'Netwerken heeft enorm geholpen'

Door de crisis gooien veel mensen noodgedwongen het roer om: ze beginnen voor zichzelf, gaan studeren of kiezen een ander vak. Jenny Josqui (62) volgt een studie voor persoonlijk coach én richtte een eigen bedrijf op.

„Ik kreeg jarenlang goede beoordelingen, met een gouden randje. Maar op een gegeven moment, in de loop van 2006 en in 2007 ‘kwam er niet meer uit wat er uit moest komen’. Ik kreeg van alles tegelijk te verwerken: eind 2006 het overlijden van mijn zoon, tegelijkertijd een reorganisatie van het bedrijf en spoedig daarna een nieuwe directeur. Eigenlijk was ik min of meer overspannen, zeg maar uit balans, waardoor ik ziek werd. Uiteindelijk leidt zoiets vaak tot een arbeidsconflict.

„Ik was hoofd marketing en sales bij een bedrijf dat cursussen en trainingen geeft voor leden van ondernemingsraden. De nieuwe directeur was aangetreden in 2007. Hij kwam van buiten en had een andere visie op de marketing van onze activiteiten en op productontwikkeling. Wellicht had hij ook een verborgen agenda.

„Enerzijds was er een zakelijk conflict, anderzijds m’n eigen problemen die mij uit evenwicht hadden gebracht. De directie begon mij dan ook aan te spreken op mijn functioneren, en al snel zat ik ziek thuis. Een werkgever moet dan allerlei stappen nemen, zoals een reïntegratietraject. Ze moeten laten zien dat ze het beste met je voor hebben, dat ze alles hebben geprobeerd, want dat staat nu eenmaal in de wet. Maar steeds werd de bal bij mij gelegd. Uiteindelijk was er wederzijds geen begrip meer, en dan is het snel einde oefening. Formeel ben ik ‘met wederzijds goedvinden wegens een verstoorde arbeidsrelatie’ in januari 2009 weggegaan.

„Ik was blij toen ik wegging. Ik dacht: de vergrijzing komt eraan en we moeten allemaal langer werken. Toen kwam ik dus opeens in de recessie terecht. Dat viel tegen. Werkgevers zeggen misschien: we moeten oudere werknemers aannemen, maar ik kreeg soms niet eens antwoord op m’n sollicitatiebrieven. Zo kwam ik bij het UWV terecht. Ik heb in het verleden twee keer eerder zonder werk gezeten. Op m’n veertigste zei iedereen al: je komt niet meer aan de bak. Maar dat lukte wel. Nu ik 62 ben, houdt het leven nog steeds niet op. Ik wil werken. Ik wil deel uitmaken van het arbeidsproces. Ik moet er niet aan denken dat ik stil moet zitten.

„Ik voelde me vroeger altijd een halve crimineel als ik me aanmeldde voor een werkloosheidsuitkering. Nu werd ik opeens met alle egards en empathie behandeld en dat is heel belangrijk geweest. Ik dacht: ik laat het er niet bij zitten. Ik ben enorm gaan netwerken. Ik heb lunchafspraken gemaakt, ik ben de website LinkedIn opgegaan, ik heb allerlei mensen benaderd van wie ik dacht: we kunnen iets voor elkaar betekenen. Ik dacht op een gegeven moment: ik moet verandermanagement gaan studeren en ik heb dat kort gedaan, maar in die hoek lopen veel jonge afgestudeerden rond, die zo werk krijgen bij allerlei organisaties. Ik had daar niets te zoeken.

„Het netwerken heeft me enorm geholpen. Netwerken is niet alleen het verzamelen van namen en telefoonnummers, maar een proces van brainstormen, waarbij anderen je feedback geven. Het geeft je gedachten structuur en helpt je om te focussen. Je moet er bij netwerken niet van uitgaan dat je via je contacten snel een baantje kan vinden. Netwerken helpt je in je eigen zoektocht naar jezelf, met het ordenen van je eigen gedachten. Natuurlijk kan het in de toekomst ook opdrachten opleveren, maar dat moet niet het eerste doel zijn.

„Ik ben eigenlijk een overlever, een vrolijk mens. Ik heb altijd geweten dat ik het zelf klaar moet spelen en daardoor lukte dat ook, denk ik. Anders had ik al lang het bijltje erbij neergegooid. Ik wil niet per se de baas ergens zijn. Het maakt me niet zoveel uit wat ik doe. Als ik het naar m’n zin heb, gaat het ook goed op het werk. Dus ik moet dingen doen die ik leuk vind en ik heb verandering nodig om weer nieuwe inspiratie op te doen. Deze houding maakt het makkelijker om iets te vinden, al hoor je mij zeker niet zeggen: als je wil kun je werken. Dat is te makkelijk. Ik denk dat er massa’s mensen zijn die nu verdrietig thuis zitten zonder dat ze er veel aan kunnen doen. Maar als je iets leuk vindt gaan dingen wel makkelijker.

„Uiteindelijk dacht ik: ik moet m’n eigen ervaringen te gelde maken. Niet door instituten te helpen veranderen, maar individuele mensen. Ofwel, ik word coach. Er is een hbo-plus opleiding tot coach en die duurt een jaar. Ik ben dus 63 als ik klaar ben. Vervolgens kan ik me vestigen als coach om mensen die met zichzelf in de knoop zitten, of die bij hun bedrijf niet lekker in hun vel zitten, aan het denken te zetten over zichzelf, over wat ze willen leren en hoe.

„In de tussentijd doe ik ruim een jaar lang een project voor het verminderen van zwerfafval in de gemeente Oude IJsselstreek in de Achterhoek. Aan die opdracht kwam ik via m’n echtgenoot die een eigen bedrijf heeft in afval en reinigingsmanagement. Ik dacht: Leuk! Weer iets heel nieuws in m’n loopbaan. Het is 2,5 dag per week, dus ik kan het mooi combineren met de studie. Zodoende ben ik naar de Kamer van Koophandel gestapt waar ik nu sta ingeschreven als Josqui & Co.”

Laatste deel in een serie over mensen die als gevolg van de crisis iets anders zijn gaan doen.