Schuifelen in een ruitjespak

Driss Tafersiti kwam als jonge Marokkaanse gastarbeider naar Nederland. Hij bleef. Wekelijks feuilleton over zijn belevenissen.

'Ik kreeg een zoen [...] als ik een bos bloemen op haar bagagedrager achterliet.' Bike with Flowers, Amsterdam, Holland Jupiterimages

Ze zoende me. Op de stoep voor het visrestaurantje, waar we ons eerste afspraakje hadden. Dit was het begin van de meest wervelende periode uit mijn leven. Ik was tot over mijn oren verliefd en na de bevestigende zoen weerhield niets mij ervan om er in te zwelgen. Thuis schreef ik in een slordig handschrift de meest vurige liefdesbriefjes, die ik op het werk stiekem aan Jolanda gaf. Ik plukte bloemen uit de gemeentelijke bloembakken, bond er een touwtje omheen en legde die op de bagagedrager van haar fiets. De zware bakken vol met vis, die ik tijdens het werk moest tillen, voelden zo licht als veertjes. Het grijze IJmuiden stroomde door mijn verliefdheid vol met ontelbare kleuren. Er was een God die het beste met mij voor had. Misschien was het mijn God, of die van Jolanda. Wie het ook was, ik dankte Hem elke dag op mijn blote knieën.

Eigenlijk wilde ik gekkere fratsen uithalen om mijn liefde aan Jolanda te tonen. Maar ik hield mij in, want ik was er niet zeker van dat zij evenveel voelde voor mij als ik voor haar. Ze vond mijn krabbels op roze papier schattig en altijd kreeg ik een zoen op mijn wangen als ik weer eens een bos bloemen op haar bagagedrager achterliet. Ze kon van mijn krullen geen genoeg krijgen, altijd woelde ze er met haar vingers doorheen. Van mijn twee pakken vond Jolanda die met ruitjesmotief het mooist. Als we gingen wandelen, wilde ze graag dat ik het aan had. Over Marokko wilde ze alles weten, in het bijzonder over hoe ik mijn leven daar had doorgebracht. En toch bleef ik mij afvragen: waren we evenveel verliefd op elkaar?

De eerste stap naar een antwoord op die vraag kwam toen Jolanda mij meenam naar het jeugdhonk, waar zij elke zaterdagavond doorbracht met haar vrienden. Nog niet eerder had ik haar vrienden ontmoet. Aan het begin van de bewuste avond was ik bloednerveus. Wat zouden ze van mij en mijn relatie met Jolanda vinden? In mijn ruitjespak kwam ik samen met Jolanda het jeugdhonk binnen. Ik was de enige met een pak aan, wat mijn nervositeit alleen maar verergerde. Uit de luidsprekers klonk geen Zangeres Zonder Naam, zoals ik verwacht had, maar lange gitaarsolo’s en Engelse stemmen. Jolanda stelde mij voor aan haar vrienden en vriendinnen. Ik hield het bij een vriendelijk glimlachje. De zenuwen hadden mijn keel dichtgesnoerd. Terwijl Jolanda druk in gesprek was met haar vrienden, stond ik er zwijgend bij. Ik kon nauwelijks volgen waar ze het over hadden.

Ik begon mij een blok aan Jolanda’s been te voelen. Om iets te doen te hebben, liep ik naar de bar en bestelde een drankje. De gedachte bekroop mij of ik er wel goed aan deed om hier te komen. Dit was Jolanda’s wereld, niet de mijne. Ik keek toe hoe zij van het moment met haar vrienden genoot, en hoe ze lachten om elkaars opmerkingen. Toen kreeg Jolanda mij in het oog en liep op mij af.

„Heb je het naar je zin?” vroeg ze. „Ja hoor”, zei ik en haalde mijn schouders op. „Als je het niet leuk vindt, kunnen we ook ergens anders naartoe gaan.” „Nee joh, je vriendinnen wachten op je.” „Die kunnen nog wel wat langer wachten”, zei ze en trok me mee naar de dansvloer. Ze sloeg haar armen om mij heen en legde haar hoofd op mijn schouder. Iedereen keek hoe we schuifelden. Zo gaf Jolanda een duidelijk signaal af: dit is Driss Tafersiti, een Marokkaanse gastarbeider, en hij is de leukste jongen van heel IJmuiden. Ze zoende me.