlorofyl veel rode pigmenten die de groene kleur overdekken. Ook deze bomen doen aan fotosynthese.

Wilmer Heck