SER-leden betrekken hun stellingen

De Sociaal-Economische Raad moet een alternatief bedenken voor de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Maar een akkoord daarover is verder weg dan ooit.

Hij werd uitgemaakt voor ‘verrader’ en voor ‘slavendrijver’. Wie dit voorstel goedkeurde was verantwoordelijk voor de armoede van ouderen in de toekomst. Wacht minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken (CDA) eenzelfde lot als zijn Duitse sociaal-democratische collega Franz Müntefering, die twee jaar geleden de verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar door het parlement loodste?

Vandaag komt de speciale commissie van de Sociaal-Economische Raad (SER) na een korte zomerstop weer bij elkaar om zich te buigen over een van de meest omstreden maatregelen die het kabinet wil nemen: het optrekken van de AOW-leeftijd tot 67. Daarmee moet de basis van de overheidsfinanciën worden versterkt, die door de kredietcrisis dramatisch is verslechterd. In principe hebben de leden van het kabinet dit voorjaar al ja gezegd tegen verhoging van de AOW-leeftijd, tenzij de SER een beter alternatief bedenkt.

Een ding is duidelijk sinds de eerste vergadering van de SER over de AOW in juni: een oplossing is niet in zicht. De SER is hevig verdeeld. De komende weken komt het erop aan. Dan moet blijken of het partijen lukt over hun eigen schaduw heen te springen. Maar de kans dat de werkgevers, de vakbonden en de onafhankelijke Kroonleden het voor de deadline van 1 oktober samen eens worden over een alternatief dat verhoging van de AOW-leeftijd overbodig maakt, is klein.

Voor de grootste vakcentrale FNV blijft verhoging van de AOW-leeftijd onbespreekbaar. Zelfs de gematigde CNV voelt er niets voor. De FNV vindt de maatregel een onnodige en oneerlijke bezuiniging. De besparing van 4 miljard kan net zo goed worden opgebracht door de hogere inkomens op diverse terreinen – woning, pensioen, zorg – hoger te belasten. Voorzitter Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten, voorziet „een harde strijd” en liet deze zomer even zijn spierballen zien door op 7 oktober een actiedag voor behoud van de AOW aan te kondigen.

De werkgevers koersen vooral op verlaging van de totale pensioenlasten. Zij gaven in februari vorig jaar al een schot voor de boeg met hun pensioennota ‘Naar een modern en betaalbaar pensioen’, waar een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar deel van uit maakt. De bonden schoven het rapport snel in een la onder het kopje: niet aan de orde. Maar na de uitbarsting van de kredietcrisis in september vorig jaar zijn de voorstellen voor een stabieler en wendbaar pensioenstelsel actueler dan ooit.

De Kroonleden zijn verdeeld. Er zijn enkele fervente pleitbezorgers van een hogere AOW-leeftijd zoals Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau en hoogleraar economie Lans Bovenberg uit Tilburg. Beiden pleiten al langer voor een hogere AOW-leeftijd om de kosten te kunnen opvangen van de vergrijzing, die de komende jaren leidt tot een krimpende beroepsbevolking en verdubbeling van het aantal AOW’ers.

Bovenberg suggereerde het kabinet al in december een ruil tussen versoepeling van de begrotingsregels om de economische crisis te verzachten en verhoging van de AOW-leeftijd. De leeftijd zou na 2011 geleidelijk met een maand per jaar moeten stijgen. Net als in Duitsland waar de AOW-leeftijd tussen 2012 en 2029 stapsgewijs wordt verhoogd.

Ook in het kabinet is de strijd nog niet voorbij. De coalitie moet nog een besluit nemen en daarbij zal het SER-advies „een zwaarwegende rol” spelen, schreef Donner in april in een brief aan SER-voorzitter Rinnooy Kan.

Binnen de PvdA is een hogere AOW-leeftijd zeer omstreden, bleek op een partijbijeenkomst afgelopen juni in Arnhem. Met het besluit geeft de partij „het signaal dat niets meer heilig is”, was de mening van partijleden die de PvdA-fractie had willen oproepen zich tegen het kabinetsplan te verzetten. Dat wist het partijpresidium op het nippertje te voorkomen. Stilletjes hoopt de partijleiding dat de FNV nu de kastanjes uit het vuur haalt.

Alleen CDA en ChristenUnie verdedigen de hogere AOW-leeftijd als ‘vervelend, maar noodzakelijk’. Donner is als verantwoordelijke minister ook deze zomer niet stil blijven zitten. In een uitvoerige AOW-notitie draagt hij argumenten aan voor de maatregel die eraan moet bijdragen dat sociale voorzieningen met een slinkende beroepsbevolking van 1 miljoen mensen (en dus 1 miljoen minder belastingbetalers) ook op lange termijn betaalbaar blijven.

Tegen de achtergrond van de belabberde financiële situatie waarin Nederland inmiddels terecht is gekomen, lijkt de zoektocht naar een keuze – verhoging van de AOW-leeftijd of een alternatief – achterhaald. Het zorgvuldig opgebouwde overschot op de begroting, dat dit jaar geïncasseerd had moeten worden, is door de hulpacties voor de banken, door de scherpe terugval van de productie en door het stimuleringspakket van het kabinet als sneeuw voor de zon verdwenen.

Nederland zit diep in de rode cijfers. De staatsschuld stijgt volgens de juniraming van het CPB explosief, van 259 miljard euro in 2007 toen het kabinet begon, naar 380 miljard in 2010 – een stijging van 20 procent ofwel zo’n 122 miljard euro. Dat is 66,3 procent van het totale Nederlandse bruto binnenlands product. Het overheidstekort loopt volgend jaar op naar 6,7 procent van het bbp. De 10 procent van het bbp die Nederland naar schatting van het CPB door de wereldwijde crisis is kwijtgeraakt, zal moeten worden terugverdiend.

Intussen is de economie het tweede kwartaal van dit jaar met 5,1 procent gekrompen, vallen de investeringen verder terug en heeft Nederland het dieptepunt van de werkloosheid nog voor de boeg. Langer doorwerken is hooguit een van de vele maatregelen die nodig zullen zijn om uit de financiële problemen te komen, zo is de verwachting. Vermindering van de hypotheekrenteaftrek, belastingheffing over de AOW en verhoging van de eigen bijdrage voor ziektekosten komen allemaal voor op het FNV-lijstje met alternatieven. Er zullen dus meer taboes moeten sneuvelen om Nederland de komende jaren weer financieel gezond te maken – Niet alleen aan de tafel van de SER.