Stagiair ingezet als goedkoop personeel

Vrijwel alle studenten gaan tijdens hun opleiding op stage. Bij een onlangs geopende klachtenlijn klagen stagiairs over slechte begeleiding en een onplezierige werksfeer.

Zomaar een klacht bij de Meldlijn Stageklachten. „Toen twee eigen medewerkers van het bedrijf werden ontslagen, werd ik voor 160 euro per maand stagevergoeding aan de telefoon gezet. De begeleiding die ik kreeg, was erg slecht, de baas veranderde steeds zijn ideeën. Daardoor heb ik na drie maanden nog niet fatsoenlijk aan mijn scriptie kunnen beginnen.”

Dat is een van de tweehonderd klachten die binnenkwamen bij de in maart opgerichte Meldlijn Stageklachten, een initiatief van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), CNV Jongeren en het Interstedelijk Studentenoverleg. De lijn is geopend omdat de LSVb vaak individuele klachten binnenkreeg en blijft open tot oktober.

De LSVb verwacht vooral in september een verdere toename van de klachten, omdat dan weer veel stages beginnen. Het gebrek aan begeleiding is een groot probleem volgens de studenten, zowel op de stageplek als vanuit hun opleiding. Er lijkt in dat opzicht weinig veranderd ten opzichte van vorig jaar. Toen deed stagebemiddelaar Stageplaza een uitgebreid onderzoek onder 1.476 stagiairs, van wie 36 procent ontevreden bleek over de begeleiding. Gerard Oosterwijk, voorzitter van de LSVb: „We hebben nog geen definitieve cijfers, de klachtenlijn is nog open, maar ik vraag me inderdaad af of er veel verbeterd is.”

Een andere veelgehoorde klacht is die van de ‘uitbuiting’. Stagiairs worden ingezet als goedkope vervanging van regulier personeel. Goedkoop is één ding, soms moeten stagiairs er zelfs op toeleggen. Een klager: „Ik moet hier alleen maar onderzoek doen, zit dus veertig uur per week achter een computertje. Ik krijg ook geen stagevergoeding. Het kost mij juist 50 euro per week om hier te komen.”

Ook hebben veel stagiairs moeite met de sfeer bij het bedrijf waar ze stage lopen. Stagiairs voelen zich minderwaardig of ervaren de sfeer binnen een bedrijf als negatief. Een klager: „Er wordt veel geroddeld over iedereen binnen het bedrijf, ook door de begeleider bij wie ik zit. Ik heb het gevoel dat ze een hekel hebben aan stagiairs en dat maakt de werksfeer voor mij erg onaangenaam.”

Dat hoeft overigens niet alleen aan de stage te liggen – bij sommige bedrijven is de werksfeer ook voor anderen onplezierig. Oosterwijk: „Dat is zo. Maar dan nog, als er elke keer mensen naar zulke bedrijven worden gestuurd, dan lijkt het mij toch beter om die bedrijven uit de roulatie te halen.”

Waarom grijpen stagiairs zelf niet in? Dat is een groot probleem, zegt Oosterwijk. „Stagiairs met klachten zitten vaak in een onmogelijke positie. Ze kunnen nergens heen met hun klachten, omdat dit hun stagebeoordeling vaak negatief beïnvloedt.”

Stagiairs zijn volgens Oosterwijk bang dat de opleidingsinstelling in het geval van ernstige klachten de stageopdracht zal intrekken of afkeuren. En dan moeten ze opnieuw beginnen.

Opleidingsinstellingen die zich hierin niet herkennen en denken dat ze het wel goed doen, kunnen sinds 3 augustus meedingen naar de ‘begeleidingstrofee’. Daarvoor is een website opgericht. Initiatiefnemer is Piet Kempen, emeritus hoogleraar organisatieadviesprocessen en schrijver van het boek Competent afstuderen en stagelopen.

Kempen propageert al jaren een standaard begeleidingsmodel voor onderwijsinstellingen. „Heb je dat niet, dan krijg je de keten opleiding-student-bedrijf niet onder controle.” De trofee is bedoeld om opleidingen te stimuleren. „Als het me lukt hiermee eindelijk wat meer beweging in het verbeteren van stages te krijgen, ben ik tevreden.”

Overigens klagen niet alleen de studenten. Ook bedrijven zijn niet altijd even gelukkig met de stagiairs die ze krijgen. Zij melden dit weliswaar niet bij een klachtenlijn, maar stagebemiddelaars zoals Stageplaza krijgen de klachten van bedrijven wel te horen.

Rogier Kind van Stageplaza: „Ze klagen over stagiairs met een passieve houding of die te laat komen. Of mensen die iets met copywriting zouden gaan doen en slecht Nederlands blijken te schrijven. Dat soort problemen zijn er heus wel.”

Maar volgens Kind zijn dat uitzonderingen. En is het voor bedrijven ook niet zo’n groot probleem: „Voor een bedrijf is het toch: voor deze stagiair tien anderen.”

Volgens de grote stagebemiddelaars Stageplaza, Stagemotor en Studentenbureau neemt het aantal stageplaatsen door de recessie af. Hbo’ers en studenten aan universiteiten hebben hier het minst last van. De communicatie, ICT en zakelijke dienstverlening zagen zelfs een toename in het aantal stages. Stagiairs worden wel gewaarschuwd op te letten dat er geen misbruik van hen wordt gemaakt.

Voor mbo’s pakt de recessie een stuk slechter uit. Volgens het Researchcenter voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht zal het aantal aangeboden stages voor de zogeheten beroepsbegeleidende leerweg door de crisis sterk afnemen.

In augustus komen volgens het ROA 150.000 van de 500.000 stages voor mbo’ers in gevaar. Deze studies leiden op voor banen in conjunctuurgevoelige sectoren zoals de bouw, de metaalsector en de auto-industrie. Stagiairs worden in die sectoren als eersten geofferd.