Studentenleider

Ze overspoelden de straten. In augustus 1962 kwamen hordes eerstejaarsstudenten uit alle regionen van het land naar de universiteitssteden om een kamer te bemachtigen. Dat was de laatste jaren steeds moeilijker geworden. Vanwege de economische groei in de jaren vijftig kregen steeds meer tieners uit middelbare en lagere milieus de kans met een studiebeurs door te leren. Gevolg: enorme groei van de studentenpopulatie, compleet met problemen als kamernood en te volle collegezalen.

Ook het (zelf)beeld van ‘de student’ veranderde. Traditionele studentenverenigingen hadden er altijd alles aan gedaan om het imago van de student als ‘onbegrijpelijk fenomeen dat niet hoeft deel te nemen aan de samenleving’ te cultiveren. Maar veel ‘nieuwe’ studenten wilden juist wél participeren in de maatschappij. Ze zagen zichzelf als ‘jonge intellectuele werknemers, met een tijdelijk beroep in een tijdelijke werkkring’.

Deze laatste woorden waren afkomstig van de Nijmeegse psychologiestudent Ton Regtien (1938-1989). Geïnspireerd door ontwikkelingen in Frankrijk besloot hij begin 1963 om een ‘studentenvakbeweging’ op te richten, met als doel dat studenten serieus werden genomen. Aan het eind van het jaar hadden zich al 3.000 studenten aangemeld. Het was het begin van een georganiseerde studentenbeweging, met Regtien als leider. Als prototype van de typische maatschappijkritische, geëngageerde student van de jaren zestig schreef Regtien een wijd verspreid Demokratisch Manifest, publiceerde hij het boek Universiteit in opstand en bezette hij in 1969 het Maagdenhuis.

Toen hij in 1971 eindelijk afstudeerde, was de situatie voor Nederlandse studenten in veel opzichten beter geworden – in elk geval democratischer. Toch is Regtien nooit een beroemd, historisch figuur geworden, zoals bijvoorbeeld zijn Franse en Duitse evenknieën Daniel Cohn-Bendit en Rudi Dutschke. Misschien had dat te maken met zijn schroom om grote menigtes toe te spreken.

Deze week overspoelen studenten weer de Nederlandse universiteitssteden. Net als in 1962 is dit jaar een grote stijging van het aantal nieuw ingeschreven studenten te bespeuren. Dit keer is de oorzaak niet economische groei, maar economische crisis: jongeren studeren liever dan zich met weinig succes op de arbeidsmarkt te begeven.

Bovendien, de vacature voor ‘historisch studentenleider’ is nog onvervuld.

Jaap Cohen