De eerste vrouwelijke Sporter van het Jaar

Geertje Wielema, een van Nederlands beste na-oorlogse zwemsters, is gisteren op 75-jarige overleden. In 1952 greep ze net naast een gouden olympische medaille.

Wielema in '51, na haar nationale record op de 500 vrij. (Foto Anefo) Anefo

Ward op den Brouw

Na de Tweede Wereldoorlog was ze een van de zwemsters die de Nederlandse suprematie in die sport bij de vrouwen een passend vervolg gaf. Midden jaren vijftig hadden alleen Amerikaanse zwemsters meer wereldrecords in de boeken staan dan die uit Nederland. Mede dankzij drie individuele wereldrecords en twee bij estafettenummers van de dochter van een garagehouder uit Hilversum, rugslagspecialiste Geertje Wielema.

Ze excelleerde al op jonge leeftijd. Op de dag dat ze achttien werd, donderdag 24 juli 1952, ging ze bij de Olympische Spelen in Helsinki van start in de finale van de 100 meter rugslag. Als één van drie Nederlandse finalistes, met de nog jongere Joke de Korte en Ria van de Horst. De race draaide uit op een duel tussen Wielema en Joan Harrison. Dat „hete gevecht”, zoals verslaggever Cor Braasem het destijds omschreef, zou in het voordeel worden beslist van de Zuid-Afrikaanse. Lange tijd ging ‘machtige Geertje’ aan kop. „Onze kampioene, opgejaagd door Harrison, voerde het tempo op”, schreef Braasem in het boek Olympische Spelen 1952. „Nog vijf meter, nog vier, maar geen van de twee meiskes gaf elkaar een centimeter terrein winst. Nog één slag en bang: twee armen sloegen tegelijk tegen het eindpunt. Niemand wist wie er eerste was.” Er was nog geen elektronische tijdwaarneming – semi-automatische tijdwaarneming werd vier jaar later in Melbourne toegepast. „Geertje keek vragend omhoog, maar je kon niet anders dan je schouders ophalen. Joan vroeg aan iedereen wie nu goud en wie nu zilver had gewonnen: niemand kon het zeggen. Er braken vreselijke minuten aan, minuten die eindeloos lang duurden en waarin de hele jury beraadslaagde. Het waren nare ogenblikken van enerverende spanning.” Pas na verschillende stemmingen wezen de aankomstrechters Harrison aan als winnares. „Ik tikte met mijn linkerarm aan en zie haar ook aantikken, een minimaal verschil dus”, zei Wielema vorig jaar in een interview bij de Wereldomroep. Met olympisch zilver beleefde ze haar internationale doorbraak: die prestatie was des te opmerkelijker, omdat ze zich als gevolg van bloedarmoede niet goed had kunnen voorbereiden op de Zomerspelen. Wielema, na haar zwemcarrière scheidsrechter, was van mening dat destijds twee gouden medailles uitgereikt hadden moeten worden.

Als dertienjarig meisje werd Wielema lid van De Robben. In het zwembad aan de Kapelstraat in Hilversum maakte trainer Jan Stender een kampioene van haar, die zich als veertienjarige al in de Nederlandse top zwom. „Och, ik vond dat trainen wel leuk, en ik dacht dat ’t wel aardig zou zijn om op een wedstrijd een prijs te winnen”, zei ze in 1951, vlak voor haar zeventiende verjaardag tegen sportverslaggever Klaas Peereboom. „Een jaar lang deed ik dat en ik merkte wel dat ik steeds sneller ging.” Ze grossierde toen al in bekers en medailles. In de periode 1949-1954 behaalde Wielema ook twaalf nationale titels op de langebaan (50 meter), op verschillende slagen. Dankzij haar drie medailles in ’54 bij de EK in Turijn, waaronder goud op de 100 rugslag, werd ze als eerste Nederlandse vrouw tot Sporter van het Jaar gekozen, in navolging van voetballer Abe Lenstra en wielrenner Arie van Vliet.

Als gevolg van de Nederlandse boycot van de Spelen van 1956 in Melbourne werd Wielema een olympische revanche onthouden.

Bekijk beelden van Wielema’s olympische finale in 1952 via nrc.nl/sport