Jansen speelt haar eigen Beethoven

Klassiek.: Sinfonieorchester des Hessischen Rundfunks o.l.v. Paavo Järvi, m.m.v. Janine Jansen, viool. Werken van Beethoven, Kodály en Dvorák. Gehoord: 18/8, Concertgebouw , Amsterdam.*****

Volgens dirigent Paavo Järvi is het „ongezond om alleen maar te spelen wat er in de partituur geschreven staat. Het gaat er juist om te ontdekken wat er achter de noten verborgen ligt.” Violiste Janine Jansen, die in 2005 bij Järvi en zijn Cincinnati Orchestra haar Amerikaanse debuut maakte en sindsdien veel met hem samenwerkt, denkt er hoorbaar hetzelfde over. Haar bezielde vertolking van Beethovens Vioolconcert respecteerde de partituur tot in de kleinste details, maar steeg muzikaal ver uit boven de noten.

Jansen is de laatste jaren van een onweerstaanbaar ‘vioolbeest’ uitgegroeid tot een gezaghebbend musicus. Haar ontroerende Beethoven werd ragfijn uitgesponnen in uitgebalanceerde lijnen. Maar binnen die genuanceerde vormgeving en subtiele articulatie fonkelden de emoties in betoverende schakeringen. Jansen speelde Beethoven ‘authentiek’ in de ware betekenis van het woord: volstrekt eigen, recht vanuit het hart, respectvol en integer, stralend van toon en wars van effectbejag.

Järvi en zijn Hessische Sinfonieorchester boden Jansen alle ruimte, al klonk het orkest in sommige passages net een beetje te ruw of gehaast. Maar in het meditatieve langzame deel bereikten de soliste en het orkest een kamermuziekachtige transparantie. In de hoekdelen rees het vurige temperament van Beethoven met zoveel verbeeldingskracht en bezieling uit de noten op, dat kippenvel onvermijdelijk was.

Verder waren er enerverende uitvoeringen van het Concert voor orkest van Kodály en de Zevende symfonie van Dvorák: Slavische pathetiek in woeste tempi, sensuele rubato’s, prikkelende dansritmes en kakelbont Boheems koloriet.