Beurs verslaat pensioenbeheerders

Pensioenfondsen huren op grote schaal externe vermogensbeheerders in om pensioengeld beter te laten renderen dan de beursindex. Maar zij slaagden daar niet in.

Tijdens een beurspaniek leert men zijn beleggers kennen. Voor veel pensioenfondsbestuurders was dat vorig jaar een ontnuchterende ervaring.

„Van een aantal aandelenbeheerders werd afscheid genomen", schrijft het bestuur van het UWV Pensioenfonds (ruim 3,1 miljard euro belegd vermogen) in zijn jaarverslag over 2008. „De resultaten van deze beheerders stelden teleur zonder dat er bevredigende verklaringen voor worden gegeven.” Het pensioenfonds van UWV boekte vorig jaar een rendement van minus 8,3 procent, 1,9 procentpunt slechter dan de graadmeters van de relevante financiële markten waarop het fonds belegt.

Voor pensioenfondsen is goed beleggen van levensbelang. In een doorsnee jaar leveren de beleggingen zeker twee keer zoveel op als de pensioenpremies die werkgevers en werknemers samen moeten betalen. De pensioenfondsen, die worden bestuurd door werknemers en werkgevers, moeten met hun beleggingen voldoende geld verdienen om hun langlopende verplichtingen te betalen.

De meeste pensioenfondsen laten hun geld beleggen door gespecialiseerde externe vermogensbeheerders. Om de prestaties van die beheerders te toetsen worden hun rendementen vergelijken met de beursgraadmeters. De beheerders moeten graadmeters minimaal evenaren, maar liefst verbeteren. Knappe beleggingsprestaties kunnen tot lagere pensioenpremies leiden, maar slechte prestaties, zoals afgelopen jaar, jagen werkgevers en werknemers op hogere kosten. De premies gaan omhoog, de pensioenen worden bevroren.

Enkele fondsen presteerden wel beter dan de graadmeters, zoals het pensioenfonds van de vliegers van de KLM. Maar talloze fondsen deden het 1 à 2 procentpunt slechter dan de relevante graadmeters. Dat oogt als een geringe afwijking, maar in absolute bedragen loopt dat op tot 16 miljard euro, zo blijkt uit de jaarverslagen van ruim dertig grote fondsen. De 16 miljard euro komt overeen met twee jaar pensioenpremies van alle Nederlandse werknemers bij elkaar.

De extra tegenvallers zijn veroorzaakt door een scala aan missers: te veel aandelen gekocht, de verkeerde aandelen gekocht, te veel obligaties van bedrijven gekocht, met name van zwaar getroffen financiële instellingen, verkeerde timing, het bankroet van Lehman, de fraude van Madoff en falende beleggingsmodellen.

De jaarverslagen van pensioenfondsen over 2008 lezen als een feuilleton over tegenvallers en mislukkingen. Het pensioenfonds van Sara Lee/Douwe Egberts (940 miljoen euro belegd) meldt bijvoorbeeld dat vijf van zijn zes ingehuurde vermogensbeheerders hun rendementsdoelstellingen niet haalden.

Bij het PNO Media pensioenfonds (2,5 miljard euro belegd) boekten vier van de negen externe aandelenbeheerders een ondermaats resultaat. Het fonds boekte een negatief rendement van 21,7 procent, 3,7 procentpunt onder de relevante beursgraadmeters. De tegenvallende resultaten zullen in 2009 voor enkele vermogensbeheerders „resulteren in beëindiging van de samenwerking”, schrijft het bestuur.

Bij een aantal grote pensioenfondsen is niet alleen de beurscrisis de boosdoener. Soms blijkt sprake te zijn van een langer lopend probleem. Zo constateert de toezichthoudende commissie op het pensioenfonds van TNT (3,9 miljard euro belegd) „met grote zorg” dat het resultaat in vier van de vijf afgelopen jaren de graadmeters niet kon bijbenen. Bij het Pensioenfonds KPN (3,5 miljard euro belegd) zegt de toezichtscommissie dat het ondermaatse rendement „blijft opvallen”.

Bij het Pensioenfonds Metalekro (18,6 miljard euro) was het rendement minus 17,8 procent, 4,2 procentpunt minder dan de beursgraadmeters. Het bestuur van het fonds heeft zijn uitvoeringsorganisatie MN Services op de „slechte resultaten aangesproken en dringend verzocht een nadere analyse uit te voeren op de beleggingsstrategie en de uitvoeringsorganisatie.” Het achterblijven van het rendement kostte, zo kan uit de cijfers worden opgemaakt, vorig jaar zo’n 860 miljoen euro. Dat komt overeen met bijna 80 procent van de totale premie-inkomsten in één jaar.

Het jaarverslag van het Pensioenfonds van Ballast Nedam (540 miljoen euro belegd): „In 2008 heeft het bestuur aan ING zijn onvrede uitgesproken over de tegenvallende resultaten” van een van diens mondiale aandelenfondsen. Het pensioenfonds is inmiddels overgestapt van dit actief beheerde ING-fonds naar een passief beheerd fonds dat simpelweg de beursgraadmeter kopieert.

Man en paard noemen, zoals het Ballast Nedam fonds doet, is geen gewoonte in pensioenland. De meeste pensioenfondsen noemen geen namen van (ontslagen) externe vermogensbeheerders, laat staan dat zij de prestaties per vermogensbeheerder vermelden.

Maar er zijn uitzonderingen, zoals het pensioenfonds van Elsevier (437 miljoen euro belegd). In het jaarverslag wordt gedetailleerd verteld wat de vermogensbeheerders hebben gedaan. „Onze beheerders hebben de gevolgen van de kredietcrisis sterk onderschat en waren in hun beleggingsbeleid dan ook niet gepositioneerd op tegenvallende economische omstandigheden.” Het totale rendement van minus 20 procent was ruim 8 procentpunt slechter dan de interne graadmeter. Het fonds begon net in grondstoffen te beleggen toen de markt instortte. De schade bleef nog beperkt doordat een van de vermogensbeheerders, Fidelity, besloot te stoppen met het herbeleggen van vrijkomende gelden in bedrijfsobligaties en daardoor minder verliezen leed.