Pastabasics

Natuurlijk weet ik wel dat jij allang pasta kunt koken. Met drie vingers in je neus. Maar lukt-ie ook altijd even goed? Of komt er af en toe een dikke kluwen ongare deegslierten uit de pan? Dat overkomt mij namelijk nog wel eens. Ben ik iets te nonchalant bezig en vergeten in de pan te roeren. Hoe dan ook, het kan geen kwaad zo aan het begin dit studiejaar je vaardigheden wat op te vijzelen.

Pasta koken doe je zo: zet een grote pan met water op hoog vuur (ongeveer 1 liter water per 100 gram pasta). Voeg per liter water een volle theelepel zout toe. Wacht tot het water flink borrelt en voeg de pasta toe. Lange pasta, zoals spaghetti, duw je zodra de slierten slap worden onder water. Roer de pasta na een minuut even om, zodat de boel niet gaat kleven. De kooktijd gaat in wanneer het water opnieuw kookt; draai op dat moment het vuur laag.

Drie dingen die je niet moet doen: olie toevoegen, een deksel op de pan leggen en na die eerste keer nog eens roeren. Begin 2 minuten voor het einde van de kooktijd (die staat, helaas altijd op een andere onvindbare plek, op de verpakking) met testen. Haal een pastaatje uit de pan en bijt erin. Zodra-ie goed is stort je de pasta in een vergiet, maar niet voordat je een beetje van het kookwater in een kopje hebt geschonken.

Dan doe je de pasta bij de saus (zie hieronder), samen met per portie pasta 1 – 2 eetlepels kookwater. Je draai het vuur hoog en schept de pasta met saus zo’n 30 seconden om, zodat de saus lekker aan de pasta gaat hangen – strascinare noemen de Italianen dat. Wij noemen het: een perfect pastaatje.

Pastasaus voor 2 personen (of voor 2 dagen):

1 eetlepel olijfolie

1 kleine ui

1 teentje knoflook

2 verse saucijzen

1 blik gepelde tomaten

extra:

1 theelepel venkelzaadjes

½ theelepel chilivlokken

1 glas wijn

Pel de ui en knoflook en snijd ze fijn. Verhit de olijfolie in een koekenpan op laag vuur. Laat hierin de ui, samen met een snuf zout, 5 minuten zachtjes bakken. Voeg de knoflook, en als je het gebruikt ook het venkelzaad en de chilipeper toe en fruit 2 minuten mee. Draai het vuur weer hoog. Snijd de saucijzen open en druk het vlees, boven de pan, uit de hulsjes. Maak het terwijl je het bakt rul met een pollepel of vork. Voeg de gepelde tomaten en een glas wijn of water toe en breng aan de kook. Draai het vuur nu weer laag en laat zachtjes 15 – 20 minuten pruttelen. Proef en maak de saus op smaak met zout en peper.

Janneke Vreugdenhil

Heb jij vragen over basiskooktechnieken? Stel ze op nrcnext.nl/kokenetc