Zó klein, dat kan dus overal in

De RFID-chip is de digitale opvolger van de streepjescode.

Die zit al in je kleren en in je paspoort. Brussel vindt dat er snel regels moeten komen over het gebruik ervan.

The right to silence of the chips heet het. Het recht om afgesloten te zijn van het alomtegenwoordige internet, waarmee iedereen straks met chips en apparaten voortdurend verbonden is. Krijgen we dat recht? Of moeten we het zelf regelen?

Kunstenaars spelen al met dat idee. Het Amsterdamse kunstcentrum Mediamatic biedt aluminium doosjes aan waarin je al je pasjes met chips kunt verstoppen, veilig beschermd tegen afleesapparatuur. En Susan Härtig, een Duitse kunstenares, maakte de e-blocker, een draagbare tent waar geen elektromagnetische straling doorheen kan. Een non-space noemt ze het, een plek waar je niet gevonden kunt worden.

Nederland is nauwelijks nog een non-space. Mensen verbinden zichzelf vrijwillig met laptops, routeplanners en telefoontjes aan welk netwerk dan ook. Dat weten ze. Wat minder opvalt is dat bedrijven hun diensten en producten steeds vaker uitrusten met RFID-chips.

RFID staat voor radio frequency identification en is de draadloze opvolger van de streepjescode. De kleine chips zitten in de ov-kaart, een paspoort, een boek van Selexyz of een koffer op Schiphol.

De chip vangt radiogolven van een RFID-lezer op en zet die om in een uniek signaal. Dat signaal gaat terug, eventueel met extra informatie zoals een vingerafdruk, een foto, een houdbaarheidsdatum of een bestemming. Afhankelijk van het type kan de chip tot op meters afstand worden gelezen, maar niet door iedere lezer. De RFID-lezer kan in een anti-diefstalpoortje in een kledingwinkel zitten, of in een paaltje bij de metrohalte.

In Nederland bestaan nog geen dwingende regels over wat bedrijven met die chips mogen doen en of ze de klant erover moeten vertellen. Die regels moeten er wel snel komen, vindt de Europese Commissie.

Gerald Santucci, binnen het directoraat-generaal ‘informatiemaatschappij en media’ verantwoordelijk voor RFID, vindt dat mensen zelf moeten kunnen beslissen wat er met ‘hun’ chips gebeurt. „Als je een bepaald gebouw binnenloopt, moet je gemachtigd zijn alle chips die je bij je draagt uit te kunnen schakelen.” Apparaatjes die actief het RFID-signaal van chips naar de lezer verstoren, bestaan al. Santucci meent dat er slimmere technieken voor activatie en deactivatie van chips moeten komen.

Maar dat is voor later. Nu wil de EU in elk geval regelen of winkeliers de chips op producten bij verkoop verplicht uit moeten schakelen.

In een aanbeveling van de Europese Commissie over RFID staat dat winkeliers de chips altijd moeten deactiveren als de informatie op de chip een zekere ‘privacy impact’ kan hebben. Tenzij de klant expliciet aangeeft dat hij dat niet wil. Dat heet het ‘opt-in-beleid’. Een werkgroep moet over elf maanden weten hoe de privacy impact kan worden gemeten.

Liefst ziet Santucci dat de klant in de toekomst niet alleen de keuze heeft tussen „slopen of niet slopen” van de chip. Het ding zou ook tijdelijk aan en uit moeten kunnen. „Techniek is niet alleen maar slecht. Met een chip kun je van allerlei handige diensten gebruik maken. Je moet mensen er wel de zeggenschap over geven.” Nu mogen de winkeliers nog kiezen.

Het RFID Platform Nederland, dat het gebruik van de chips wil bevorderen, ziet liever dat Nederland kiest voor een opt-out-beleid: de chips blijven aan tenzij de klant dat niet wil. Secretaris Tijmen Wisman zegt: „Het platform is voor opt-out om het RFID-systeem tot volle wasdom te laten komen.” Alleen met voldoende geactiveerde chips kunnen volop nieuwe toepassingen worden bedacht, meent het platform.

Het is nu nog wel voorstelbaar hoe iemand losse chips uitschakelt. Maar het ‘recht op stilte’ gaat over meer. De nieuwe toepassingen met RFID worden onderdeel van een veel groter netwerk: het ‘internet van dingen’. Dat zal over tien tot twintig jaar bestaan, schat Santucci van de Europese Commissie.

Op het ‘internet van dingen’ zijn niet alleen computers en pda’s aangesloten, maar ook miljarden objecten zoals auto’s, levensmiddelen, huisrobots, camera’s, kledingstukken en keukenapparaten.

In het actieplan van de Europese Commissie over het ‘internet van dingen’ dat vorige maand verscheen, staat dat Europeanen in debat moeten over de mogelijkheid uit dat alomtegenwoordige netwerk te stappen.

Hoe dat zou moeten? Dat is moeilijk voor te stellen, zegt Santucci. „De techniek van het internet van dingen is nog niet volwassen genoeg om over dat scenario te denken.” De Britse kunstenaar Stanza heeft al wel een idee. Hij bedacht Freezone, een informatievrije, tegen straling afgeschermde ruimte die de bezoeker alleen mag betreden als hij zijn telefoon, laptop, paspoort en geïmplanteerde chips achterlaat. Freezones worden, stelt hij voor, de vakantieresorts van de toekomst.