Nuijens, van gamekampioen tot hoogspringtalent

Hoogspringer Martijn Nuijens is gevormd door een oud-Sovjet-trainster. Morgen staat hij in de finale van de WK, die hij nooit had gedacht te bereiken.

Met een klein gebaar en een brede glimlach maakte Martijn Nuijens vanaf de baan zijn trainster Gina Dubnova attent op het scorebord in het Olympiastadion van Berlijn. Daar stond gisteren, tijdens de kwalificatie hoogspringen: 1. Nuijens (Ned), 2,27 meter. En dat bij de wereldkampioenschappen atletiek. Wie had dat gedacht? Nuijens niet. Dubnova wel.

Het was een mooi moment voor de 25-jarige Nuijens en de 60-jarige Dubnova, het eigenzinnige duo dat geen cent te makken heeft en daarom des te meer genoot van de finaleplaats die de hoogspringer afdwong. En het scheelde een beenhaar of Nuijens had over 2,30 meter gesprongen, wat een evenaring van het Nederlands record van Wilbert Pennings uit 1999 zou hebben betekend. Nu volstond zijn sprong van 2,27 meter voor de eindstrijd van morgenavond.

Eigenaardig, zoals de loopbaan van Nuijens verloopt. Maar vooral wonderlijk hoe een jongen uit Den Helder terecht is gekomen bij een gevluchte Moldavische in Sittard. Toen de trainster Nuijens drie jaar geleden bij een wedstrijd in Zoetermeer zag, was ze verrukt over zijn talent. Zo’n springwonder had Dubnova zelfs in haar Sovjet-tijd niet meegemaakt. Ze vroeg of hij een trainer had. Nee, antwoordde Nuijens. Samen met zijn vader, die hem begeleidde, deed hij maar wat. Of zij hem mocht trainen? Ja, waarom niet.

Die toezegging leidde vanwege de grote afstand tot veel logistiek gedoe, waaraan Nuijens dit jaar een einde maakte door naar Sittard te verhuizen. Met de nodige tegenzin. Hij mist Den Helder. Dubnova was blij, want voor haar was het een voorwaarde om van Nuijens de topper te maken die ze in hem ziet.

En Dubnova spreekt met gezag, want ten tijde van de Sovjet-Unie behoorde ze tot de hoogste categorie trainers. Na het uiteenvallen van haar land – „het slechtste wat me is overkomen” – vluchtte ze later voor de burgeroorlog in Moldavië, de deelrepubliek waar ze is geboren. Na wat omzwervingen belandde Dubnova in Sittard, waar ze trouwde met een Nederlander, van wiens pensioen ze nu leeft.

Een schande, meent Dubnova, die vindt dat de Atletiekunie Nuijens en haar financieel zou moeten ondersteunen. Daar dacht de bond anders over, zodat het tweetal elke cent moet omdraaien. Nuijens heeft om die reden bewust zijn studie elektrotechniek verlengd. „Want zonder studiefinanciering kan ik niet sporten.”

In financieel opzicht had Nuijens beter kunnen blijven gamen, het computerspel Unreal Tournament waarin hij in 2003 in Zuid-Korea wereldkampioen werd. Nuijens deed het niet, omdat hij perspectief ziet als hoogspringer. Daarvan moest hij wel eerst door Dubnova overtuigd worden. „Ik was een onvolwassen dorpsjongen die in zijn eigen wereld leefde”, verklaart Nuijens zijn aanvankelijke scepsis. „Maar Gina is ook pedagoge, die me erop heeft gewezen dat ik mijn blik moest verbreden. En daarin is ze geslaagd. Vandaar dat ik dit jaar zo goed presteer.”

Intussen heeft Nuijens de mentale aspecten van het hoogspringen leren doorgronden. „Het is een psychische sport”, heeft hij ontdekt. „Het is net als met karate. Daar gaat het ook om de laatste klap om die steen doormidden te kunnen slaan. Bij hoogspringen bepaalt de laatste stap, de afzet, of je hoog genoeg springt; daarin moet alle emotie worden gelegd. Wat dat aangaat heb ik wat van het gamen geleerd, daar komt het ook aan op inzicht en visualiseren.”

Nuijens gaat morgen in de finale een groot avontuur tegemoet. Hij is vooral benieuwd of hij binnen drie dagen de flow van gisteren opnieuw kan oproepen. „In het verleden heb ik wel eens twee wedstrijden gesprongen, maar dit is een WK waarin de belasting groter is. Overigens had ik destijds in de tweede wedstrijd meer energie dan in de eerste.”

Een nadeel voor Nuijens bij de WK is de aanvangshoogte. Hij houdt ervan om in een ritme te komen en daar heeft hij veel sprongen voor nodig. Dubnova en hij hangen de theorie aan dat een hoogspringer zowel mentaal als fysiek op zijn best is bij de elfde en twaalfde sprong. Het is zeer de vraag of Nuijens dat aantal haalt in de finale, waarin wordt begonnen bij 2,15 meter.

Maar Nuijens hoort inmiddels wel in de finale van een WK thuis, daar kan zelfs hij niet meer omheen. Dat moet een merkwaardige ervaring zijn voor iemand die ooit beweerde dat hij niets op een WK te zoeken heeft. Dat had te maken met zijn zelfbeeld, zegt Nuijens. „Ik dacht altijd dat de talrijke hoogspringers beter waren dan ik. Schijnbaar is de mentale belasting voor anderen net zo groot als voor mij. Maar ik ben nog niet de beste ter wereld. Ik heb nog zeker twee jaar nodig om dat te worden.”