Ik groei in de rol van performer

Het debuut van Florence and the Machine heeft alles in zich om van de zangeres een ster te maken.

Zondag staat ze met haar band op Lowlands.

Op de kunstacademie van Camberwell in Zuid-Londen was Florence Welch meestal niet veel waard. Als ze voor de zoveelste keer een weekeinde had doorgehaald en met een katerig hoofd op de academie verscheen, maakte ze een tent onder de schoolbanken en ging daar heerlijk liggen slapen. Om te rechtvaardigen dat ze op zo’n dag niet veel uitvoerde, noemde ze haar slaapproject een ‘installatie’ en eiste ze studiepunten. Kunst had haar interesse, pas later kwam ze erachter dat vooral de muziek haar trekt. Met vrienden begon ze Florence and the Machine, een band die begin dit jaar breed in de Britse muziekpers werd uitgemeten als nieuwe belofte.

Met het pas verschenen debuut Lungs wordt die belofte waargemaakt. Het album heeft alles in zich om Welch te lanceren als een nieuwe ster. Het bevat overweldigende, bij vlagen bombastische muziek met persoonlijke levenswijsheden van de 21-jarige Welch. ‘A kiss with a fist is better than none,’ zingt ze over een heftige ervaring in de liefde. Haar stem is een machtig wapen, vurig en gepassioneerd als de roodharige furie die ze op het podium kan zijn.

In Amsterdam, enkele weken voor haar Lowlandsoptreden, treffen we een zelfbewuste zangeres die geen genoegen neemt met een plekje in de categorie ‘nieuwe Londense popvrouwen’ na Lily Allen, Kate Nash en LaRoux. „Ik zie niet wat mijn muziek met die van hen te maken heeft”, zegt Florence Welch. „Als je het over mijn geografische afkomst wilt hebben, weet ik nog wel wat mannen in de popmuziek die dichter bij mij wonen.” Als kind woonde Welch een tijdlang in Florence. „Vandaar misschien mijn interesse in kunst. Maar de herkomst van mijn voornaam is prozaïscher: ik ben vernoemd naar mijn oudtante die ook Florence heette. Eerlijk gezegd heb ik het altijd een ouderwetse naam gevonden, meer iets voor een tante dan voor een popster. De bandnaam Florence and the Machine klonk lekker en bleef hangen, dus daar zit ik voorlopig nog wel aan vast.”

Zingen was haar geheime passie; iets dat ze op feestjes deed. De ambitie om een ster te worden had ze niet. „Ik ben een dromer, een impulsief meisje dat zich makkelijk laat meevoeren door de stroom. Als ik geen zangeres was geworden, zou ik beslist nog elke dag voor de lol zingen. Dat is iets wat ik hoe dan ook moet doen, al was het alleen maar voor de fysieke ontlading die het laten galmen van je stem je kan geven.”

Britse kunstacademies zijn van oudsher een verzamelplek voor creatieve mensen, ook als ze niet per definitie kunstschilder of grafisch ontwerper willen worden. Zo ook bij Florence. „In Camberwell trof ik allemaal intense figuren waarvan er veel met muziek bezig waren. Ik kan tekenen, maar dat had al snel niet meer mijn prioriteit.”

Haar songs komen spontaan, meestal op momenten dat ze er niet speciaal voor gaat zitten. „Het proces van songschrijven is krampachtig als je de ideeën niet vrijuit kunt laten opborrelen. Ik probeer elke dag een paar dingetjes op te schrijven, zonder meteen de dwang te voelen dat het een songtekst moet worden. Op die manier ontstaan vaak de interessantste liedjes, zonder verwachtingen maar ook zonder faalangst. ‘Cosmic love’ was zo’n liedje. Het was er in een half uur, de kortste tijd waarin ik ooit een song heb geschreven. Terwijl ik een enorme kater had! Ik ramde wat akkoorden op de piano en het klonk waardeloos. Totdat ik op dat ene loopje stuitte. De woorden kwamen er automatisch bij. Het is mijn favoriete song op het album geworden.”

Op feestjes in kraakpanden ontdekte ze dat haar stem harder was dan die van anderen. „Muziek werd er toen nog niet gemaakt, alleen freestyle lawaai waarbij ik het op een schreeuwen zette.” Albumtitel Lungs slaat niet zo zeer op haar longinhoud, maar refereert aan het nummer ‘Between two lungs’ waarin Florence voor het eerst het gevoel had dat ze een eigen stijl had gevonden. „Alle instrumenten werden een beetje knullig gespeeld, door muzikanten die verrukt waren dat ze met zo weinig technische kennis zo iets moois konden maken. Het gaat over het plezier dat we hebben in muziek. Dat hebben we op het hele album vol proberen te houden.”

Het succes van Florence and the Machine met Rob Ackroyd (gitaar), Isabella Summers (toetsen), Chris Hayden (drums) en Tom Monger (harp) kwam niet zomaar uit de lucht vallen. „We zijn al zo’n twee jaar aan het toeren en het eind is nog niet in zicht. Het begon met a capella-optredens voor vijf mensen in een pub, en nu zijn we een redelijk geoliede machine die de festivals aan kan. Toen we op het Glastonbury festival speelden, moest ik huilen van blijdschap dat we het zo ver gebracht hadden. Ik beloof dat het er op Lowlands professioneler aan toe zal gaan. Langzaam maar zeker groei ik in mijn rol van performer. Ik hou er van om me spectaculair aan te kleden. Mooie kleren geven me een gevoel van veiligheid, een schild tegen de boze buitenwereld. In mijn podiumkostuum met goud en franje voel ik me een superheldin.”

Florence and the Machine speelt zondag op Lowlands van 19.15 - 20.00 uur, Charlie-tent