De ontslagen moslimfilosoof

De omstreden islamoloog Ramadan werd gisteren door Rotterdam aan de kant gezet.

Hij laat het er niet bij zitten: ‘Bestaat er nog zoiets als fatsoen en overleg in uw land?’

Een eminent wetenschapper die als integratieadviseur grote verdiensten heeft gehad voor Rotterdam, maar ook één die „een grove inschattingsfout” heeft gemaakt. Zo omschreef wethouder Rik Grashoff (participatie en cultuur, GroenLinks) gisteravond de moslimfilosoof met wie het stadsbestuur en de Erasmus Universiteit per direct de samenwerking hebben verbroken: Tariq Ramadan.

Aanleiding voor de contractbreuk is het wekelijkse discussieprogramma dat de Zwitsers-Egyptische islamoloog sinds dit voorjaar presenteert voor de Iraanse zender Press TV. Het medium wordt grotendeels gefinancierd door het omstreden bewind in Teheran. „Deze indirecte relatie met dit repressieve regime, of zelfs de schijn daarmee geassocieerd te zijn, is onacceptabel”, benadrukte Grashoff.

Namens de universiteit onderschreef Dick Douwes, hoogleraar geschiedenis van het Midden-Oosten, die woorden. Hij bekende Ramadan hoog te hebben zitten. „Maar deze link met het bewind is niet uit te leggen. Zeker niet aan onze studenten, van wie sommigen zelf ook uit Iran komen.”

Ramadan (46) was sinds twee jaar als integratieadviseur verbonden aan de gemeente. Zijn opdracht voor dit jaar: deelnemen aan dertien dialogen over stadsburgerschap en ‘een inhoudelijke bijdrage’ leveren over thema’s als religieuze identiteit en vrije huwelijkskeuze. Hij zou ook masterclasses over burgerparticipatie organiseren en het college nadien van advies voorzien. De gemeente betaalt zijn leerstoel aan de universiteit, waar hij sinds 1 januari 2007 werkt als gasthoogleraar burgerschap en identiteit.

De moslimwetenschapper legt zich evenwel niet neer bij „dit kortzichtige oordeel”, zo liet hij gisteravond telefonisch weten vanuit Marokko. „Ik heb mijn advocaten reeds ingeschakeld.” Ramadan zegt „schandalig” te zijn behandeld door gemeente en universiteit. Zonder enige vorm van ruggespraak is hij naar eigen zeggen op straat gezet. „De paniek regeert in Nederland, met dank aan politici als Geert Wilders. In plaats van hoor en wederhoor toe te passen en zich te baseren op de feiten, krijg ik in de loop van de ochtend een sms, dat ik na de beslissing op de hoogte zou worden gebracht. Van een journalist moest ik nota bene vernemen dat het stadsbestuur voornemens was om met mij te breken. Bestaat er nog zoiets als fatsoen en overleg in uw land? Ik wacht nog altijd op een telefoontje van meneer Grashoff.”

Volgens Ramadan is het „een gotspe” om te veronderstellen dat hij door zijn werk voor Press TV ook automatisch het bewind van president Ahmadinejad steunt. Hij zegt vrij te zijn in zijn onderwerpkeuzes en nimmer onder druk te zijn gezet.

Hoewel Grashoff het gisteren ontkende, is het een publiek geheim dat het aanblijven van Ramadan ook het stadsbestuur in gevaar kan brengen. Ramadans vermeende homofobe en vrouwonvriendelijke uitspraken waren, na lang aarzelen, voor de VVD in april reden het college te verlaten.

Grashoff zegt de breuk met Ramadan niet als een persoonlijke nederlaag te beschouwen. „Maar ik heb wel pijn in mijn buik.” Zorgen maakt hij zich vooral over „de dominante populistische toon in het integratiedebat”. Zelf noemde hij de islamofobie dit voorjaar een dreigende „volksziekte”, waartegen „een nationaal inentingsprogramma” opgesteld zou moeten worden. Later zwakte hij zijn woorden af.

Rotterdams grootste oppositiepartij, Leefbaar Rotterdam, dringt al drie jaar aan op het ontslag van Ramadan. Toch zal die partij volgende maand een motie van wantrouwen indienen tegen Grashoff, zo kondigde raadslid Anita Fähmel gisteravond aan. „Deze wethouder had al veel eerder op de hoogte moeten zijn van de Iraanse connectie en de dubbele agenda van meneer Ramadan.” Volgens de partij is Ramadans heimelijke doel niet het moderniseren van de islam, maar het islamiseren van de moderniteit.

Lees Ramadans verweer op Opinie, pagina 16