'Abdullah kent de pijn van de mensen'

De wereld kijkt toe hoe Afghanistan vandaag naar de stembus gaat. Hoe denken drie gewone Afghaanse kiezers over de keuze die ze mogen maken? En wat heeft de politiek de afgelopen jaren betekent voor hun dagelijks leven?

Rahim Shah heeft de overdekte bazaar van Khulm dertien dagen en dertien nachten verdedigd tegen de Russen. Hoewel het ruim twintig jaar geleden is, herinnert hij het zich nog scherp. „Ze omsingelden ons met tanks, helikopters en grondsoldaten en beschoten de bazaar. Toen ze te sterk werden en ons voedsel opraakte, zijn we de bergen in gevlucht. We hebben toen duizend mensen verloren. De Russen plunderden de bazaar en staken hem in brand. De vier Oezbeekse poorten en de bewerkte plafonds, alles wat kostbaar was, is verdwenen. Toen kenden we de waarde er niet van. Nu wel.”

Khulm is een stadje op de zijderoute, een uur rijden ten oosten van Mazar-i-Sharif. Shah (53), een Tadzjiek, was in de strijd om Khulm een van de 35 mujahedeencommandanten. „Twee van ons hebben het overleefd”, zegt hij in zijn restaurant in de bazaar van Khulm, nu een straatje waarin niets meer van de oude glorie is terug te vinden. Terwijl hij leunend op zijn elleboog de kassa bewaakt, bedienen kleine jongetjes de gasten die op houten plateaus rijst met wortel en rozijnen eten.

Met de Russen kon je tenminste vechten, vindt Shah. „Toen was de strijd man tegen man, hadden we een doel. We wilden onszelf bevrijden van de ongelovigen. De Talibaan ontzien vrouwen en gewone arbeiders niet als ze bermbommen gebruiken. Ze kunnen niet uitleggen waarvoor ze vechten. Wat willen ze bereiken? Ik geloof niet dat ze willen onderhandelen. Ze zijn niet bereid tot gesprekken. En als ze komen, zullen ze hun beloftes breken.”

De mensen beklagen zich over president Karzai, zegt Shah. „Hij heeft de Afghanen geen veiligheid gebracht, en geen werk. Al ons geld gaat naar het buitenland, zegt hij. „Vroeger droegen we Afghaanse kleren, maar nu wordt alles uit China geïmporteerd. En het is van slechte kwaliteit. Daar moeten we mee stoppen, we moeten onze eigen productie verbeteren. Vroeger hadden we zuivelfabrieken en farmaceutische fabrieken, maar alles is verloren gegaan.”

Zelf heeft hij het goed. „Ik opende dit restaurant zeventien jaar geleden toen de Russen waren vertrokken en ik mijn wapens kon neerleggen. De zaken zijn goed gegaan, ik kan mijn familie ervan onderhouden.” Maar hij is een van de weinigen in Khulm die dat kan, zegt hij. „Er zitten al jaren insectenplagen in onze meloenen en granaatappels. Daar hebben de buitenlanders niets aan gedaan. Ondertussen kunnen onze boeren hun leningen niet afbetalen. Ook de winkeliers en de riksjarijders hebben te weinig inkomsten.”

Shah stemt op de voormalige mujahedeenstrijder Abdullah Abdullah. Hij is half-Tadzjiek, half-Pashtun en Karzais belangrijkste tegenstander. „Hij is met ons opgegroeid in de jihad”, legt Shah uit. „Hij kent de pijn van de mensen. Karzai en de andere kandidaten waren al die tijd in het buitenland, die kennen die pijn niet. Abdullah was bij ons in tijden van voor- en tegenspoed.”

Hanneke Chin-A-Fo