Op zoek naar bomauto's en bomgordels in Kabul

De politie in Kabul vreest dat de Talibaan morgen, op verkiezingsdag, nieuwe aanslagen plegen. Alle mannen met lange baarden worden gecontroleerd.

Majoor Khawja Nuri laat zijn politietruck dubbelparkeren bij de Moskee van de Koning met de Twee Zwaarden, op een druk kruispunt in Kabul. Er ontstaat onmiddellijk een file in de overbevolkte Afghaanse hoofdstad, maar niemand toetert naar de politie. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen morgen zijn de veiligheidscontroles naar het maximaal haalbare niveau uitgebreid. De politie heeft in de afgelopen drie dagen een raketwerper, vier kalasjnikovs en zeven landmijnen in beslag genomen.

Nu is een jonge hulpverlener aangehouden met een verkeerd geregistreerde radio. „Met dit ding kun je alle politiefrequenties afluisteren”, zegt Nuri. De hulpverlener, Ahmed Sharifi, vindt dat de politie „de mensen pest” en zegt dat zijn papieren kloppen.

Er wordt een kwartiertje geruzied tot hij de radio terugkrijgt. „Ze creëren problemen om te laten zien dat ze er zijn. Ze verspillen onze tijd. Kijk nou naar deze straat”, zegt hij, en hij wijst naar de file.

„De mensen vinden het niet leuk als we hen controleren, maar het is nu eenmaal onze taak”, zegt Kader Nur, de commandant van de Snelle Reactiemacht die de controleposten bemant. Zijn agenten zijn vooral op zoek naar bomauto’s en bomgordels. De inlichtingendiensten hebben duidelijke aanwijzingen doorgegeven dat de Talibaan op verkiezingsdag zelfmoordaanslagen willen plegen in de stad. Daarom wordt iedereen gecontroleerd die er verdacht uitziet. Dat wil zeggen alle mannen met een gespannen gezicht of een lange baard. Maar ook een slager met een schaap in zijn achterbak en een gladgeschoren directeur in een terreinwagen.

Na acht maanden van betrekkelijke rust is het geweld in Kabul de afgelopen twee weken toegenomen. Tweemaal is de stad met raketten beschoten, en er zijn zelfmoordaanslagen geweest op het hoofdkwartier van de NAVO-missie ISAF en gisteren op een Brits konvooi.

Ook in andere delen van het land, vooral in het zuiden, zijn veel slachtoffers gevallen door bermbommen en een zelfmoordaanslag, gisteren in Uruzgan. Maar dit hoort eerder tot de algemene escalatie van de oorlog dit jaar, dan tot specifiek verkiezingsgeweld.

De Talibaan hebben wisselende signalen afgegeven over hun plannen voor de verkiezingsdag en tonen zo weer aan hoe diffuus de opstand in Afghanistan is. Woordvoerders van Talibaan-leider Mullah Omar hebben kiezers opgedragen thuis te blijven en gedreigd met aanvallen op stembureaus.

Vervolg Afghanistan: pagina 5

NAVO-macht staat klaar om bij te springen

Op lokaal niveau zijn pamfletten verspreid met het dreigement dat de Talibaan vingers zullen afhakken waarop ze verkiezingsinkt aantreffen.

De Verkiezingscommissie was juist erg tevreden over de inkt. Met de verkiezingsinkt, die gegarandeerd een week onafwasbaar is, moet stembusfraude worden voorkomen.

Tegenover alle dreigementen staat dat er tijdens de voorbereidingen verspreid over het land toch relatief weinig grote, gerichte aanslagen zijn uitgevoerd. Kandidaat Abdullah Abdullah en kandidaat-vicepresident Qasim Fahim zijn beschoten, maar beiden bleven ongedeerd. Voor zover bekend is een kandidaat voor de provinciale verkiezingen vermoord. Er zijn enkele ontvoeringen en vele bedreigingen geweest.

Vorige week meldde Ahmed Wali Karzai, een omstreden halfbroer van de president, in het Britse dagblad The Guardian dat hij wapenstilstanden heeft gesloten met lokale Talibaan-groepen in het zuiden, waar de opstand het hevigst is. De Pashtun in het zuiden vormen de belangrijkste achterban van president Karzai, en een herverkiezing van Karzai is vermoedelijk de meest gunstige uitkomst voor de Talibaan.

Onder zijn regering zijn de Talibaan er immers in geslaagd een succesvolle comeback te maken. Winst van Karzai’s belangrijkste tegenstander Abdullah zou betekenen dat een half-Tadzjiek aan de macht komt, die de strijd tegen de Talibaan wellicht intensiveert.

„Ik denk dat ze er enorm mee zitten”, zegt de Nederlandse schout-bij-nacht Matthieu Borsboom over de verschillende Talibaan-groepen. Borsboom is als ondercommandant van ISAF onder andere verantwoordelijk voor de begeleiding van de verkiezingen. „Wat zou hun strategie moeten zijn? Uiteindelijk hebben ze baat bij het voortzetten van een zeker niveau van chaos, omdat ze daarin gedijen. Je kunt niet echt spreken van een strategie. Als je er met experts over praat, hoor je de meest gemengde geluiden.”

Omdat het onduidelijk is wat de internationale militairen moeten verwachten „houden we rekening met het hele spectrum”, zegt Borsboom in het zwaar bewaakte ISAF-hoofdkwartier. Hij benadrukt dat de verkiezingen georganiseerd zijn door de Afghanen en ISAF slechts een ondersteunende rol speelt. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de politie, die steun kan inroepen van het Afghaanse leger. Als zij de situatie niet meer aankunnen kan ISAF inspringen. Daarvoor zijn duizenden extra internationale militairen ingevlogen.

ISAF zal morgen geen offensieve operaties uitvoeren en probeert zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven, zegt Borsboom. Al zou het makkelijker zijn om alles zelf te doen: „Het voelt een beetje alsof je je kind leert fietsen. De zijwieltjes zijn eraf en je loopt er een beetje omheen. Alleen hebben we er nu voor gekozen om het op Times Square te doen, om twaalf uur ’s middags. Dit is het lastigste project dat ik ooit onder handen heb gehad.”

Borsbooms grootste angst is dat hij er „volkomen naast zit” en de kiezers tegen zijn verwachting in thuisblijven. Omdat er geen minimum opkomst vereist is, wordt de nieuwe president dan niet „breed gedragen”.

De vraag is dan hoe de verliezende partijen daarop zullen reageren. De gewelddadige straatprotesten na de verkiezingen in buurland Iran liggen hier vers in het geheugen. Abdullahs campagneleider heeft gedreigd dat de kiezers de straat zullen opgaan als Abdullah niet wint. Zelf maakt de kandidaat voortdurend toespelingen op de fraude die hij verwacht in het kamp-Karzai.

In twintig van de 34 provincies heeft de Afghaanse overheid de laatste maanden lokale gewapende groepen opgericht, die een maand worden ingehuurd voor de beveiliging van de verkiezingen. Milities mogen ze niet heten van Arif Noorzai, die het programma leidt. „De bevolking heeft geen goede herinneringen aan eerdere milities, omdat die tegen elkaar begonnen te vechten. De groepen van nu zijn lokale beschermers. Het grote verschil is dat ze worden samengesteld door de stamleiders.”

Volgens Noorzai is dit project veel beter doordacht dan alle eerdere pogingen in Afghanistan om met lokale gewapende groepen de veiligheid te verbeteren. „Ze dragen hun eigen wapens, moeten samenwerken met politie en leger en mogen niet buiten hun district opereren.”

Een belangrijk voordeel, zegt Noorzai, is dat ze het gebied zoveel beter kennen dan politie en militairen. Bovendien, zegt hij, staan ze sterker doordat ze uit de gemeenschap komen: „Als je een van hen doodt is het alsof je er honderd gedood hebt. Dat doe je dus niet.”

De milities mogen de politie niet vervangen bij de verkiezingen, zegt schout-bij-nacht Borsboom. „Een stembureau gaat niet open als er geen politie is.” Noorai wil de groepen ook na de verkiezingen aanhouden. Borsboom vindt dat een slecht idee. „Als je een staat wilt opbouwen moet je werken met entiteiten die gegrondvest zijn in wet- en regelgeving”, zegt hij.

Een van de belangrijkste controleposten in Kabul is die op de Mohammad Khan-brug. De weg verbindt de provincie Logar – waar de Talibaan sterk zijn – met de wijk waarin het presidentiële paleis, het ISAF-hoofdkwartier en de Amerikaanse en Britse ambassades liggen. „We proberen de veiligheid nu elke dag te verhogen”, zegt Said Khalid, die de controlepost leidt. „Maar we hebben onvoldoende technische middelen om explosieven op te sporen.”

Zijn gezicht licht op als hij hoort dat hij morgen twee van de veertien beschikbare snuffelhonden krijgt. „We kunnen geen voorspellingen doen”, zegt hij. „We kunnen niet alle auto’s controleren, dus zelfmoordterroristen kunnen erdoor glippen. Als ze slimmer zijn dan wij.”