Hedwigepolder is nu nog droog

Vlaanderen en Nederland ruziën over de Schelde. De Hedwigepolder, op de grens, vreest het water.

Het water blikkert. Twee volgeladen containerschepen wringen zich tussen de zandbanken door het Nauw van Bath in de Westerschelde. Het ene schip is op weg naar Antwerpen, het andere komt er vandaan. Aan de ene kant van de dijk scheren meeuwen en scholeksters boven de schorren, die droogvallen bij eb. Aan de landzijde laat zich op deze zomerdag zomaar een zeearend zien boven de kreken en het riet.

Dit stukje Zeeland – een bocht in de Schelde en twee polders op de zuidoever – is de inzet van een Belgisch-Nederlands grensconflict dat de afgelopen week fel is opgelaaid.

Op de bodem van deze getijdenrivier bevinden zich drempels die diepstekende zeeschepen hinderen. Maar tot woede van de Belgen is Nederland in weerwil van eerdere beloftes nog niet begonnen aan het verder uitbaggeren om schepen met een diepgang tot ruim dertien meter de haven van Antwerpen te laten bereiken. Volgens de Nederlandse Raad van State zou daarbij vermoedelijk te veel natuur verloren gaan. Een voorstel van een commissie onder voorzitterschap van oud-minister Ed Nijpels om als compensatie voor het natuurverlies polderland te openen voor het zeewater, haalde het eerder niet.

Maar nu de ruzie oploopt en de Nederlandse politiek landelijk én lokaal verdeeld raakt, lijkt ‘ontpolderen’ opnieuw in beeld te komen. Met een nieuwe ronde protesten over het verlies van kostbare natuur en landbouwgrond. Maar volgens Kees Slager, schrijver over Zeeland en lid van de Eerste Kamer (SP), is ontpolderen altijd al de uitkomst geweest van een kromme economische redenering.

De onbereikbaarheid van de Antwerpse haven is namelijk onzin, zegt hij. „Het allergrootste containerschip ter wereld is laatst de Antwerpse haven binnengelopen. Gewoon bij hoog water. Alleen bij laag tij moeten zulke schepen wachten, maar tijd is geld en reders weigeren dat.”

Vervolg Westerschelde: pagina 3

De laatste dijk die na de ramp werd aangelegd

Toen Ewald Baecke (66), boer en pachter in de Prosper- en Hedwigepolder, het woord ‘ontpolderen’ voor het eerst hoorde, kon hij zijn oren niet geloven. „Het is absurd om land dat met strijd is gewonnen op de zee aan de zee terug te geven,” zegt hij terwijl hij over ‘zijn’ polder uitkijkt. „Ik vroeg de heer Nijpels of hij het wapen van Zeeland – Luctor et emergo, ik worstel en kom boven – wel kent. Als je het rampjaar 1953 hebt meegemaakt, dan is het ondenkbaar dijken door te steken.”

Baecke is met Jan Schuurman Hess (bestuurslid PvdA Zeeland) de drijvende kracht achter stichting De Levende Delta, die ontpoldering bestrijdt. Baecke is ook woordvoerder van de eigenaar van de polder, G. De Cloedt. In tegenstelling tot wat voorstanders beweren, wacht De Cloedt niet tot hij meer geld kan verdienen aan de verkoop, zegt Baecke. „De Cloedt wil niet verkopen, hij wil de polder behouden voor de toekomst. Die plicht heeft hij op zich genomen.”

De Hedwigepolder, uit 1906, is een toonbeeld van een Nederlandse polder: dijken, landbouwgrond, populieren die de wind breken, en kaarsrechte wegen om het boerenland te ontsluiten. Op de klei worden tarwe, suikerbieten, uien en gazongraszaad verbouwd. Niet zomaar 300 hectare vruchtbare landbouwgrond, maar een volwaardig landschapsgebied. Natuurlijke kreken bieden beschutting aan vogels, vlinders en zoogdieren die een beschermde status genieten. Aan de voet van de dijk bevindt zich een spuikom. Hoog water verzamelt zich hierin en wordt bij eb in de Schelde gespuid. De waterschappen van destijds wisten hoe een polder aan te leggen.

Als de Hedwigepolder daadwerkelijk onder water moet komen te staan, moeten de dijken worden weggegraven, bomen gerooid en boerderijen gesloopt. Ook dient twee meter klei te worden verwijderd om het land onder water te kunnen zetten. Kosten: 100 miljoen euro.

Baecke en Schuurman Hess zijn niet tegen het uitbaggeren; dat moet in het teken van „goed nabuurschap” doorgaan. Maar ontpolderen zou een grens overschrijden.

Hoe hard het conflict is, blijkt ook uit de hekken en borden met Verboden toegang en Gevaarlijk terrein die de Hedwigepolder langs de Vlaamse grens doorsnijden. Een klein deel ligt op Belgisch grondgebied. Hier en in de Prosperpolder die helemaal op Vlaams grondgebied ligt, zijn al ingrijpende grondwerkzaamheden verricht. En op de dijk aan Vlaamse zijde zijn vorige zomer 1375 bomen gekapt. De stompen staan er nog en beginnen weer uit te lopen. „Landjepik”, zegt Baeke. „Door de mastodont die de Antwerpse haven is – pure provocatie.” Waar nu het hek staat, liep in de Eerste Wereldoorlog een afrastering van elektrisch prikkeldraad, die Den Dodendraad heette.

Volgens de stichting bestaat er beslist geen draagvlak voor ontpoldering. Schuurman Hess: „Van de Zeeuwen is 81 procent tegen. Je kunt niet zeggen, zoals men vaak veronderstelt, dat het maar om ‘een paar boertjes’ gaat. Wij krijgen steun van jong tot oud. ”

Op een steenworp afstand van het hek staat een monument uit 1986 ter herinnering aan de voltooiing van de verhoogde dijk rond de Hedwigepolder, tevens de allerlaatste dijk van het Deltaplan. Vanaf dat ogenblik, ruim vijftig jaar na wat in Zeeland nog steeds ‘De Ramp’ heet, heette de provincie echt veilig.

Het is wrang voor De Levende Delta dat Het Zeeuwse Landschap vóór ontpoldering is, evenals de Zeeuwse Mileufederatie en GroenLinks. Schuurman Hess: „Als de ontpoldering een feit is, valt het gebied toe aan het Zeeuwse Landschap. Dan is hun areaal uitgebreid en grenst het aan Het Verdronken Land van Saeftinghe.”

Vanaf de dijk kun je het zien liggen. Maar wie daar rondkijkt ontdekt dat het geen levendig krekengebied is, maar een door slibvorming opgehoogd gebied met een monocultuur van rietvelden. Dat zou je moeten afplaggen om het weer tot een werkelijk estuarium te maken. Bovendien is de bodem zwaar vervuild. Alle giftige slib uit de Schelde heeft zich hier juist door die getijdenstromingen afgezet. Ook in een doorgestoken Hedwigepolder zou slibafzetting plaatsvinden, en dan is er niets gewonnen aan natuur.

Het alternatief is volgens Baecke en Schuurman Hess eenvoudig: leg langs de noord- en zuiddijk van de Westerschelde strekdammen aan, dan ontstaat daar vanzelf een stelsel van kreken en schorren, jong land dat droogvalt bij eb en bij vloed onderloopt. Baecke: „Dan bereik je twee doelen: veiligheid en natuurlijkheid; de dijken worden sterker, want ze hebben een langere glooiing in zeewaartse richting. En tussen de strekdammen ontstaan kleine estuaria, waarmee je voldoet aan de Vogel- en Habitateisen van de Europese Unie.”

Baecke is blij dat Nederland, in tegenstelling tot Vlaanderen, niet zo rücksichtlos de ontpoldering heeft doorgezet: „De Raad van State wil nu nader onderzoek naar alternatieve natuur buitendijks. Het is goedbeschouwd een mirakel dat de Hedwige nog bestaat. De laatste tijd brengen veel mensen een bezoek aan de polder, als bedevaartplaats. Dijken en polders zijn voor Zeeland, en niet voor de Zeeuwen alleen, essentieel. We danken er ons bestaan aan.”