Badeend en de derde wereldoorlog

Het zijn akelige tijden, met niets dan godsdienstoorlog, terrorisme en populisme. Kunst en vrijheid van meningsuiting zijn weer de eerste slachtoffers. Kunst en vrijheid van meningsuiting staan niet hoog genoteerd bij de drie hoofdrolspelers in dit moeilijketijdentoneelstuk – de relifanaten, de bange politici en het falderappes – dus kunst en satire moeten er het eerst aan.

Censuur en vandalisme zijn in opmars. Spotprenten worden achter elkaar verboden, kunstwerken worden doodleuk opgeblazen.

Wij mochten het al eerder hebben over de badeend van Florentijn Hofman. Een reuzenbadeend, die lag te dobberen in de wateren van gemeenten die beschikten over een culturele wethouder met een oog voor grote, mondiale kunst.

De toename van het aantal censuurmaatregelen en kunstvernielingen bewijst zonneklaar dat de akelige tijden terug zijn. Het begint met het afhakken van de neus van een borstbeeldje, dan bekrast en doorpriemt men schilderijen, en het eindigt met het laten leeglopen van een badeend.

In Hasselt is vorige week de legendarische badeend van Florentijn Hofman door vandalen uiteengereten. „Belgen slopen onze megabadeend”, kopte een krant. Alleen al de woordkeus verraadt hoe explosief de situatie is. ‘Belgen’, dus verre vreemdelingen. ‘Onze’ badeend, het wij-gevoel en de identiteit zijn hier in het geding. Erger lijkt me dat de artistieke vrijheid wordt aangetast. Van badeend tot spotprent, het is maar een stap. Waar men badeenden doorprikt, prikt men uiteindelijk mensen door.

Florentijn Hofman was de enige die meteen de volle ernst van de situatie begreep. „Het is verschrikkelijk”, liet hij telefonisch weten uit Osaka, Japan, waar hij een nieuwe badeend in voorbereiding heeft. Hij zei het Hasseltse voorval „ontzettend te betreuren”.

Heeft onze minister van Buitenlandse Zaken de Belgische ambassadeur al ontboden? Hij zal dit aanrommelende volkje hoe dan ook duidelijk moeten maken dat het patatten mag verorberen zoveel het wil, maar dat het doorprikken van badeenden tot de onacceptabelheden behoort. Zelfs de lichtste doorprikpoging mag niet worden getolereerd.

De verontwaardiging over de badeend is gelukkig algemeen. Alleen in landen als Saoedi-Arabië en China blijft het weer ijzig stil, maar dit lag in de lijn van de verwachting. Daar heeft men zijn vingers nooit willen branden aan de badeend.

Het laten leeglopen van de gigantische eend van Hasselt zou wel eens het startpunt kunnen zijn van een hele reeks aanslagen op opblaasbare verworvenheden. De badeend, zeg maar, als symbool van onze opgeblazen beschaving.

Hier en daar vernemen we al van moslimjongeren die een leeggelopen, slappe badeend als mascotte kiezen. Waar blijft onze oude badeendenmentaliteit?