Hof gelast Ethiopië en Eritrea tot betalingen

Het Permanente Hof voor Arbitrage in Den Haag heeft gisteren bekendgemaakt dat Ethiopië en Eritrea elkaar tientallen miljoenen dollars aan vergoedingen moeten betalen voor schade die zij elkaar toebrachten tijdens hun grensoorlog van 1998 tot 2000. Het Hof bepaalde dat Eritrea 174 miljoen dollar moet betalen, en Ethiopië 163 miljoen dollar.

Het Ethiopische ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde gisteren in een reactie dat Eritrea eigenlijk meer zou moeten betalen, gezien de „ernst van de daad van agressie” van dat land. Eritrea had voor de uitspraak reeds verklaard deze te zullen respecteren.

De uitspraak is het resultaat van ruim acht jaar arbitrage waartoe beide landen besloten in 2000, in het kader van een vredesregeling na hun grensoorlog. Deze oorlog kostte aan ten minste zeventigduizend mensen het leven. De grens wordt nog altijd betwist door beide landen. Eritrea verwierf in 1993 onafhankelijkheid van Ethiopië, na een dertig jaar lange guerrillastrijd. Hun onderlinge grens werd echter niet officieel gemarkeerd. In 1998 brak de oorlog uit nadat Eritrea probeerde Ethiopische soldaten te verdrijven uit de door beide landen geclaimde stad Badme.

In 2002 bepaalde het Permanente Hof voor Arbitrage dat Eritrea recht heeft op delen van het door Ethiopië bezette grensgebied, waaronder Badme. Ethiopië weigert dit gebied op te geven.

Tot begin vorig jaar waren ruim 1.500 VN-vredessoldaten gestationeerd in het betwiste grensgebeid, om een nieuw gewapend conflict te voorkomen. De VN trokken zich echter noodgedwongen terug nadat Eritrea de bevoorradingslijnen had afgeknepen. Eritrea liet zo merken dat het ontstemd was dat de internationale gemeenschap Ethiopië niet onder druk zette om het vonnis uit 2002, over terugtrekking uit Badme, na te leven.