Gelukzalige glimlach dankzij wonderbril

In een half uurtje maakte professor Joshua Silver een bril met verstelbare lenzen. Pas later besefte hij dat zo miljoenen slechtzienden in ontwikkelingslanden kunnen worden geholpen.

De Zulu Michael Lewis draagt de bril die door de Britse professor Joshua Silver is ontworpen. (Foto universiteit Oxford) universiteit Oxford

„Kijk”, zegt de Britse kernfysicus en uitvinder prof. Joshua Silver. „Zo werkt het.” Hij zet een bril op met een ongewoon zwaar montuur en bedekt zijn linkeroog. Met de andere hand draait hij aan een knopje aan de rechterpoot van de bril, dat de toevoer van een vloeistof tussen de dubbele glazen van de bril controleert. Hetzelfde doet de bijziende emeritus hoogleraar vervolgens aan de andere kant tot hij zijn achtertuin in een buitenwijk van Oxford weer scherp kan zien. Binnen enkele seconden heeft hij zo zelf zijn bril naar believen ingesteld.

Silvers op het oog zo simpele uitvinding kan uitkomst bieden voor honderden miljoenen slechtzienden in ontwikkelingslanden. Wereldwijd zijn er al gauw drie miljard mensen die een bril nodig hebben. Weliswaar verdienen de brillen van Silver de schoonheidsprijs niet met hun dikke lenzen van hard plastic, maar ze zijn ideaal voor mensen die niet over de middelen beschikken om een opticien te bezoeken en een geschikte bril aan te schaffen. „Bij ons in West-Europa heb je gemiddeld één opticien op elke 5.000 inwoners, in zwart Afrika maar een op een miljoen”, aldus de 63-jarige Silver, die opvallend paarse broekophouders draagt en aan zijn voeten pantoffels, die betere dagen hebben gekend.

Al sinds halverwege de jaren ’80, toen hij nog was verbonden als natuurkundige aan het New College van de Oxfordse universiteit, experimenteert Silver met verstelbare brillen. Het begon als een aardigheidje, toen hij na een gesprek met een collega in een half uurtje in het laboratorium een lens knutselde met twee doorzichtige plastic membranen met enig water er tussen. Een paar maanden later maakte hij tussen andere bezigheden door een verfijnder model, met injectiespuitjes aan de zijkant. Het werkte voor hemzelf en met een schok realiseerde hij zich dat langs deze weg een groot deel van de bevolking in arme landen zou kunnen worden geholpen.

Weer enkele jaren later zocht hij contact met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Genève. „Dat een slimme figuur nooit eerder op die gedachte is gekomen”, verklaarde de WHO-functionaris, toen hem de bril werd gedemonstreerd. Silver moest hem daarop corrigeren. Al in de achttiende eeuw was er met zulke lenzen van variabele sterkte geëxperimenteerd in Dresden. Maar praktisch bruikbare varianten zoals die van Silver hadden tot dan toe ontbroken. De WHO drukte Silver op het hart de brillen vooral goedkoop te houden. Silver nam zich dat advies ter harte. Hij denkt op den duur brillen te kunnen maken, die niet meer dan een dollar hoeven te kosten.

Met hulp van de WHO wist Silver de Britse regering te interesseren in enige experimenten. Als proefgebied werd Ghana uitgekozen, waar de Ghanese regering programma’s had opgezet voor de alfabetisering van ouderen. Het probleem daarbij was echter dat de deelnemers vaak niet alleen de kunst van het lezen niet verstonden maar evenmin konden zien wat ze moesten lezen.

Een van de eersten die werden geholpen met een bril van Silver was de kleermaker Henry Adjei-Mensah, die al op 35-jarige leeftijd had moeten ophouden met zijn werk omdat hij naald en draad niet goed meer kon zien. Toen hij de bril op de juiste sterkte had ingesteld, verscheen er prompt een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. Hij kon weer aan het werk.

De wetenschapper Silver, die op dat moment vooral oog had voor zijn experiment, werd nog net op tijd geremd door de menselijke emotie. „Toen ik die bril weer wilde terugnemen omdat die louter als experiment was bedoeld, besefte ik: dat kan ik niet doen. Die man wilde die bril natuurlijk houden. Toen heb ik Henry dat prototype maar even gegeven totdat we hem enige tijd later een conventionele bril konden aanbieden.” Het prototype bevindt zich nu in het Science Museum in Londen.

De Ghanese overheid bestelde vervolgens 10.000 exemplaren en later bestelde een Amerikaanse organisatie, die humanitaire activiteiten namens de Amerikaanse strijdkrachten ontplooit, nog eens enige duizenden exemplaren, die in diverse ontwikkelingslanden werden verspreid. In totaal zijn 30.000 mensen van een van Silvers Head Specs voorzien. Er is sprake van een groter project via een liefdadigheidsorganisatie in India en van een project in Liberia maar de grote doorbraak is uitgebleven bij gebrek aan grote sponsors.

„Organisaties als die van Bill Gates zijn meer geïnteresseerd in vragen van leven en dood”, aldus Silver, „en slechtziendheid rangschikken ze daar gewoonlijk niet onder. Ten onrechte vind ik. Volgens sommige schattingen komen er in ontwikkelingslanden elk jaar alleen al een miljoen mensen om het leven in het verkeer door mensen die eigenlijk een bril zouden moeten dragen.”

Silver steekt sinds zijn vervroegde pensionering in 2001 veel meer tijd in de ontwikkeling van de brillen. Hij heeft bovendien met enkele enthousiaste medewerkers van de universiteit van Oxford gedaan gekregen dat er een ‘Centre for Vision in the Developing World’ is opgericht. Daar proberen ze de brillen te vervolmaken in de vaste overtuiging dat er een grote toekomst zit in deze technologie. Silver: „De gave van het zicht is zo waardevol, die moet je echt zien te behouden als het kan. Mijn ambitie is een miljard slechtzienden goed te helpen zien voor 2020.”