Stembus Afghanistan

De Talibaan doen vandaag op eigen wijze mee aan de presidentsverkiezingen in Afghanistan. Her en der in het land hebben ze met geweld geprobeerd het electorale proces te verstoren. De Talibaan hadden dat al per e-mail aangekondigd. President Karzai reageerde daarop met een censuurmaatregel. De media mochten van hem geen verslag doen van eventueel geweld tijdens deze verkiezingsdag.

Deze censuur is, los van het principiële bezwaar, heilloos. Ook zonder nieuwsvoorziening weten de Afghanen goed welke risico’s ze lopen als ze gaan stemmen. Zeker in het zuiden, waar de Talibaan sterk zijn. Als ze al niet ter plaatse worden betrapt, dan kan de moeilijk afwasbare inkt voor een vingerafdruk op het stembureau, een methode om fraude tegen te gaan, de kiezer naderhand verraden.

Dat is eens te meer cynisch, omdat er nu al gerede twijfel bestaat over de eerlijkheid van de verkiezingen. Er doen wilde verhalen de ronde over pogingen tot manipulatie. Dat ligt ook voor de hand. Karzai heeft de afgelopen vijf jaar geen centrale structuren opgebouwd, maar in toenemende mate zijn toevlucht gezocht tot regionale clans, met alle corruptie van dien. Zijn broer deelt de lakens uit in opiumbolwerk Kandahar. En zonder krijgsheren, die elders heer en meester zijn, is Karzai een verwaarloosbare factor. Zo lijkt de president, die zijn machtsbasis heeft onder de Pashtun-stammen in het zuiden, het vlak voor de verkiezingen op een akkoordje te hebben gegooid met warlord Dostum. Deze etnische Oezbeek, die in de jaren tachtig vocht aan de zijde van het Sovjetleger, keerde vorige week met instemming van Karzai uit ballingschap terug. En de Tadzjiek Qasim Fahim, die goede banden met Moskou onderhoudt, heeft hij het vicepresidentschap aangeboden.

Aan het einde van zijn eerste termijn is de tribale en etnische kaart in Afghanistan zo alleen maar belangrijker geworden. Karzai heeft de verwachtingen van zijn Amerikaanse beschermheren dus niet waargemaakt. Maar die waren vanaf het begin in 2004 ook te hooggespannen. Afghanistan is immers geen staat maar een lappendeken, verscheurd door een burgeroorlog die intussen dertig jaar duurt.

Toch kunnen de verkiezingen betekenis krijgen. Die ligt in de uitslag zelf. Aan de vooravond twijfelde bijna niemand aan de overwinning van Karzai. Maar als de opkomst in het zuiden dramatisch laag blijkt, is de noordelijke kandidaat Abdullah iets kansrijker om een tweede ronde te forceren. Als de Talibaan hun dreigementen tegen kiezers echter niet (kunnen) waarmaken, is dat juist een steuntje in de rug voor de legitimiteit van de verkiezingen. Nog belangrijker is de manier waarop de partijen met de uitslag omgaan. Zoeken de verliezers straks naar nieuwe coalities of verschansen ze zich met de wapens?

Het is beter om niet veel hoop te koesteren. De teleurstellingen sinds het verjagen van de Talibaan in 2001 zijn te talrijk geweest om al te veel optimisme over een democratischer proces in Afghanistan te rechtvaardigen.