Nerveus, maar ook blij naar de stembus

Op verkiezingsdag zijn de straten in Kabul leeg, alleen is overal politie. „Een historische dag”, zegt de één trots. „Er kan veel mis gaan”, zegt de ander.

In Kabul heerste vanmorgen een mengeling van vreugde en angst. De inwoners die vandaag voor de tweede maal sinds de val van het Talibaan-regime hun president mogen kiezen, stonden in een opgewonden stemming in de rij voor de stembureaus. Maar de straten werden beheerst door een uiterst nerveuze politie.

„Jullie moeten vandaag heel goed opletten. Het is een dag waarop veel mis kan gaan”, instrueert Mohammad Zahir de medewerkers van het stembureau in de Wahadat-school, in een buitenwijk van Kabul.

Zenuwachtig sorteert hij de stembiljetten. Enkele minuten na zeven uur verzegelt hij de twee stembussen: een voor de presidentsverkiezing, een voor de provinciale verkiezingen. Een stuk of acht Afghaanse verkiezingswaarnemers volgen al zijn handelingen.

Mohammad Rasul Barakzai staat vooraan in de rij. „Ik heb de hele nacht niet kunnen slapen”, zegt hij. „Het is een historische dag. Het lot van mijn land wordt beslist door deze verkiezing. Ons land is helemaal kapot: er is geen veiligheid en er zijn geen banen. Maar Karzai werkt aan de reparatie!”

Om half acht precies klinkt er een explosie, een paar wijken verderop, en een stofwolk stijgt op boven de stad.

De politieagent die de Wahadat-school bewaakt, wil niet vertellen wat er is gebeurd. Dinsdag heeft de regering alle media opgedragen op verkiezingsdag geen verslag te doen van geweld, om te voorkomen dat kiezers worden afgeschrikt. Blijkbaar heeft de politie opdracht gekregen om geen informatie te verstrekken.

Twee landmijnen zijn ontploft in een container op de middenberm van de Company-weg, die de stad verbindt met de provincie Wardak. De container is volledig verwoest. Medewerkers van de geheime dienst NDS ter plekke sturen journalisten weg. „Weet u dan niet dat u vandaag geen geweld mag melden?” zegt een van hen op boze toon.

Een timmerman die vanuit zijn werkplaats heeft gezien wat er gebeurde, weet te melden dat er geen gewonden zijn en dat de schade meevalt. Hij heeft zijn werkplaats gesloten. „Vandaag zal er toch geen werk meer zijn. Ik ga nu thuis afwachten of het de komende uren veilig blijft.”

De Talibaan hadden aangekondigd dat er vandaag twintig zelfmoordterroristen in de stad zouden zijn. „Misschien ga ik aan het einde van de dag nog stemmen”, zegt de timmerman.

Vervolg Afghanistan: pagina 4

Straten in Kabul zijn leeg

Een andere timmerman was nooit van plan zijn stem uit te brengen. „Ons land is verwoest, onze zonen worden vermoord”, zegt hij. „Ik stem op niemand, ik verwacht niets meer van de regering. Wat er ook gebeurt, laat het maar gebeuren. Het kan mij niets meer schelen.” Om acht uur klinkt een tweede explosie, uit de richting van het centrum, maar ook hierover doet de politie geen mededelingen. Op alle kruispunten wordt onze auto gecontroleerd: kofferbak open, dashboardkastje open, tas open, verkiezingspassen tonen. In een rondrit door de stad van drieënhalf uur zijn dat zo’n vijftig controles. In het centrum van de stad zijn de winkels gesloten en de straten vrijwel leeg. Rond het presidentiële paleis en het hoofdkwartier van de NAVO zijn meer agenten op straat dan voetgangers.

Terug bij de Wahadat-school is de rij van kiezers inmiddels gegroeid tot enkele tientallen meters. Nur Mohammad, die komt aangelopen om aan te sluiten in de rij, heeft een zwaar jaar achter de rug. Hij is gevlucht uit de zuidelijke provincie Helmand, nadat „de Amerikanen” zijn huis hadden gebombardeerd. Hij haalt de foto's van zijn drie omgekomen kinderen uit zijn zak. Kort daarvoor hadden „de Amerikanen” zijn papavervelden verwoest. Nu woont hij met duizenden anderen uit Helmand in de vluchtelingenwijk naast de school. „Elke dag probeer ik werk te vinden in de stad, het maakt niet uit wat, maar het valt niet mee.”

Als hij wil vertellen op wie hij gaat stemmen, grijpt de politie in. „We kunnen vandaag geen samenscholingen toestaan”, zegt de agent. „Of u wilt vertrekken.”

Of de Pashtun uit het zuiden, die het meest te lijden hebben onder de opstand van de Talibaan, hun vertrouwen in de Pashtun-president Karzai hebben behouden is een van de belangrijke vragen bij deze verkiezing. Maar ook in de vluchtelingenwijk werd het antwoord vanmorgen niet gevonden. „We mogen vandaag niet met u praten”, zegt een stamleider bij de ingang van de wijk. „Dat heeft de politie ons gisteren opgedragen. Wilt u nu weggaan? We zijn bang voor de politie.”