Kippenpoot voor puberende papegaai

De barbecue is bijzaak voor de papegaaienliefhebbers die uit het hele land naar de Veluwe zijn gereden om over hun huisdieren te praten. Deel 4 in een serie over eten in de buitenlucht.

Miriam en huisdier Nico samen aan de saté. (Foto Merlin Daleman) Nederland, Vaassen, 11-10-09 Pappegaaien liefhebbers BBQ. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Jacco wordt 68 volgende maand. Nico is pas twee jaar en vier maanden, en zit in de puberteit. Jacco en Nico zijn grijze roodstaarten. En die kleine groene in de hoek is Rambo, een zogeheten argaponnisje. Niet de kippenpoten vormen het middelpunt van deze barbecue in Vaassen, maar papegaaien.

Hun eigenaren kennen elkaar van een papegaaienforum op internet en komen overal vandaan. De meesten zijn „huiskamerliefhebbers”, sommigen zijn kwekers. Zoals vrachtwagenchauffeur Frank. Hij heeft nu „vijftien koppeltjes”. Grijze roodstaarten, kaketoes, en ara’s. „We zijn er speciaal voor geëmigreerd, vier kilometer, van Millingen bij Nijmegen naar Kleef, net over de grens in Duitsland. Daar is meer ruimte voor de pagegaaien. In Millingen hadden we de eettafel er al uit moeten gooien.”

Bij de barbecue wisselen ze wetenswaardigheden, tips en verhalen over hun vogels uit. Zoals de anekdote over de papegaai die vreselijk hoestte en rochelde. Die werd met spoed naar de diergeneeskundefaculteit in Utrecht gebracht. Frank: „Na zes maanden onderzoek kwamen ze erachter dat hij een eigenaar had met een longziekte en dat wist hij perfect na te doen.”

De papegaaienliefhebbers hebben hun eigen drank en eten meegenomen. Op tafel staan een fles rode wijn, een fles Bacardi, een flesje energiedrank en een pak limonade. En suikerklontjes en koffiemelk, want gastechtpaar Henk en Rijntje zorgt voor de koffie en thee. En voor de worteltjes, die Rijntje uit haar moestuin achter het huis trekt.

Miriam, eigenaar van papegaai Nico, legt uit dat je papegaaien net zo moet behandelen als een drie- tot vijfjarig kind. „Je moet ze heel veel aandacht geven. En ze in hun waarde laten. Je moet ze papegaai laten zijn.” Miriam heeft één papegaai. Kweker Frank ziet dat liever niet: „Ik zeg altijd: één papegaai, is geen papegaai, ze moeten gezelschap hebben.”

In de hoek heeft liefhebber Ferry intussen Rambo, de kleine groene, op zijn hand zitten. Ferry roept: „Deze heeft toch wel iets weg van een zure bom.” Ook de zure bommen blijken nog 25 jaar te kunnen worden.

Papegaaien worden niet alleen oud, ze zijn ook kostbaar. Kweker Frank wijst op een grijze roodstaart, en zegt: „Als je zo’n vogeltje bij mij koopt, betaal je 750 euro. In de winkel 850 euro.” Binnen in de kleine huiskamer zitten in een grote kooi twee duurdere exemplaren: Apollo en Kiko. Het zijn felrode ara’s met gele en blauwe accenten. Ze hebben het formaat van een kleine hond en maken een schril krassend geluid. Frank: „Ara’s kosten zo’n 2.750 euro per stuk en als je ze weet te laten paren nog veel meer. Ik heb nu een koppeltje zitten dat ik voor 12.000 euro kan verkopen.”

Op de barbecue wordt het meegebrachte vlees gelegd. Braadworst, kip, saté, hamburgers, speklapjes, sjasliek en filetlapjes. Papegaai Nico kijkt mee vanaf de schouder van Miriam, de bijna 68-jarige Jacco vanaf de schouder van zijn baasje Janny. Ze houden van vlees. Even later knabbelt Nico aan een sateetje en Jacco aan een kippenpoot. Beide praten. Jacco is vandaag niet goed verstaanbaar, Nico wel, die zegt: „doei”.

Lees drie eerdere afleveringen van deze serie op nrc/binnenland