Oost-Duits dopingspook doemt op in Berlijn

De Duitse sport worstelt nog steeds met het DDR-dopingverleden. Discuswerper Robert Harting reet oude wonden open door slachtoffers van dat systeem te schofferen.

Duitsland en doping; de demonen van het staatsgestuurde dopingsysteem van de voormalige DDR willen maar niet wijken. Dat bleek gisteren opnieuw bij de wereldkampioenschappen atletiek in Berlijn, waar de Duitse discuswerper Robert Harting (24) een rel veroorzaakte. Hij schoffeerde de DDR-dopingslachtoffers en bracht daarmee de Duitse atletiekbond DLV in verlegenheid.

Harting, die bij de WK twee jaar geleden zilver won, had na afloop van de kwalificatieronde geen goed woord over voor een ludieke actie van de Dopingopfer-Hilfe-Vereins (DOHV), de belangenvereniging van DDR-sporters die onwetend overdoses aan doping kregen toegediend en daar ernstige klachten aan overhielden. Een drijvende kracht achter DOHV is Andreas Krieger, ten tijde van de DDR beter bekend als kogelstootster Heidi Krieger. Zij kreeg destijds tweemaal meer testosteron toegediend dan een mannelijk lichaam produceert, met als gevolg dat haar lichaam zo veel mannelijke kenmerken vertoonde, dat Krieger besloot van sekse te veranderen.

De voormalige DDR-sporters strijden voor genoegdoening. Ze hebben bij een proces in Maagdenburg al twee miljoen euro aan smartegeld afgedwongen, maar willen ook dat verantwoordelijke trainers gestraft worden of op z’n minst excuses maken voor het leed dat zij hebben aangericht. Maar het tegenovergestelde gebeurt, want vele voormalige DDR-trainers zijn werkzaam bij sportbonden. Een van hen is Werner Goldmann, de coach van discuswerper Harting, als geboren Cottbusser een kind van de DDR.

En daar wringt de schoen voor Harting. Waar slachtoffers van brute sportmethoden hun recht willen halen, voelt hij zich als jonge sporter in zijn ambities gedwarsboomd. Tot Hartings frustratie wordt Goldmanns contract bij de Duitse atletiekbond niet verlengd, nadat oud-kogelstoter Gerd Jacobs had onthuld dat die man hem in de DDR-tijd jarenlang hormoonpreparaten had toegediend. Waar Krieger zegt dat Goldmann „überhaupt niet meer in de sport thuishoort”, beweert Harting dat de voormalige DDR-sporters „alles kapotmaken”. Het is illustratief voor het belangenconflict van twee Duitse sportgeneraties.

Harting, die provocaties niet schuwt, kon zich gisteren niet beheersen toen Duitse verslaggevers hem naar een mening vroegen over een actie van DOHV. Die reikten voor het Olympiastadion aan toeschouwers papieren brillen uit met de tekst ‘Ik wil geen bedrog zien’, daarmee verwijzend naar de WK atletiek waarin de misleiding uit de DDR-tijd volgens hen nog steeds doorsijpelt. Tot afgrijzen van Harting, die impulsief een explosief antwoord gaf: „Ik hoop dat mijn discus opspringt en die brillen raakt, zodat er werkelijk niets meer te zien is.”

Hij had die woorden nog niet uitgesproken of sportend Duitsland was in rep en roer. De media spraken schande van Hartings uitlatingen en vroegen zich af of hij gek was geworden. De Duitse atletiekbond riep Harting onmiddellijk ter verantwoording, waarna teamchef Eike Emrich met de verklaring kwam dat Harting tegen elke vorm van doping is en dat de discuswerper na de finale van vanavond in een persconferentie zijn uitspraken zal toelichten. Bovendien zal de bond de zaak „nog eenmaal met hem bespreken”, waarbij in het midden werd gelaten of medaillekandidaat Harting een staf tegemoet kan zien.

De rel die Harting ontketende, demonstreert nogmaals de worsteling die Duitsland met zijn sportverleden voert. Na de Wende in 1989 is de integratie van Oost- en West-Duitse sportbonden moeizaam verlopen. Er was niet altijd een pasklare oplossing voor de gezagsverhoudingen en de bonden wisten evenmin raad met de vele honderden trainers uit de DDR. Verblind door de hoop op grote successen werden vele DDR-coaches op grond van hun onmiskenbare kennis in de armen gesloten. De integratie van twee sportsystemen is evenwel niet via doordachte structuren verlopen, maar te veel aan de waan van de dag overgelaten, waarbij de Duitse overheid passiviteit te verwijten is. Ondanks aandringen van bezorgde ambtenaren liet de toenmalige Duitse regering de sporthereniging aan de bonden over. En daarvan zijn nu de gevolgen nog steeds merkbaar.

Dit is het negende deel in een serie over doping. Lees eerdere delen op nrc.nl/sport