CIA wilde liquideren terroristen uitbesteden

De CIA heeft in 2004 het particuliere beveiligingsbedrijf Blackwater benaderd om Al-Qaeda-kopstukken te liquideren. Dit melden The Washington Post en The New York Times vandaag op basis van verklaringen van anonieme regeringsfunctionarissen. In juli werd bekend dat de CIA na de aanslagen van 11 september 2001 paramilitaire doodseskaders vormde die op hoge terroristen moesten jagen. Dit programma zou op last van toenmalig vicepresident Cheney geheimgehouden zijn voor het Congres. Toen de huidige CIA-directeur Panetta ervan hoorde, eind juni, lichtte hij direct de inlichtingencommissies in de Senaat en het Huis alsnog in.

De twee kranten melden nu dat het programma in 2004 werd stopgezet wegens de vele logistieke, juridische en diplomatieke obstakels. Hierna werd meteen besloten tot uitbesteding aan Blackwater, waarmee de dienst nauwe contacten onderhoudt. Mocht er iets mis gaan bij de liquidaties, dan zouden niet de dienst, maar ingehuurde beveiligers verantwoordelijk worden gehouden, was het idee.

Blackwater kreeg miljoenen om zijn werknemers te trainen en te bewapenen. Het zou uiteindelijk geen enkele missie hebben ondernomen, omdat binnen de dienst twijfel rees of het verstandig was buitenstaanders in te huren voor moordopdrachten. Deze hadden in Irak, Afghanistan en mogelijk ook andere landen uitgevoerd moeten worden aan de hand van een zogeheten capture or kill list.

Blackwater verdiende de afgelopen jaren honderden miljoenen met beveiliging van Amerikaanse diplomaten en militairen, en met verhoren van gevangenen in oorlogsgebieden. Het kwam eerder in opspraak omdat werknemers grof opereerden. In 2007 wilde Irak het bedrijf het land uitzetten nadat Blackwater-beveiligers zeventien burgers hadden doodgeschoten op een verkeersplein in Bagdad. Het bedrijf heeft zijn naam veranderd in Xe Services.