Veiligheidsdiensten falen in Bagdad

De zware bomexplosies die gisteren in Bagdad zeker 95 levens eisten, legden de zwakte van de Iraakse veiligheidsdiensten bloot. De Amerikanen zijn immers weg uit de steden.

De Amerikaanse aanwezigheid in Irak wekt twee tegenstrijdige gevoelens bij veel Iraakse burgers op: het zijn bezetters die zo snel mogelijk weg moeten, en: ze moeten blijven want ze zijn de enigen die ons kunnen beschermen tegen extremisten.

Daarom werd met grote bezorgdheid aangekeken tegen de dag van 1 juli, toen in overeenstemming met het bilaterale troepenakkoord alle Amerikaanse gevechtstroepen uit stedelijke gebieden moesten zijn teruggetrokken. Maar tot gisterochtend was het aantal doden bij aanslagen en moorden – 530 sinds 30 juni, volgens persbureau AP – ongeveer op hetzelfde peil gebleven als in voorgaande maanden, die als rustig golden in vergelijking met 2006 en 2007. Doelwit vormden in het algemeen niet of nauwelijks bewaakte plaatsen als markten en afgelegen dorpen. Het regeringsstandpunt bleef overeind dat sunnitische extremisten van Al-Qaeda-in-Irak en voormalige Ba’athisten, die doorgaans als schuldigen worden gezien, de afgelopen twee jaar ernstig waren verzwakt en de Iraakse veiligheidsdiensten hen aankonden.

Maar de bomexplosies die gisteren 95 levens eisten in Bagdad bewaarheidden de ergste angst van de Irakezen. Verscheidene vrachtwagens volgeladen met explosieven ontploften bij belangrijke symbolen van de overheid als de ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken in een buurt die veilig werd geacht, vlakbij de zwaar bewaakte Groene Zone. Behalve de doden vielen er meer dan 650 gewonden en de materiële schade is enorm. Het was de dodelijkste aanslag sinds 1 februari 2008.

Het staat vast dat het vertrouwen in de Iraakse diensten die sinds 1 juli verantwoordelijk zijn voor de veiligheid, daarmee ook een zware klap heeft gekregen. Zelfs de veiligheidswoordvoerder voor Bagdad, generaal-majoor Qassim al-Moussawi, legde gisteren een deel van de schuld neer bij leger en politie. „Uit deze operatie blijkt onachtzaamheid [..] waarvoor de Iraakse troepen het grootste deel van de verantwoordelijkheid moeten dragen”, zei hij op de staatszender Al-Iraqiya.

In een uitgelekt memo schreef een hoge Amerikaanse militaire adviseur, kolonel Timothy Reese, vorige maand dat de veiligheidsdiensten niet meer te verbeteren waren – niet omdat ze zo goed waren, maar omdat het leiderschap niet in staat was tot verandering.

Reese schreef dat de militaire cultuur van het Ba’ath-Sovjetmodel onder Saddam Hussein leger en politie in zijn greep had gekregen en niet zou wijken. Hij voegde eraan toe dat onder officieren corruptie wijdverspreid was, dat nepotisme en vriendjespolitiek bij bevorderingen gewoon waren, dat verwaarlozing en mishandeling van soldaten de norm waren, dat luiheid endemisch was en dat tegenover elk verhaal over een goede militair met initiatief tien voorbeelden stonden van het meest fundamentele gebrek aan militair inzicht.

Maar Reese achtte de Iraakse veiligheidsdiensten op dat moment niettemin in staat om „het huidige niveau van dreiging van sunnitische en shi’itische gewelddadige groepen” aan te pakken. Daarom, schreef hij, „is het tijd voor de Verenigde Staten om de overwinning uit te roepen” en zich versneld terug te trekken.

Premier Nouri al-Maliki, die de Amerikaanse terugtrekking uit de steden tot overwinning voor Irak heeft uitgeroepen, suggereerde eerder deze maand daar wel oren naar te hebben. Het is niet duidelijk of hij dat serieus meende. Sommige parlementsleden keerden zich deze week openlijk tegen een versnelde terugtrekking. Abbas al-Bayati, voorzitter van de veiligheidscommissie van het parlement, zei tegen AP dat de Amerikanen „een verantwoordelijke terugtrekking” hadden beloofd en „hun verplichtingen moeten nakomen”. Volgens het troepenakkoord moeten alle Amerikaanse militairen voor 2012 weg zijn.

Om de bevolking te laten zien dat Irak op weg was een normaal land te worden – er zijn immers begin volgend jaar weer parlementsverkiezingen die de premier wil winnen – had Maliki opdracht gegeven alle betonnen veiligheidsmuren die de afgelopen jaren in de hoofdstad zijn gebouwd, tegen half september te slopen. „De verwijdering zal de veiligheid niet beïnvloeden, daarover zijn we niet bezorgd”, zei eerder deze week de commandant van de veiligheidsdiensten in Bagdad, generaal-majoor Abboud Qanbar, tegen het persbureau Reuters. „We hebben een moedige en dappere beslissing genomen op basis van ons vertrouwen in de veiligheidsdiensten.”