Duitse politici laten 'Afghanistan' even liggen

70 procent van de Duitsers wil dat hun militairen Afghanistan snel verlaten.

Voor Duitse politici is dit onderwerp zo vlak voor de verkiezingen een groot taboe.

De verkiezingscampagne voor de Duitse Bondsdag gaat over van alles, maar niet over het thema oorlog en vrede – over Afghanistan, waar de Bondsrepubliek betrokken is bij een steeds bloediger strijd.

De grote partijen mijden het thema zorgvuldig. Discretie is troef: wegens de 35 gesneuvelden en hun nabestaanden, om de internationale verplichtingen en de lieve vrede aan het thuisfront. De Afghaanse presidentsverkiezingen zijn wèl inzet van debat in Duitsland. Maar de rol die de Duitse militairen als onderdeel van een internationale troepenmacht hierin spelen, blijft in eigen land electoraal onaangeroerd. In Afghanistan zijn al sinds begin 2002 Duitse soldaten, gemiddeld 3.500 man. Ze zijn gelegerd in het noorden van het land.

Heel af en toe is er iemand die het Duitse taboe op ‘Afghanistan’ doorbreekt. Oud-minister van Defensie Volker Rühe, christen-democraat en partijgenoot van bondskanselier Angela Merkel, hekelt in een interview met het weekblad Der Spiegel deze week de Duitse militaire missie in scherpe woorden. „De [troepen]inzet is een ramp”, zegt Rühe, die tussen 1992 en 1998, onder bondskanselier Helmut Kohl, minister van Defensie was.

Een ramp voor de NAVO, voor Duitsland en voor de soldaten „die in de Hindukush sterven”, meent Rühe. Hij beveelt een nog twee jaar durende inzet aan: „met volle kracht”, en daarna wegwezen. Voor het binnenlandse debat is zijn volgende opmerking van belang: hij vindt Afghanistan wel degelijk een belangrijk verkiezingsthema.

„Waartoe dient anders stembusstrijd? De politieke partijen in Duitsland zouden zich eindelijk eens precies over Afghanistan moeten uiten, maar ze missen de moed daartoe”, aldus Rühe. De kiezer blijft volgens hem in het ongewisse en krijgt alleen maar extremen voorgeschoteld. Van de ene partij die meent dat het Westen nog minstens tien jaar in het land moet blijven tot de andere die een onmiddellijke troepenterugtrekking voorstaat.

Volker Rühe heeft op een gevoelig moment de knuppel in het hoenderhok gegooid. Partijgenote Merkel, die het onderwerp Afghanistan uit de weg gaat als een besmettelijke ziekte, wordt door zijn uitgesproken opvatting impliciet als een politicus zonder profiel neergezet. En Merkels uitdager Frank-Walter Steinmeier van de sociaal-democratische SPD wordt door Rühe in ernstige verlegenheid gebracht. Steinmeier is nu nog minister van Buitenlandse Zaken. In zijn van realisme doorspekte beleid staan de internationale verplichtingen van Duitsland op de voorgrond. Hij is net als Merkel van mening dat de Duitse militaire presentie in Afghanistan onvermijdelijk is.

Beide politici lopen daarmee uit de pas met de wil van de bevolking. Opiniepeilingen laten zien dat zo’n 70 procent van de Duitsers van mening is dat hun militairen het land zo snel mogelijk moeten verlaten. Als zich in Kabul en omgeving de komende weken geen calamiteiten met Duitsers voordoen, kan Merkel als populaire bondskanselier nog wel wegkomen met deze discrepantie tussen haar en het kiesvolk.

Maar voor Steinmeier is het lastiger. Onderhuids broeit het in de SPD. Het Afghaanse avontuur is menig partijgenoot een doorn in het oog. Veel linkse sociaal-democraten voelen zich verraden door de internationale politiek van hun partij. Het interne debat over Afghanistan wordt door de partijleiding effectief gesmoord. De enige prominente SPD’er die zich tot nu uiterst sceptisch over de Duitse militaire missie heeft uitgelaten, is oud-bondskanselier Helmut Schmidt geweest. Zijn stem is gehoord. Het zal niet lang meer duren eer de ‘oorlogstegenstanders’ zich in de SPD roeren.

Links van de sociaal-democraten staat Die Linke, die enige partij in de Bondsdag met een uitgesproken mening over Afghanistan: de Duitse soldaten moeten zo snel mogelijk naar huis. Veel SPD’ers zijn het eens met die opvatting. Ook binnen andere partijen groeit het onbehagen over Afghanistan.