Behandel Birma als een normaal land

Westerse landen willen het permanente onrecht in Birma niet laten passeren. Maar hun tot dusver gevoerde politiek moet op de helling, meent Gerard Kramer.

Het huisarrest van Aung San Suu Kyi wordt voortgezet. Ieder excuus lijkt voor de militaire machthebbers goed genoeg om Suu Kyi uit het politieke leven van Birma/Myanmar te weren, en dat geldt des te sterker nu verkiezingen in zicht zijn. Suu Kyi is een bedreiging voor het militaire regime. Haar aantrekkingskracht en charisma bleken in de jaren van haar huisarrest tot verrassing van de generaals gegroeid in vergelijking tot 2002-2003, toen zij volledige vrijheid genoot. Reden om haar in 2003 weer te isoleren.

Bij de dreiging richting militaire leiders gaat het niet alleen om politieke, maar ook om economische macht en uiteindelijk om puur lijfsbehoud: de angst voor een ‘afrekening’ als ze eenmaal hun macht verliezen is groot.

Het lot van Soeharto is voor de Birmese top een gruwelijk perspectief. De oprichting van het Internationaal Strafhof doet daar voor hen nog een schepje bovenop. Die angst is naar mijn overtuiging de ultieme ratio voor het handelen van de Birmese top.

De reactie van de EU op de veroordeling van Suu Kyi is even weinig verrassend als de veroordeling zelf: meer sancties, met name ten aanzien van visa en bankrekeningen.

Helpt het? Nee, het helpt niet, net zo min als de sancties die we eerder oplegden. En (andere) economische sancties? Al decennia zijn er weinig economische betrekkingen tussen het Westen en Birma. En als die er niet zijn, kun je ze ook niet als instrument gebruiken om het beleid daar te beïnvloeden. De generaals hebben lak aan onze sancties en morele oordelen, want het gaat hun goed zolang ze de macht hebben. Birma is een zeer rijk land. Met China bestaan intensieve betrekkingen, China is een dankbare exploitant van de grote natuurlijke rijkdommen van Birma en houdt de generaals mede om die reden de hand boven het hoofd in de VN. Maar ook de relaties met andere buren, India en Thailand, zijn lucratief.

Maar als onze sancties niet effectief zijn, moeten we er dan maar niet mee ophouden? Het is een duivels dilemma. Westerse landen willen het permanente onrecht dat in Birma plaatsvindt niet zomaar laten passeren. En heeft ook Suu Kyi zich niet bij herhaling voor sancties uitgesproken om verandering te bewerkstelligen?

Met alle respect voor Aung San Suu Kyi – en dat respect is toegenomen in de twee ontmoetingen die ik met haar heb gehad in de periode dat zij vrij was – de roep om sancties is meer een uiting van politieke correctheid dan een agent of change: het Birmese regime doet iets fouts en dan hoor je negatief te reageren. Moeten we dan maar gewoon wachten tot de oude dictator overlijdt en hopen dat onder de huidige subtop hervormingsgezinden de overhand krijgen? Die hervormingsgezinden zijn er en bieden hoop, maar we moeten niet vergeten dat ook zij onderdeel van het militaire en economische establishment zijn en dat ingrijpende veranderingen ook hen kunnen bedreigen.

Hier speelt het perestrojkasyndroom de generaals parten: kun je eenmaal in gang gezette hervormingen zodanig sturen dat je het proces in de hand houdt? In ieder geval is dat in de Sovjet-Unie niet gelukt en ik ben ervan overtuigd dat dat, naast het lot van Soeharto, ook een angstvisioen is voor de generaals. Ze zitten gevangen in hun eigen angst. Met het risico dat het van kwaad tot erger gaat, tot het een keer barst met alle onvoorspelbare en niet noodzakelijk positieve gevolgen in een ingewikkeld land als Birma met zijn grote minderheidsgroeperingen van dien.

Wat het Westen zou kunnen overwegen om de kans te vergroten de situatie in Birma te verbeteren, is Birma te gaan behandelen als een normaal land. Het lijkt beloning van slecht gedrag. Maar anderzijds, er zijn wel meer ‘abnormale’ landen en ‘abnormale’ regimes waar we ‘normaal’ mee omgaan en waarmee we politieke en economische betrekkingen onderhouden.

Bij onze afweging zouden we ook in aanmerking kunnen nemen dat Birma de wereldvrede, zijn buurlanden noch andere landen bedreigt. Het is het volk van Birma dat lijdt. Maar dat volk is niet geholpen met onze sancties. Het zou op korte termijn meer geholpen zijn met onze handel en met vestigingen van ons bedrijfsleven. Het zou niet alleen (fatsoenlijke) werkgelegenheid en inkomen voor velen scheppen, het zou geleidelijk aan ook een middenklasse helpen creëren die – zoals ook elders – een ‘change agent’ is naar meer democratie, meer rechtstaat, meer gelijkheid en meer rechtvaardigheid. Een proces van lange adem, zeker, maar dat is ons huidige beleid ook gebleken en dan zonder resultaat.

Normale betrekkingen met Birma zou ook op internationaal vlak positieve effecten kunnen hebben: in de eerste plaats als tegenwicht tegen de invloed van China in Birma. En als de Birmese machthebbers zich niet meer existentieel bedreigd zouden voelen, zou de behoefte aan nauwere (ook nucleaire?) banden met Noord-Korea weleens snel kunnen afnemen. Als Birma al nucleaire ambities heeft, zal dat zijn als afschrikking tegen een gevreesde aanval van westerse landen naar analogie van Joegoslavië/Irak/Afghanistan. Berichten over schuiltunnels in de nieuwe hoofdstad kunnen ook in dat licht worden gezien, evenals trouwens de recente bouw van een compleet nieuwe hoofdstad, ver van het politiek rumoerige Rangoon: veel, zo niet alles lijkt bij de Birmese top te staan in het kader van de bescherming van zichzelf en zijn posities. Maar als wij de spelregels veranderen, verandert ook het speelveld.

Voor westerse landen zijn het geen gemakkelijke politieke keuzes, allerminst, maar na decennia van vruchteloos beleid zou het Westen zijn Birma-koers misschien toch eens wat fundamenteler tegen het licht moeten houden. Het recente bezoek van senator Web aan Birma zou een indicatie kunnen zijn dat Washington daarmee al doende is.

Gerard Kramer is oud-ambassadeur. Hij vertegenwoordigde Nederland van 2000 tot 2004 in Thailand, Birma, Cambodja en Laos.