Verkiezingen werken niet bij patronage

Buitenlandse troepen moeten snel weg uit Afghanistan en vervangen worden door eigen mensen die de wederopbouw op lokaal niveau steunen, meent Willem van de Put.

De verkiezingen in Afghanistan zijn de eerste in meer dan dertig jaar die door de Afghaanse overheid zelf worden georganiseerd – met steun van de internationale coalitie. Het feit op zich dat 17 miljoen kiezers hun stem uit kunnen brengen in een van de armste en onveiligste landen ter wereld, is een krachttoer. In elke democratie zijn verkiezingen noodzakelijk om de overheid te legitimeren. Maar in landen waar democratie een van buiten opgelegde staatsvorm is, zijn verkiezingen op zich niet voldoende. Ook niet in Afghanistan.

President Karzai is er in zijn eerste periode niet in geslaagd een regering met werkelijk gezag te vestigen. Hij is sinds zijn eerste verkiezingsoverwinning nog afhankelijker geworden van beruchte krijgsheren. Door oorlogsmisdadigers als Dostum en Fahim als running mates te kiezen wordt niet alleen zijn persoonlijk gezag, maar ook de legitimiteit van zijn regering nog verder uitgehold. Karzai verstaat de kunst van het verbinden en verzoenen, maar na dertig jaar strijd is dat niet voldoende om rechtvaardigheid en vertrouwen te brengen. Straffeloosheid is de grootste vijand van verzoening. Daarom vraagt de Afghaanse bevolking zich af wat dat voor staatsvorm is, die democratie, waar een corrupte overheid de mooiste banen aan oorlogsmisdadigers geeft. En wat de bedoeling is van buitenlandse bezetters, die een oorlog in Afghanistan komen voeren waarbij duizenden burgerslachtoffers vallen.

De paradox dat Karzai bondgenoten nodig heeft om verkiezingen te winnen, waarna een regering wordt gevormd die door de aanwezigheid van diezelfde bondgenoten aan legitimiteit verliest, tekent de kern van het probleem van democratie in Afghanistan. Het one man, one vote systeem gaat niet op in een samenleving die op lokale macht en patronage gebaseerd is. Daarvoor is een proces van nation building nodig, waar overheid en burgers leren omgaan met overheidsdiensten, burgerrechten en burgerplichten. In dat leerproces spelen onderwijs en rechtsveiligheid een centrale rol. De verkiezingen zijn een stap in dit proces, maar de werkelijke vraag is hoe het verder moet met Afghanistan ná de verkiezingen.

Deze ‘open deur’ is relevant, omdat de leider van de westerse coalitie in Afghanistan, de Verenigde Staten, zich nu richt op een exit strategie. De combinatie van terreurbestrijding en wederopbouw heeft rampzalig uitgepakt. Burgerslachtoffers, toenemende onveiligheid in het zuiden en corruptie binnen de overheid hebben verhinderd dat het proces van wederopbouw samen met de Afghanen goed op gang kan komen. Bijna acht jaar na de inval op 7 oktober 2001 is het land een steeds groter probleem geworden, en de vraag is hoe men uit Afghanistan kan vertrekken zonder al te veel gezichtsverlies.

Nederland moet in de komende maanden besluiten hoe het Uruzgan wil gaan overdragen aan een andere lead nation, en hoe het zich na 2010 zal committeren aan Afghanistan.

De successen met wederopbouwin Uruzgan waar de Nederlandse overheid op wijst zijn onmiskenbaar, maar tevens van een ontluisterende bescheidenheid. Het zou interessant zijn om de resultaten van het Nederlandse Provinciale Reconstructie Team te toetsen aan de nieuwe, strenge criteria die Ontwikkelingssamenwerking momenteel aanlegt. Is de anderhalf miljard euro die de Nederlandse militaire missie kost werkelijk effectief besteed?

De dooddoener in discussies over de militaire inzet in Afghanistan is dat men nu eenmaal niet terug kan naar de ‘tijd van de Talibaan’. Maar de enorme militaire inzet heeft niet gewerkt. Het kost de westelijke coalitie kennelijk erg veel moeite het failliet van de big army approach te erkennen. Terwijl we weten dat alleen al de aanwezigheid van de internationale troepen meer geweld aantrekt, de Talibaan helpen bij het rekruteren van mensen, en zo bijdraagt aan de positie van precies dat militante deel van de Talibaan waar iedereen vanaf wil.

In de strategie die nu door ISAF is ingezet, ligt de nadruk op veroveren en behouden van gebied. Door ‘24/7’-aanwezigheid zou pacificatie plaatsvinden. Maar de vraag is hoeveel weken, maanden of jaren die 24/7-aanpak kan worden volgehouden. De Britse generaal Richards denkt dertig tot veertig jaar nodig te hebben. Dat is niet wat de partners voor ogen staat – en al helemaal niet wat de Afghanen willen.

Sinds de gebeurtenissen in de Pakistaanse Swat-vallei kan ook niet meer worden volgehouden dat het gevaar voor het Westen, de takfiri-jihadisten, direct gekoppeld kan worden aan Afghanistan. De Talibaan vertegenwoordigen wel een deel van de Afghaanse conservatieve plattelandsbevolking. Onderhandelen en samenwerken met dat deel van de Talibaan is inmiddels geaccepteerd. Er wordt nog ingewikkeld gedaan over de selectie: met wie praten we wel, met wie praten we niet? Het eenvoudigste antwoord ligt in het uitvoeren van wederopbouw zelf. Al jaren werkt de wederopbouw ‘van onderaf’ goed, omdat de echte lokale leiders meewerken aan effectieve projecten waardoor ze hun eigen positie voor langere tijd kunnen versterken. Daartoe verzekeren zij ook de veiligheid van de NGO’s en medewerkers die echt iets te bieden hebben.

We hoeven eigenlijk alleen maar logische conclusies te trekken. Snel afbouwen van de provocatieve aanwezigheid van buitenlandse militairen. Die vervangen door gerichte ondersteuning aan Afghaanse veiligheidstroepen, als onderdeel van een nauw gestuurd programma dat hoge eisen stelt aan de kwaliteit van governance van de nieuwe Afghaanse regering. Vrijkomende middelen inzetten voor wederopbouw die volledig gedemilitariseerd is, en dat tot uiting brengen door het Provinciaal Reconstructie Team in Uruzgan op te heffen. Uitvoering van wederopbouw onderwerpen aan dezelfde strakke regels die het ministerie in Nederland nu invoert.

Aldus kan Nederland laten zien hoe corruptie op lokaal niveau kan worden aangepakt en hoe veiligheid kan worden bereikt door mensen verantwoordelijkheid te geven. En kunnen de Afghanen wellicht bij volgende verkiezingen meer serieuze keuzes maken.

Willem van de Put is directeur van HealthNet TPO, een ontwikkelingsorgaisatie die sinds 1994 in Afghanistan werkt aan de wederopbouw van de gezondheidszorg.