'Wat landbouwwetenschap heet, is hooguit technologie'

De quantumfysica leerde haar hoe duizend jaar oude kennis van de natuur en de moderne wetenschap kunnen samenkomen. Dat zegt Vandana Shiva, luis in de pels van de landbouwmultinationals.

Op de vraag wat haar drijfveer is, hoeft dr. Vandana Shiva niet lang na te denken. Onwaarheid, zegt ze. Dat is onverdraaglijk. Ze kan niet tegen leugens, zegt zij. En zo werd een Indiase quantumfysicus een wereldberoemd milieuactivist, luis in de pels van Amerikaanse voedselgiganten als Monsanto en Cargill, pleitbezorger van biodiversiteit en ecologisch boeren.

Sommigen zouden zo’n stap als een breuk zien, of een bekering. Maar voor Shiva, stralende ogen, aanstekelijke lach, een donkerrode bindi midden op haar voorhoofd, is het juist een teken van coherentie. „Op school werd me verteld dat de waarheid in de wetenschap ligt”, vertelt ze gedurende een eendaags bezoek aan Nederland. „Zo ben ik terechtgekomen in de quantumfysica. En met die achtergrond kwam ik tot de ontdekking dat wat mensen landbouwwetenschap noemen, helemaal niet wetenschappelijk is. Het is op z’n hoogst technologie.”

De fundamentele fout, het onwetenschappelijke, ligt volgens Shiva in het mechanische model dat landbouwingenieurs gebruiken. Daarin is te weinig aandacht voor de veelzijdigheid en de onderlinge verwevenheid van de natuur. Als landbouwingenieurs praten over gewasveredeling, kunstmest en pesticiden, doen ze „alsof de wereld een soort machine is die beweegt volgens de wetten van de mechanica. Terwijl de quantumtheorie al honderd jaar geleden heeft laten zien dat dit niet zo is.”

Met zichtbaar plezier vat de 56-jarige Shiva heel kort drie grote ontdekkingen van de quantumfysica samen. Eén: er zijn quanta, basiselementen van materie en energie, die nu eens deeltjes, dan weer golven zijn. „Dat dynamische element van het universum ontbreekt in mechanische fysica”, zegt Shiva. „Wat iets is, hangt af van de omgeving. Zo kun je bijvoorbeeld niet iets waarnemen zonder er tegelijk invloed op uit te oefenen.”

Twee: er is geen absolute voorspelbaarheid. Dingen zijn onbepaald, kunnen verschillende kanten op gaan.

En drie, en misschien het moeilijkst te doorgronden: het principe van de niet-scheidbaarheid. Als je een deeltje in tweeën splitst, zal wat je daarna met het ene doet, invloed hebben op het andere, ook al is er geen contact en zijn ze lichtjaren van elkaar verwijderd.

Zo ontstaat er volgens haar convergentie tussen kennis van duizenden jaren oud en de meest geavanceerde moderne wetenschap. Dat is voor haar de theoretische onderbouwing van haar dagelijkse strijd: voor biodiversiteit, tegen uitputting van de bodem door monocultuur, tegen het gebruik van kunstmest en pesticiden waar ook gewone, natuurlijke middelen bestaan, tegen genetisch gemanipuleerde zaden waarop dure patenten rusten en tegen voedsel als handelswaar.

In de jaren negentig heeft Shiva de organisatie Navdanya (‘negen zaden’) opgericht. Die verzamelt op veel plaatsen in India inheemse zaden, met twee doelen. Zo worden de biodiversiteit en de plantgenetische variëteit beschermd, omdat zaden van allerlei verschillende gewassen worden opgeslagen die anders, in een monocultuur, snel zouden verdwijnen. Tegelijkertijd blijven zo zaden van gewassen beschikbaar die kunnen groeien met natuurlijke bemesting en zonder pesticiden.

Shiva schermt met onderzoeksresultaten die laten zien dat gemengde landbouw per hectare meer voedingswaarde oplevert en de bodem minder uitput dan monocultuur doet. Bovendien, zegt ze, komt de broodnodige variëteit in het dagelijkse menu in gevaar als boeren zich concentreren op één of maar een paar gewassen.

Met die biodiversiteit is haar milieubewustzijn begonnen. In de jaren zeventig leed haar geboortestreek, tegen de Himalaya aan, onder de gevolgen van de bomenkap: landverschuivingen, opdrogende rivieren. Het protest werd geleid door vrouwen die bomen omhelsden en zeiden: „Je kunt ze niet kappen zonder ons te doden.” In de boswetenschap (haar vader was boswachter) geldt volgens haar dat de enige boom een boom is die je commercieel kunt exploiteren. „Al het andere is onkruid, en dat kun je weghalen.” Zo kwamen er bosculturen van één soort: pijnbomen, teak. En zo verdween de inheemse verscheidenheid, zegt ze.

Een tweede sleutelmoment was het geweld in de jaren tachtig in de Punjab, een regio die toen in India de kern vormde van de ‘groene revolutie’. „Die groene revolutie was in 1965/66 in India geïntroduceerd door de Verenigde Staten en de Wereldbank. Met nieuwe technologieën, gebaseerd op chemicaliën en gemanipuleerde gewassen die meer opbrengen, zou India zo welvarend worden dat het nooit zo rood, zo communistisch zou worden als China. ‘Groen’ stond dus niet voor ‘duurzaam’, maar voor niet-rood. Ze zeiden dat de groene revolutie vrede zou brengen. Maar juist in de Punjab, het hart ervan, bracht die vooral geweld. Het dieptepunt kwam in 1984, met de bestorming van de Gouden Tempel, het heiligdom van de sikhs, en in reactie daarop de moordaanslag op premier Indira Gandhi.”

In december van dat jaar 1984 kwamen in een pesticidefabriek in Bhopal zwaar giftige gassen vrij. Het was een van de grootste milieurampen ooit, waarbij naar schatting 25.000 doden vielen.

Door het geweld en de milieuramp keerde Shiva zich fel tegen de ‘groene revolutie’. Heeft die uiteindelijk mensen gered van de hongersnood? „Het aantal mensen dat honger lijdt, stijgt dit jaar tot boven de één miljard”, zegt ze. „Voedsel moet ook geen handelswaar worden, want dat moedigt alleen maar de speculatie aan.” Ze wijst op de zelfmoorden onder boeren in India omdat die hun schulden wegens dure zaden, kunstmest en pesticiden niet meer kunnen betalen.

In de ogen van Shiva is het vooral de landbouwindustrie, lees multinationals die rassen genetisch sterker maken of pesticiden verkopen, die profiteert van de groene revolutie. „Het is kortetermijndenken. Op lange termijn is dit soort landbouw zo schadelijk dat we de bodem ermee vernietigen.”

Shiva was even in Nederland voor een congres van economische historici, waar lang niet iedereen het met haar eens was. Ze had in het vraaggesprek met deze krant vóór haar lezing gezegd: „Wij zijn geen missionarissen, we denken niet dat onze waarheid altijd en overal geldig is. We willen alleen de laag stof weghalen die ligt over de traditionele kennis van veel vrouwen. Hoe meer we deze kennis kunnen benutten, des te beter is de wereld af.”

Kennis van vrouwen; ze onderstreept het een paar keer. Spelen mannen dan geen rol in de landbouw? „In de periode van industrialisatie waren het de mannen die banen kregen in de fabrieken. De vrouwen bleven achter op de boerderij. Zo is er een groep van vrouwen van boven de zestig ontstaan die als enige nog de overgeleverde kennis bezit. Tot deze groep moeten we ons wenden als we willen voorkomen dat 10.000 jaar kennis over biodiversiteit verloren gaat.”

Shiva vertelt dat haar organisatie wordt tegengewerkt door de multinationals. Ook economische ontwikkelingsdeskundigen hebben vaak kritiek op haar nadruk op landbouw als manier van leven, op een samenleving waarin geld minder belangrijk zou zijn. Niet realistisch, zeggen zij, in een wereld waarin meer dan de helft van de bevolking in steden woont.

Ze schudt de kritiek van zich af. „We moeten simpelweg de manier herzien waarop we omspringen met deze planeet. We moeten beseffen hoe kwetsbaar die is. Ik sta voor mijn overtuigingen. Mijn ouders hebben me geleerd om volgens je geweten te leven en nergens bang voor te zijn. Als je weet dat iets verkeerd is, zeiden ze, doe dat dan niet omdat iemand die machtiger is dan jij, zegt dat je het moet doen.” Dat is misschien moeilijk. Maar het wordt volgens haar minder moeilijk als wordt beseft dat uiteindelijk iedereen zichzelf gezelschap moet houden, „niet een machtige politicus of zo”. Want, zegt zij: „Je leeft en sterft met jezelf.”