De burgemeester moet de alarmbel bedienen

Vanaf september krijgen burgemeesters van vijftien gemeenten een seintje als plegers van ernstige misdrijven vrijkomen. Wat gaan ze doen met die informatie?

Een man die ooit in de cel zat voor het misbruiken van gehandicapte kinderen, werd in Amsterdam lange tijd hinderlijk gevolgd. Politieagenten postten bij zijn woning, belden hem geregeld op en informeerden de buren. Allemaal omdat de man weer zijn diensten als ‘hulpverlener’ was gaan aanbieden.

De ‘verstoringsacties’ zijn sinds kort voorbij, omdat de man niet meer in Amsterdam woont. Dat betekent niet het einde van het gevaar dat ex-gedetineerden in oude fouten vervallen en voor maatschappelijke onrust zorgen. Naar aanleiding van deze zaak en een zaak met een pedoseksueel in Utrecht heeft minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) daarom onlangs besloten tot een proef waarbij gemeenten worden geïnformeerd over de terugkeer van (zeden)delinquenten in de samenleving.

„Heel goed”, zegt de Amsterdamse burgemeester Cohen over de proef die in september begint. Cohen heeft er eerder op aangedrongen dat burgemeesters op de hoogte worden gesteld, wanneer gedetineerden vrijkomen: „We doen dan ook mee met deze pilot.” Maar wel met „enige reserve”, schrijft Cohen in een gisteren vrijgegeven brief aan Hirsch Ballin. Die reserves heeft Cohen zowel bij praktische kwesties als bij principiële ‘rechtstatelijke’ vragen van de proef van een half jaar.

Aan de ‘pilot’ doen tien tot vijftien gemeenten mee, waaronder Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Zodra iemand die ooit voor een zwaar misdrijf is veroordeeld vrij zal komen, krijgt de burgemeester van zijn of haar woonplaats een seintje. Het gaat dan om plegers van zedendelicten en zware geweldsdelicten zoals moord en doodslag. Voor plegers van andere ernstige delicten geldt dat ze tot minimaal een jaar celstraf moeten zijn veroordeeld.

Het ministerie schat dat tijdens de proef ongeveer 1.750 van dit soort gedetineerden vrijkomen uit de gevangenis en nog eens 1.500 uit de tbs-kliniek. In Amsterdam zullen naar schatting 100 tot 150 ex-gedetineerden vrijkomen, bij wie „openbare ordeverstoring niet is uit te sluiten”. Dat zijn dus mensen die mogelijk in herhaling vallen of voor veel maatschappelijke onrust zorgen, zoals in Utrecht gebeurde.

Mogelijk, want in de praktijk zullen niet al deze mensen een risico vormen. De vraag is alleen: wie wel en wie niet? En wie maakt de risicoanalyse?

Dat doet de gemeente, zegt het ministerie desgevraagd, in samenspraak met het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). „Wij bieden een service aan de burgemeester door de namen door te geven mét informatie”, zegt een woordvoerder van justitie: „Openbare orde is een zaak van de gemeente. Een ambtenaar daar schat het risico in, in overleg met het KLPD en regionale politiekorpsen.”

Daar zet Cohen vraagtekens bij: „Natuurlijk kunnen we in de gemeente overleggen met bijvoorbeeld de politie, maar ik ga er toch van uit dat de reclassering en het ministerie het voortouw nemen.” De burgemeester voelt er niet veel voor om een lange lijst namen te krijgen: „Die lijst is een selectie en ik ga ervan uit dat daaruit ook weer een selectie gemaakt moet worden.” En over die „bepaalde uitzonderlijke gevallen” wil Cohen dan „gericht” worden geïnformeerd.

De vraag is vervolgens wat de burgemeester moet doen tegen een risicovolle ex-gedetineerde. „Ik beschik nauwelijks over instrumenten”, zegt Cohen. „Zonder wettelijk kader is het voor een burgemeester lastig om in dit soort gevallen actie te ondernemen.” In het geval van de zedendelinquent zocht Cohen zijn toevlucht tot maatregelen die tot dan toe tegen terroristen waren gebruikt. Daarmee zocht hij bewust de grenzen op. Maar dat was een ad-hoc-aanpak, zegt Cohen: „We zullen een debat moeten voeren over welke maatregelen we geoorloofd vinden en dat eventueel wettelijk verankeren.”

Bij dat debat moet ook nadrukkelijk worden gesproken over de „principiële vraag” of en in welke gevallen een zedendelinquent mág terugkeren naar zijn woonplaats. Cohen zegt: „De antwoorden op de vragen heb ik nog niet, maar het debat zal in elk geval gevoerd moeten worden tijdens de pilot.”

Eerder stukken zijn na te lezen op nrc.nl/binnenland