De dag daarna koos hij weer voor de kaassoufflé

Als ik na de vakantie weer eens ergens heen wil fietsen, merk ik dat mijn fiets een hoop heeft meegemaakt in mijn afwezigheid. Het ventiel van de voorband is eruit gedraaid en in mijn fietstas vind ik de portefeuille van een beroofde man. Het geld is eruit, de rest zit er nog in.

Het is alsof mijn buurt zegt: ‘Welkom terug! Jij hing in een hangmat naar een idyllische berg en een klaterend riviertje te kijken, maar hier, in de ex-Ella Vogelaarbuurt, ging het harde leven gewoon door.’

Met een zekere opwinding bekijk ik de inhoud van de portefeuille. Er zit geen telefoonnummer of adres in. Wel een assortiment pasjes en bonnetjes die een adequaat beeld van een leven geven.

Vanaf de pasjes kijkt een kalende Hindoestaanse man op leeftijd mij melancholiek aan. Hij is geboren in Paramaribo, lees ik. Op zijn bankpas staat ‘zakgeld’. Het is niet een van die bizarre Surinaamse achternamen, zoals ik eerst denk, want hij blijkt anders te heten. Misschien krijgt hij zakgeld. Van een instantie. Misschien is zijn melancholieke blik wel een extra melancholieke blik. Zo’n blik die je recht geeft op hulp, en op zakgeld, ook als je al best oud bent.

Dit imago wordt versterkt door de andere vondsten in de portefeuille. Geen autorijbewijs, maar wel een papier waarop staat dat hij bevoegd is om een brommer te besturen. Dat vind ik lief. Ook zitten er drie bonnetjes in, alle drie van dezelfde exotische snackbar. Eén keer heeft hij er een kaassoufflé gegeten. Een dag later kocht hij er een flesje prik. De dag daarna koos hij weer voor de kaassoufflé.

Er zit ook een handgeschreven briefje met een telefoonnummer in de portefeuille. Het is het nummer van een grote zorginstelling.

In mijn hoofd doe ik de gedramatiseerde reconstructie van de beroving. Hij kwam uit de metro bij mij om de hoek, liep toen onder het enge tunneltje door, werd door twee boeven terecht aangezien voor een man met een overdosis melancholie, een makkelijk slachtoffer. Ze beroofden hem, en de man moest zonder strippenkaart, brommerrijbewijs of zakgeld naar huis.

En ik speel zelf een kwalijke, nare rol in deze tragedie, omdat ik nu al drie dagen vergeet om zijn pasjes naar het politiebureau te brengen.

En omdat ik mijn handen heb ontsmet na het doornemen van zijn portefeuille.

Aaf Brandt Corstius