's Zomers naar school

Het is een proefproject en het duurt vier jaar: in 25 gemeenten krijgen basisscholen van de staatssecretaris van Onderwijs een budget voor ‘verlengde onderwijstijd’. In extra schooluren kunnen leerlingen leerachterstand wegwerken en hun taalvaardigheid vergroten en bestendigen. De leiding van elke proefproject-school maakt zelf uit hoe de uren worden ingevuld en wanneer ze worden gegeven, zij het steeds met instemming van leerkrachten en ouders.

Dat leidt tot een versnipperd beeld. Op sommige scholen zal dagelijks een uur extra gewerkt worden aan basisvaardigheden. Met alle leerlingen. Of met een deel van hen. Soms verplicht. Elders onverplicht. Weer elders hopen scholen de taalvaardigheid te stimuleren met sportieve en culturele activiteiten. In 5 van de 23 gemeenten wordt in de zomer van 2010 gemikt op een ‘zomerschool’. Daar kunnen bijvoorbeeld achtste-groepers de laatste drie van hun zes weken vakantie besteden aan een opfriscursus.

De scholen zijn onderworpen aan een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van de verlengde schooltijd. De prestaties van alle leerlingen die aan het project deelnemen, worden in kaart gebracht.

Niemand weet of het werkt, die extra uren in de klas voor kinderen die er dan al een hele schooldag op hebben zitten. Voor één manier van schoolverlenging zijn er echter wel aanwijzingen voor wat het kan opleveren. Doordat er al onderzoek is gedaan, en ook doordat er al enige ervaring mee bestaat: de zomerschool.

Zo is de zomerschool in de Haagse Schilderswijk een succes, zowel voor de aspirant-brugklassers die zich warmlopen als voor de middelbare scholieren die er bepaalde vakken komen bijspijkeren, en ook voor de vmbo’ers die zich er voorbereiden op de overstap naar een mbo-opleiding. Natuurlijk, dit is geen sluitend bewijs. Maar het effect en de populariteit van de zomerschool kan ermee samenhangen dat lange schoolvakanties bewezen schadelijk zijn voor zwakke leerlingen.

De lengte van de zomervakanties – zes weken voor de basisschool, zeven weken voor het voortgezet onderwijs – zou weleens een reëel probleem kunnen zijn. En niet alleen voor zwakke leerlingen. Ook sterke leerlingen hebben er baat bij om de schoolgang niet te lang achtereen te onderbreken.

Nu en dan is er, met wisselende argumenten, een voorstel om die schoolvakanties te bekorten door ze over het volledige schoolseizoen te spreiden. Het verzet ertegen is fel.

Onderwijzers kunnen lyrisch zijn over de bevredigende inhoud van hun baan: het contact met jonge mensen omschrijven ze als onvergelijkelijk, het voorrecht een ander iets bij te brengen is hun een zegen. Velen zetten zich enorm in voor leerlingen in het nauw. Maar die vrije zomer, die verder geen enkel beroep kent, beschouwen veel leerkrachten als het geëigende privilege dat de zwaarte, het veronderstelde geringe prestige en de matige betaling van hun werk verzoet.

En toch zijn er docenten die lesgeven op zomerscholen. Gelukkig maar.