Iedereen mobiel bereikbaar

Belbedrijven beconcurreren elkaar op de snel groeiende Indiase telecommarkt.

Binnen drie jaar wordt een stijging van 400 tot 900 miljoen bellers verwacht.

Indiase telecommunicatiebedrijven richten hun vizier op bewoners van het platteland. (Foto AFP) An Indian man talks on his mobile phone on a flooded street in Kolkata, 24 September 2007. The eastern Indian state of West Bengal has been facing heavy rains in the two days as a major depression has formed on the coastal area of the Bay of Bengal. AFP

Afgelopen voorjaar zag Karan Singh (64) dorre vlekken op de bladeren van het gewas op zijn land. Hij pakte zijn mobieltje en belde het nummer 1551 van landbouwvoorlichting in Jaipur, de hoofdstad van de Indiase deelstaat Rajasthan. Vijf minuten later wist hij welk bestrijdingsmiddel hij moest gebruiken om zijn oogst veilig te stellen.

Natuurlijk gebruikt hij zijn mobieltje ook weleens om familie of vrienden te bellen, zegt boer Singh uit het dorpje Tilonia, 375 kilometer ten zuidwesten van New Delhi. Maar het vaakst belt hij om advies in te winnen over zaaigoed, bestrijdingsmiddelen en kunstmest, om te informeren naar de prijs voor zijn groenten en graan op de regionale markt of om arbeiders uit het dorp te ronselen voor werk op zijn velden.

Boer Singh behoort tot de nieuwe doelgroep waarop de telecommunicatiebedrijven in India hun vizier hebben gericht. Tien jaar geleden had nog geen 2 procent van de bevolking een mobieltje. Nu komen er elke maand 10 tot 15 miljoen nieuwe gebruikers bij. De meesten van hen wonen op het platteland.

Geen wonder dat de telecommunicatiebedrijven zich ten doel hebben gesteld de ‘digitale kloof’ tussen stad en platteland in India zo snel mogelijk te dichten. Er is een enorm potentieel voor een nieuwe groeispurt. Met name inwoners van het platteland moeten, naast de steeds meer consumerende jongeren in India, de hooggespannen verwachtingen gaan inlossen, schreef de Vereniging van Aanbieders van Mobiele Telefonie (COAI) in haar laatste jaarverslag. „Het beste moet nog komen”, aldus de COAI. Over drie jaar, eind 2012, kunnen er met de huidige groei bijna 900 miljoen mobiele bellers zijn.

De meeste analisten onderschrijven dat optimisme. Maar ze waarschuwen ook dat de expansie niet zonder slag of stoot zal gaan. De telecombedrijven beconcurreren elkaar zo hevig om klanten te werven, dat hun marges krimpen.

Verspreiding van mobiele telefonie in dunbevolkte en vaak afgelegen gebieden vergt grotere investeringen dan in stedelijke regio’s. Een zendmast kost 45.000 tot 50.000 euro. Aanbieders, zoals Bharti Airtel, Vodafone Essar en Idea, hebben daarom besloten masten voor gezamenlijk gebruik te bouwen. Zo kunnen ze hun kosten verminderen en wordt uitbreiding van het mobiele netwerk levensvatbaar, zegt COAI-voorzitter T. Ramachandran. „De bedrijven beconcurreren elkaar op het gebied van dienstverlening, niet bij de bouw van een mast en de aanleg van glasvezel.”

Terwijl de investeringen hoger zijn, zijn de verwachte opbrengsten op het platteland relatief lager. De bevolking op het platteland heeft nu eenmaal veel minder te besteden dan de stedelingen. De landbouw levert slechts zo’n 18 procent van het nationale inkomen. Een boer als Karan Singh uit Tilonia zal zijn geld niet gauw uitgeven voor het opslaan van ringtones op zijn mobieltje of voor chatten met zijn vrienden.

De aanbieders van mobiele telefonie bieden daarom praktische informatie en diensten aan waar de boeren echt iets aan hebben. Zo werkt Bharti Airtel, India’s grootste aanbieder van mobiele telefonie en momenteel in fusieonderhandelingen met het Zuid-Afrikaanse MTN, sinds vorig jaar samen met het coöperatieve kunstmestconcern IFFCO (55 miljoen boeren). Boeren kunnen dagelijks gesproken informatie op hun mobieltje krijgen over het weer, marktprijzen en hoe ze hun gewassen moeten behandelen. Ook kunnen ze tegen gereduceerd tarief met elkaar bellen.

Mobieltjesfabrikant Nokia werkt samen met Reuters bij het aanbieden van soortgelijke informatie, maar dan in de vorm van tekstberichten. Reliance, van de zakenman Anil Ambani, sloot afgelopen juni een joint venture met de landbouwcoöperatie Krishak Bharati Cooperative. De 25.000 aangesloten lokale coöperaties zullen telecomproducten en diensten van Reliance aan de man gaan brengen. En Tata Teleservices, waarin het Japanse NTT Docomo sinds eind vorig jaar participeert, biedt boeren de mogelijkheid hun mobieltje te gebruiken als afstandsbediening voor hun irrigatiepompen. Op dit moment wordt hiermee met succes geëxperimenteerd in de deelstaat Gujarat.

Alle aanbieders verkondigen dezelfde boodschap: het wordt hoog tijd dat ruraal India mee gaat profiteren van de digitale revolutie. In een begin dit jaar uitgebrachte studie, uitgevoerd in opdracht van Vodafone, staat dat de mobiele telefoon – door snelle en gerichte informatie-uitwisseling – de economische groei stimuleert. Maar in de studie wordt ook gewaarschuwd dat mobiele telefonie geen panacee is. Pas als de structurele belemmeringen op het platteland worden opgeheven – slechte wegen, gebrekkig functionerende markten, het tekort aan goede opslagloodsen, falende gezondheidszorg, het ontbreken van scholen en gekwalificeerde leerkrachten – gaat het platteland een mooie toekomst tegemoet.